Commissie voor financiële hulp aan slachtoffers van opzettelijke gewelddaden en aan de occasionele redders: Beslissing van 26 Oktober 2004 (België). RG M3315;3038

Date :
26-10-2004
Langue :
Néerlandais
Taille :
2 pages
Section :
Jurisprudence
Source :
Justel N-20041026-15
Numéro de rôle :
M3315;3038

Résumé :

Samenvatting 1

Decision :

Ajoutez le document à un dossier () pour commencer à l'annoter.
(...)
I. Feiten
Op 19 februari 1999 werd mevrouw W., geboren op ../../1955 en zuster van verzoekster te ... met messteken gedood door haar vriend, Leon T..
De dader verklaarde hierover dat er een discussie geweest was over geld en dat hij door het slachtoffer gestoken zou zijn met een mesje in de halsstreek. Omdat de deur op slot was en hij niet meer weg kon, ging hij naar de keuken, nam een groot mes en sneed de hals van het slachtoffer over.
II. Vervolging
De dader werd vervolgd wegens het opzettelijk met het oogmerk om te doden gedood te hebben, de doodslag verschoonbaar zijnde aangezien zij onmiddellijk uitgelokt is door zware gewelddaden tegen personen.
Bij vonnis d.d. 9 februari 2001 van de Correctionele rechtbank te ... werd de internering van de heer Leon T. gelast. Op burgerlijk gebied werd hij veroordeeld tot betaling van een morele schadevergoeding.
Bij arrest d.d. 28 juni 2001 van het Hof van beroep te ... werd het vonnis op strafrechtelijk gebied bevestigd.
Op burgerlijk gebied werd hij veroordeeld om aan verzoekster als morele schadevergoeding 100.000 frank of Euro 2.478,94 te betalen.
De door de heer T. ingestelde voorziening in cassatie werd op .. oktober 2001 verworpen.
III. Schadeloosstelling door de dader en financiële situatie van de verzoekster
De raadsman van de heer T. schrijft op 27 november 2001 dat zijn cliënt niet over de financiële middelen beschikt om de burgerlijke partijen te voldoen. Hij stelt verder dat de heer T. nooit vermogend is geweest en dat 6 maanden na diens aanhouding zijn recht op pensioen vervallen is, zodat hij over geen enkele vorm van inkomsten, noch over liggende gelden beschikt. Bovendien verblijft T. in de gevangenis.
Uit een persoonlijk ondertekende verklaring van verzoekster d.d. 13 mei 2003 blijkt dat zij geen enkele verzekeringstussenkomst geniet.
IV. Begroting van de schade
- medische kosten en ziekenhuiskosten: Euro 80,00
- begrafeniskosten: Euro 3.636,64
- moreel nadeel: Euro 4.000,00
- kosten b.p. stelling en procedurekosten: Euro 30,00
Euro 7.746,64
Verzoekster diende veel verantwoordelijkheden op zich te nemen o.a. het regelen en betalen van de begrafenis en heel wat administratie in orde brengen. Bovendien nam zij ook de hoede over de minderjarige zoon van het slachtoffer op zich, niettegenstaande zij zelf net bevallen was van een kindje.
Dit alles maakte het rouwproces erg zwaar. Zij volgde hiervoor een intensieve begeleiding in CGZ M...
te .... Dit blijkt uit een schrijven van de psycholoog - psychotherapeut Verwilt d.d. 2 april 2003.
V. Beoordeling door de Commissie
Het verzoekschrift aan de Commissie is regelmatig naar de vorm en het werd tijdig neergelegd. Aan de ontvankelijkheidsvoorwaarden werd voldaan. De kansen op verhaal tegenover de dader zijn quasi onbestaande.
De wetgeving betreffende de hulp aan slachtoffers van opzettelijke gewelddaden verleent aan de slachtoffers geen subjectief recht op "schadeloosstelling", maar wel op het eventueel bekomen van een "hulp", gesteund op het principe van de collectieve solidariteit. Uit de aard zelf van de hulp volgt dat de "volledige vergoeding" van het door de slachtoffers geleden nadeel niet wordt gewaarborgd. Bij het beoordelen van een hulp dienen de voorschriften van de artikelen 31, 31bis, 32 en 33bis van de wet van 1 augustus 1985 nageleefd te worden.
Wat de "begrafeniskosten" betreft, de Commissie kan deze voor maximaal Euro 2.000 in aanmerking nemen, zoals voorgeschreven door artikel 32, ,§ 4 van de wet van 1 augustus 1985 juncto artikel 2 van het Koninklijk Besluit d.d. 18 december 1986.
Na onderzoek van alle elementen van het dossier en rekening houdend met de ernst van de feiten waarmee verzoekster als nabestaande geconfronteerd werd is de Commissie van mening dat haar een hulp kan toegekend worden zoals hierna bepaald, waarbij de Commissie ervan uitgaat dat het bedrag van de morele schade zoals haar toegekend door de strafrechter een billijke vergoeding is.
OP DIE GRONDEN,
De Commissie,
Gelet op de artikelen 17 ,§ 1, 39 tot 42 van de gecoördineerde wetten van 18 juli 1966 tot regeling van het taalgebruik in bestuurszaken, de artikelen 31 tot 37bis van de wet van 1 augustus 1985, zoals gewijzigd door de wetten van 26 maart 2003 en 22 april 2003 en de artikelen 28 tot 34 van het K.B. van 18 december 1986.
Verklaart het verzoek ontvankelijk.
Kent de verzoekster een hulp toe van Euro 4.588.
Aldus uitgesproken te Brussel, in openbare zitting en in de Nederlandse taal op 26 oktober 2004.