Commissie voor financiële hulp aan slachtoffers van opzettelijke gewelddaden en aan de occasionele redders: Beslissing van 24 Juli 2009 (België). RG M80904/6250

Date :
24-07-2009
Langue :
Néerlandais
Taille :
3 pages
Section :
Jurisprudence
Source :
Justel N-20090724-9
Numéro de rôle :
M80904/6250

Résumé :

Samenvatting 1

Decision :

Ajoutez le document à un dossier () pour commencer à l'annoter.

(...)

I. Feiten

Op 9 september 2001 werd verzoekster in haar appartement te ... het slachtoffer van gewelddaden, gepleegd door haar toenmalige partner, de heer Johan Z..

In het deskundig verslag van Dr. L. D. d.d. 11 mei 2005 worden de feiten als volgt weergegeven:

"Op 09.09.2001 is slachtoffer door eerste beklaagde Z. op een appartement te ... aangerand / hij zou haar appartement binnengedrongen zijn om haar zakelijke voorstellen te doen, waarop slachtoffer niet wou ingaan / na een eerste woordenruzie heeft beklaagde haar daarop geslagen en geschopt over het ganse lichaam (rug, knieën, heupen) / slachtoffer is op de grond gevallen / werd bij de haren getrokken / van de living naar de keuken gesleurd / de ganse scène zou wel drie uur geduurd hebben.

Daarna werd slachtoffer gedwongen met haar wagen achter beklaagde naar Geraardsbergen te rijden.

Op weg naar Geraardsbergen kon slachtoffer via GSM haar ouders verwittigen, die op hun beurt de politie verwittigden, zodat beklaagde in de omgeving van Wetteren door de politie kon onderschept worden."

II. Vervolging

Bij vonnis van de Correctionele rechtbank te ... d.d. 28 november 2005 werden de aan de heer Johan Z. ten laste gelegde feiten (opzettelijk toebrengen van slagen of verwondingen aan verzoekster) bewezen verklaard, doch werd hem de gunst van de opschorting van de uitspraak van veroordeling verleend.

Op burgerlijk gebied werd hij veroordeeld tot betaling van de provisionele som van euro 14.252,50 meer intresten aan verzoekster.

Tegen voormeld vonnis werd door de beklaagde hoger beroep aangetekend op burgerlijk gebied.

Na het tussenarrest van het Hof van Beroep te ... d.d. 8 maart 2007, waarbij de debatten werden heropend teneinde partijen toe te laten nader te concluderen, werd de heer Z. bij arrest van voornoemd Hof d.d. 16 november 2007 veroordeeld tot betaling van de som van euro 15.047,94 meer intresten aan verzoekster.

III. Gevolgen van de feiten voor verzoekster

Ingevolge de feiten liep verzoekster kneuzingen en bloeduitstortingen over heel het lichaam op, hoofdzakelijk t.h.v. de halswervelzuil (symptomen van whiplash).

Verzoekster vertoont volgende restletsels: concentratie- en geheugenstoornissen, frequente spanningshoofdpijn, ochtendlijke stramheid in de vingers van de rechter hand en slapend gevoel in de rechter arm, emotionele stress en angst.

In zijn deskundig verslag d.d. 11 mei 2005 weerhoudt gerechtsdeskundige Dr. L. D. de volgende graden en periodes van tijdelijke arbeidsongeschiktheid:

100 % van 10.09.01 t.e.m. 31.12.01

75 % van 01.01.02 t.e.m. 31.01.02

50 % van 01.02.02 t.e.m. 28.02.02

25 % van 01.03.02 t.e.m. 31.03.02

10 % van 01.04.02 t.e.m. 30.04.02

5 % van 01.05.02 t.e.m. 08.09.02.

Er is consolidatie op 9 september 2002, met een blijvende arbeidsongeschiktheid en invaliditeit van 3 % (blijvende pijnklachten en functionele hinder t.h.v. de halswervelzuil-schouders, zowel bij de dagdagelijkse levensactiviteiten als bij de uitoefening van haar beroepsactiviteiten als kinesiste).

Er is geen esthetische schade.

IV. Mogelijkheden tot schadeloosstelling

Het sub II vermeld arrest d.d. 16 november 2007 werd bij deurwaardersexploot d.d. 21 februari 2008 betekend aan de heer Z., met bevel tot betalen. Aangezien de heer Z. hieraan geen gevolg gaf, werd uiteindelijk overgegaan tot een uitvoerend beslag onder derden bij de NV S. (exploot d.d. 8 april 2008). Dit leverde evenwel geen resultaat op.

Per schrijven d.d. 29 april 2008 liet gerechtsdeurwaarder R. T. weten het dossier af te sluiten.

In een persoonlijk ondertekend schrijven d.d. 3 september 2008 verklaart verzoekster dat zij geen beroep kan doen op enige private verzekering in dekking van de geleden schade.

