Commissie voor financiële hulp aan slachtoffers van opzettelijke gewelddaden en aan de occasionele redders: Beslissing van 9 November 2004 (België). RG M40082;3351

Date :
09-11-2004
Langue :
Néerlandais
Taille :
1 page
Section :
Jurisprudence
Source :
Justel N-20041109-5
Numéro de rôle :
M40082;3351

Résumé :

Samenvatting 1

Decision :

Ajoutez le document à un dossier () pour commencer à l'annoter.
(...)
I. Feiten
Uit de stukken blijkt dat mevrouw X., moeder van Rani Y., op 5 november 2000 het slachtoffer werd van een poging tot doodslag.
De feiten werden gepleegd door de ex-echtgenoot van mevrouw X., de genaamde Koenraad V..
Rani zat in de wagen toen haar moeder naar de dienst spoedgevallen werd overgebracht.
II. Vervolging
Bij arrest van het Hof van Assisen van de provincie ... d.d. 20 december werd Koenraad V. veroordeeld tot een opsluiting van 10 jaar.
Bij arrest van hetzelfde hof d.d. 14 februari 2003 werd Koenraad V. onder meer veroordeeld om aan verzoekster q.q. het bedrag te betalen van Euro 1.000,00, te vermeerderen met de intresten. Het betreft een vergoeding voor de door Rani geleden morele schade naar aanleiding van de feiten d.d. 5 november 2000.
Beide arresten zijn in kracht van gewijsde getreden.
III. Schadeloosstelling en financiële situatie
Verzoekster q.q. ontving van de verzekeraar een bedrag van Euro 6.198,00 in het kader van een waarborg 'insolvabiliteit'.
Bij schrijven d.d. 9 september 2003 deelde gerechtsdeurwaarder H. aan de raadsman van verzoekster q.q.
mede dat Koenraad V. zijn gevangenisstraf zou uitzitten in de hulpgevangenis te ... en dit tot 2 januari 2011.
IV. Medische gevolgen
Uit de conclusies die de raadsman van verzoekster q.q. neerlegde voor het Hof van Assisen van de provincie ... kunnen wij het volgende afleiden:
"Gerechtsdeskundige T. stelt dat Rani een trauma heeft meegemaakt n.a.v. het gewelddadig gedrag van de heer V. naar haar moeder (november 2000) en de reeds opgestarte psychotherapeutische begeleiding dient te worden verder gezet. Ook gerechtsdeskundige C. stelt dat een gezinstherapeutische aanpak van Rani met moeder noodzakelijk is;
Bijgevolg volgt Rani speltherapie bij psycholoog D. in het CGG te ... in een poging om het trauma te verwerken".
V. Begroting van de schade door de verzoekster q.q.
Verzoekster q.q. vraagt een hulp van Euro 1.000,00 voor de door haar dochter geleden morele schade.
VI. Beoordeling door de Commissie
De wetgeving betreffende de hulp aan slachtoffers van opzettelijke gewelddaden verleent aan de slachtoffers geen subjectief recht op "schadeloosstelling", maar wel op het eventueel
bekomen van een "hulp", gesteund op het principe van de collectieve solidariteit. Uit de aard zelf van de hulp volgt dat de "volledige vergoeding" van het door de slachtoffers geleden nadeel niet wordt gewaarborgd.
Bij het beoordelen van een hulp dienen de voorschriften van de artikelen 31, 31bis, 32, 33 en 33bis van de wet van 1 augustus 1985 nageleefd te worden.
Luidens de bepalingen van artikel 31, ,§1 van de wet van 1 augustus 1985 kunnen enkel die personen die een ernstig lichamelijk letsel of nadeel voor hun gezondheid hebben opgelopen als rechtstreeks gevolg van een opzettelijke gewelddaad op hun persoon gepleegd, een hulp van de Staat vragen. In onderhavig geval is Rani niet zelf het slachtoffer is geweest van een gewelddaad op haar persoon, doch enkel in de ziekenwagen zat die haar gewonde moeder vervoerde, zodat haar vraag tot het bekomen van een hulp niet ontvankelijk is.
x
x x
OP DIE GRONDEN,
De Commissie,
Gelet op de artikelen 17 ,§ 1, 39 tot 42 van de gecoördineerde wetten van 18 juli 1966 tot regeling van het taalgebruik in bestuurszaken, de artikelen 31 tot 37bis van de wet van 1 augustus 1985, zoals gewijzigd door de wetten van 26 maart 2003 en 22 april 2003 en de artikelen 28 tot 34 van het K.B. van 18 december 1986,
Verklaart het verzoek niet ontvankelijk.
Aldus uitgesproken te Brussel, in openbare zitting en in de Nederlandse taal op 9 november 2004.