Commissie voor financiële hulp aan slachtoffers van opzettelijke gewelddaden en aan de occasionele redders: Beslissing van 29 Augustus 2006 (België). RG M60565/4816

Date :
29-08-2006
Langue :
Néerlandais
Taille :
2 pages
Section :
Jurisprudence
Source :
Justel N-20060829-3
Numéro de rôle :
M60565/4816

Résumé :

Samenvatting 1

Decision :

Ajoutez le document à un dossier () pour commencer à l'annoter.

I. Feiten

Toen verzoekster op 5 september 2005 's nachts te ... op weg was van haar werk (een restaurant) naar huis, werd ze plots vastgegrepen door een man. Hij sloeg en stampte haar, waardoor ze bewusteloos raakte. Toen verzoekster een heel eind verder terug bij bewustzijn kwam, stelde ze vast dat haar kleren en haar slip uit waren. Tevens was haar handtas met inhoud geroofd.

Verzoekster had het gevoel dat ze verkracht was, hoewel gynaecologisch onderzoek geen duidelijke sporen van verkrachting aantoonde.

II. Vervolging

Verzoekster diende op 5 september 2005 klacht in bij de Politie .... Zij zou zich tevens burgerlijke partij gesteld hebben in handen van onderzoeksrechter Van Santvliet te ..., bij wie de zaak thans nog steeds in onderzoek is (een bewijs van de burgerlijke partijstelling ontbreekt evenwel in het dossier).

III. Gevolgen van de feiten voor verzoekster

Ingevolge de feiten liep verzoekster de volgende letsels op:

- armbreuk;

- kaakbreuk;

- barst onder het oog (even werd gevreesd voor verlies van het oog);

- verlies van twee tanden (een natuurlijke en een valse);

- ernstige aantasting van het evenwichtsorgaan (mogelijks blijvend).

De breuken herstelden langzaam en verzoekster heeft ongeveer twee maanden op vloeibaar voedsel moeten leven.

Verzoekster volgt kinesitherapie voor de arm, nadien is ook kiné nodig voor de kaak.

Op vraag van verzoekster werd aan de Gerechtelijk-geneeskundige dienst de opdracht gegeven verzoekster medisch te onderzoeken teneinde de lichamelijke schade vast te stellen.

IV. Financiële situatie en schadeloosstelling

Verzoekster bevindt zich in een precaire financiële situatie. Zij geniet een bescheiden inkomen (arbeidsongeschiktheidsuitkering van euro 300 à euro 400 per maand).

Ingevolge haar financiële nood diende ze de herstelling van het tandletsel enige tijd uit te stellen. Ook was een afbetalingsplan nodig om de ziekenhuisfacturen te betalen.

Aangezien de dader onbekend bleef, kan de geleden schade niet op hem verhaald worden.

In een persoonlijk ondertekend schrijven d.d. 22 mei 2006 verklaart verzoekster dat geen enkele private verzekering tussenkwam in dekking van de geleden schade.

V. Motivering en begroting van de noodhulp door de verzoekster

Verzoekster vraagt om de toekenning van een noodhulp omdat zij niet over de financiële middelen beschikt om de hoog oplopende (reeds gemaakte en toekomstige) medische kosten te betalen.

De noodhulp wordt begroot op euro 2.117,81 (het betreft het persoonlijk aandeel van de medische en aanverwante kosten):

- ambulance: euro 90,07

- ziekenhuis S...: euro 46,43

- ziekenhuis M...: euro 1.054,66

- doktersconsultaties, ostheopathie, tandarts: euro 825,99

- apotheekkosten: euro 29,09

- bril: euro 118,00

Alle kosten worden behoorlijk gestaafd d.m.v. bewijsstukken.

VI. Beoordeling door de Commissie

Artikel 36 van de wet van 1 augustus 1985 bepaalt de voorwaarden tot toekenning van een noodhulp:

"Onverminderd de toepassing van de artikelen 31 tot 33, § 1, kan de commissie een noodhulp toekennen wanneer elke vertraging bij de toekenning van de hulp de verzoeker een ernstig nadeel kan berokkenen, gelet op zijn financiële situatie.

De noodhulp wordt per schadegeval en per verzoeker toegekend voor schade boven 500 euro en is beperkt tot een bedrag van 15 000 euro.

Het verzoek tot toekenning van een noodhulp kan worden ingediend zodra de verzoeker klacht heeft ingediend of zich burgerlijke partij heeft gesteld.

Wanneer het gaat om de kosten bedoeld in artikel 32, § 1, 2°, is de dringendheid altijd verondersteld. Artikel 33, § 1, is niet van toepassing wanneer de commissie zich uitspreekt over het verzoek tot tenlasteneming van deze kosten. Het reële bedrag van de kosten wordt door de commissie in aanmerking genomen, zonder toepassing van de beperking die bepaald wordt in het tweede lid."

Luidens de eerste alinea van het hierboven geciteerd artikel 36 kan de Commissie aan het slachtoffer een noodhulp toekennen indien deze in financiële moeilijkheden verkeert. Een uitzondering op deze voorwaarde wordt gemaakt voor de medische kosten en de ziekenhuiskosten, met inbegrip van de prothesekosten (zie het laatste lid van artikel 36: "de kosten bedoeld in artikel 32, § 1, 2°"): voor deze kosten wordt de dringendheid verondersteld.

Uit het dossier blijkt dat verzoekster zich in een precaire financiële toestand bevindt, welke haar belet de reeds gemaakte en de nog te maken kosten naar aanleiding van de op haar gepleegde feiten te betalen.

In elk geval kan aan verzoekster een noodhulp worden toegekend ter dekking van de medische en aanverwante kosten.

Gelet op de ernst van de feiten en de gevolgen ervan voor verzoekster, meent de Commissie dat aan verzoekster een noodhulp kan worden toegekend zoals hierna bepaald. Door de toekenning van dit bedrag wordt geanticipeerd op toekomstige rekeningen.

VII. Begroting van de noodhulp door de Commissie

De noodhulp kan in billijkheid begroot worden op euro 2.500.

OP DIE GRONDEN,

De Commissie,

Gelet op de artikelen 17 § 1, 39 tot 42 van de gecoördineerde wetten van 18 juli 1966 tot regeling van het taalgebruik in bestuurszaken, de artikelen 31 tot 37bis van de wet van 1 augustus 1985, zoals gewijzigd door de wetten van 26 maart 2003, 22 april 2003 en 27 december 2004, en de artikelen 14 tot 34 van het K.B. van 18 december 1986,

Verklaart het verzoek tot toekenning van een noodhulp ontvankelijk en kent de verzoekster een noodhulp toe van euro 2.500.

Aldus uitgesproken te Brussel, in openbare zitting en in de Nederlandse taal op 29 augustus 2006.

De secretaris a.i., De voorzitter,

G. VAN DEN ABBEELE D. DESMET