V. Begroting van de schade door verzoekster

Verzoekster vraagt om de toekenning van een financiële hulp van euro 24.383,82:

- administratieve kosten: euro 125,00 (arrest: euro 75)

- verplaatsingskosten + opleg medische kosten: euro 150,00

- TAO morele schade: euro 4.076,25

100 % van 10.09.01 t.e.m. 31.12.01 : 113 d. x euro 25,00 = euro 2.825,00

75 % van 01.01.02 t.e.m. 31.01.02 : 31 d. x euro 18,75 = euro 468,75

50 % van 01.02.02 t.e.m. 28.02.02 : 28 d. x euro 12,50 = euro 350,00

25 % van 01.03.02 t.e.m. 31.03.02 : 31 d. x euro 6,25 = euro 193,75

10 % van 01.04.02 t.e.m. 30.04.02 : 30 d. x euro 2,50 = euro 75,00

5 % van 01.05.02 t.e.m. 08.09.02 : 131 d. x euro 1,25 = euro 163,75

- TAO meerinspanningen: euro 3.247,13

- TAO verlies economische waarde huisvrouw: euro 4.076,25

- gemengde materiële en morele schade blijvende invaliditeit: euro 4.875,00

3 % x euro 1.625 per punt

- vergoedende en gerechtelijke rente: euro 7.834,19

VI. Beoordeling door de Commissie

Het verzoekschrift aan de Commissie is regelmatig naar de vorm en het werd tijdig neergelegd.

Aan de ontvankelijkheidsvoorwaarden werd voldaan.

De wetgeving betreffende de hulp aan slachtoffers van opzettelijke gewelddaden verleent aan de slachtoffers geen subjectief recht op "schadeloosstelling", maar wel op het eventueel bekomen van een "hulp", gesteund op het principe van de collectieve solidariteit. Uit de aard zelf van de hulp volgt dat de "volledige vergoeding" van het door de slachtoffers geleden nadeel niet wordt gewaarborgd.

Bij het beoordelen van een hulp dienen de voorschriften van de artikelen 31, 31bis, 32, 33 en 33bis van de wet van 1 augustus 1985 nageleefd te worden.

De Commissie verzekert geen integrale schadeloosstelling. Ze kan, naar billijkheid, een financiële hulp toekennen voor de schadeposten die limitatief zijn opgesomd in artikel 32, § 1, van de wet van 1 augustus 1985. ‘Meerinspanningen' en ‘verlies economische waarde huisvrouw' zijn daarbij niet opgenomen en komen dus niet in aanmerking voor vergoeding, noch wat de tijdelijke noch wat de blijvende invaliditeit betreft.

Eenzelfde opmerking geldt met betrekking tot de intresten.

Het behoort overigens tot de constante rechtspraak van de Commissie - en deze vloeit voort uit de bedoeling van de wet - dat intresten niet voor vergoeding in aanmerking komen. Het principe dat de bijzaak de hoofdzaak volgt is hier niet van toepassing; immers de schuldenaar van de toegekende hulp, zijnde de Belgische Staat, is niet de veroorzaker van de schade.

De zienswijze van de Commissie ten aanzien van de intresten werd bevestigd bij arrest nr. 165.787 van de Raad van State d.d. 12 december 2006 (G. Bijnens t./ Belgische Staat).

Bij de begroting van de morele schade houdt de Commissie rekening met de lange lijdensweg die verzoekster reeds achter de rug heeft. Ter zitting van de Commissie d.d. 25 juni 2009 gaf verzoekster uitdrukking aan de machteloosheid die ze gedurende de ganse gerechtelijke procedure heeft ervaren. Niet alleen uitte ze haar ontgoocheling over de lange duur van de procedure, maar ook - en vooral - over het feit dat haar ex-partner Johan Z. niet gestraft werd voor zijn daden (hij verkreeg de gunst van de opschorting van de uitspraak van veroordeling).

Daarnaast blijft de Commissie ook niet blind voor de hopeloze strijd die verzoekster heeft gevoerd om vergoeding van haar schade te bekomen. Het betreft hier niet alleen de schade door verzoekster geleden als gevolg van de op haar gepleegde gewelddaden, maar ook het financieel verlies ingevolge het faillissement van het aannemersbedrijf dat zij samen met de heer Z. runde en waarin zij het meest had geïnvesteerd. Verzoekster heeft alle mogelijke middelen aangewend om de geleden schade te recupereren (o.m. een uitvoerend beslag onder derden), maar telkens wist de heer Z. de dans te ontspringen...

Verzoekster gaf tevens uitdrukking aan haar gevoel dat haar leed tot op heden nog door niemand werd erkend.

Gelet op alle omstandigheden van de zaak, zoals hierboven geschetst, meent de Commissie een hulp te kunnen toekennen zoals hierna bepaald.

VII. Begroting van de hulp door de Commissie

De hulp kan in billijkheid begroot worden op euro 7.500.

*

* *

OP DIE GRONDEN,

De Commissie,

Gelet op de artikelen 17 § 1, 39 tot 42 van de gecoördineerde wetten van 18 juli 1966 tot regeling van het taalgebruik in bestuurszaken, de artikelen 31 tot 37bis van de wet van 1 augustus 1985, zoals gewijzigd door de wetten van 26 maart 2003, 22 april 2003 en 27 december 2004, en de artikelen 28 tot 34 van het K.B. van 18 december 1986,

Verklaart het verzoek ontvankelijk en kent de verzoekster een hulp toe van euro 7.500.

Aldus uitgesproken te Brussel, in openbare zitting en in de Nederlandse taal op 24 juli 2009.

De secretaris, De voorzitter,

G. VAN DEN ABBEELE L. VULSTEKE