Commissie voor financiële hulp aan slachtoffers van opzettelijke gewelddaden en aan de occasionele redders: Beslissing van 29 November 2005 (België). RG M50530/4185
- Section :
- Jurisprudence
- Source :
- Justel N-20051129-25
- Numéro de rôle :
- M50530/4185
Résumé :
*
Decision :
I. Feiten
Op 10 mei 2000 wilde de buurvrouw van verzoekster, mevrouw Annie Z., een windscherm in haar tuin plaatsen. Verzoekster maakte duidelijk dat zij dat geen goed idee vond en bleef hierover maar doordraven. Daarop verloor Annie Z. haar geduld en sloeg verzoekster met een stok op haar hoofd.
II. Vervolging
Bij vonnis van de Rechtbank van Eerste Aanleg te ¿ d.d. 24 februari 2003 werd aan Annie Z. de opschorting van uitspaak van de veroordeling gedurende een termijn van 3 jaar toegestaan.
Op burgerrechtelijk gebied werd zij veroordeeld om aan verzoekster euro 1.281,34 te betalen.
Zowel Annie Z. als het Openbaar Ministerie tekenden tegen bovenvermeld vonnis hoger beroep aan. Het arrest van het Hof van beroep te ¿ d.d. 17 december 2003 bevestigde het vonnis in al zijn beschikkingen.
Dit arrest is in kracht van gewijsde getreden.
III. Schadeloosstelling door de daderes en financiële middelen van de verzoekster
Uit een brief van de advocaat van de daderes aan de advocaat van verzoekster d.d. 23 maart 2004 blijkt dat er een geregistreerd bewijs voorhanden is. Hierin wordt bevestigd dat de inboedel van de woning van Annie Z. geen eigendom van haar is.
In een brief van het OCMW te ¿ d.d. 24 maart 2004 wordt vermeld dat zij ernstige financiële, sociale en gezondheidsproblemen heeft. Zij krijgt een leefloon.
Uit een persoonlijk ondertekende verklaring van verzoekster blijkt dat zij over geen familiale polis beschikt noch over een polis rechtsbijstand.
IV. Begroting van de schade
- materiële schade euro 222,03
- morele schade euro 315,63
- invaliditeit euro 743,68
euro 1.281,34
Verzoekster vordert de bedragen conform het vonnis d.d. 24 februari 2003.
V. Medische gevolgen
In het deskundigenverslag van Dokter G. Van Den B. d.d. 19 maart 2002 worden volgende vaststellingen omschreven:
Na de slag met een lat van een houten tuinafsluiting op haar linkervoorhoofd is verzoekster wat duizelig geworden en beefde op haar benen. Ze voelde dat ze zou vallen en heeft zich door haar knieën op de weide laten zakken. Ze heeft niet gebloed en is niet bewusteloos geweest. Ze had ook geen blauwe plekken, wel een buil links op de zijkant van het hoofd.
De huisarts sprak van een hersenschudding. Zij had vooral een schrik over haar.
's Anderendaags werd zij in het ziekenhuis van ¿ behandeld. Ze is 5 weken opgenomen gebleven (van 11 mei 2005 tot 26 juni 2000). Zij had schrik om naar huis terug te keren. Verzoekster had al jaren last van ¿zenuwen¿. Van in het begin dat Z. naast verzoekster is komen wonen leefden beide buurvrouwen in onmin met elkaar.
Mevrouw X. zou de medicatie door haar huisarts voorgeschreven levenslang moeten nemen: Piracetam (genericum van Nootropil), Inderal en Diploperon. De inname van deze medicatie kan niet als gevolg van de stokslag worden aanvaard.
Op 25 oktober 2005 legde verzoekster een medisch attest van Dokter Vander B., d.d. 21 oktober 2005. De geneesheer schrijft dat de verklaringen van verzoekster met de werkelijkheid blijken te stroken en dat zij een blijvende angst vertoont bij het zien van Mevr. Z. Annie, en dit sinds de aanval van laatstgenoemde patiënte.
Samengevat:
- de feiten d.d. 10 mei 2000 veroorzaakten een tijdelijke arbeidsongeschiktheid die kan geraamd worden op:
o 100 % van 10/05/2000 tot en met 23/05/2000;
o 50 % van 24/05/2000 tot en met 06/06/2000;
o 25 % van 07/06/2000 tot en met 25/06/2000;
Consolidatiedatum: 26 juni 2000.
- er was geen blijvende arbeidsongeschiktheid;
- een psychische weerslag (invaliditeit) van 2 % is wel te aanvaarden rekening houdend met de leeftijd en de vooraf bestaande toestand alsook met de specifieke weerslag van de feiten;
- er is geen esthetische schade;
- de hospitalisatie kan deels als een rechtstreeks gevolg van de feiten worden aanzien, in de mate van de tijdelijke arbeidsongeschiktheid; voor de rest in het kader van de vooraf bestaande toestand;
- de medicatie die levenslang zou moeten genomen worden, zoals aanvankelijk werd voorgehouden door de burgerlijke partij, kan niet lastens de feiten aanzien worden.
VI. Beoordeing door de Commissie
Het verzoekschrift aan de Commissie is regelmatig naar de vorm en het werd tijdig neergelegd. Aan de ontvankelijkheidsvoorwaarden werd voldaan. De kansen op verhaal tegenover de daderes zijn quasi onbestaande.
De wetgeving betreffende de hulp aan slachtoffers van opzettelijke gewelddaden verleent aan de slachtoffers geen subjectief recht op "schadeloosstelling", maar wel op het eventueel bekomen van een "hulp", gesteund op het principe van de collectieve solidariteit. Uit de aard zelf van de hulp volgt dat de "volledige vergoeding" van het door de slachtoffers geleden nadeel niet wordt gewaarborgd. Bij het beoordelen van een hulp dienen de voorschriften van de artikelen 31, 31bis, 32, 33 en 33bis van de wet van 1 augustus 1985 nageleefd te worden.
Artikel 31 van de wet van 1 augustus 1985 bepaalt dat verzoekster een ernstige lichamelijke of psychische schade heeft ondervonden als rechtstreeks gevolg van de gewelddaad; mede gelet op de leeftijd van de verzoekster kan geredelijk aangenomen worden dat aan deze voorwaarde is voldaan.
*
* *
OP DIE GRONDEN,
De Commissie,
Gelet op de artikelen 17 § 1, 39 tot 42 van de gecoördineerde wetten van 18 juli 1966 tot regeling van het taalgebruik in bestuurszaken, de artikelen 31 tot 37bis van de wet van 1 augustus 1985, zoals gewijzigd door de wetten van 26 maart 2003 en 22 april 2003, de programmawet van 27 december 2004 en de artikelen 28 tot 34 van het K.B. van 18 december 1986.
Verklaart het verzoek ontvankelijk.
Kent de verzoekster een hulp toe van euro 1.281.
Aldus uitgesproken te Brussel, in openbare zitting en in de Nederlandse taal op 29 november 2005.