Grondwettelijk Hof (Arbitragehof): Arrest van 11 Maart 1993 (België). RG 375

Date :
11-03-1993
Langue :
Français Néerlandais
Taille :
1 page
Section :
Jurisprudence
Source :
Justel N-19930311-3
Numéro de rôle :
375

Résumé :

Het Hof verwerpt het beroep. (2.B.1. Blijkens de parlementaire voorbereiding beoogt de wet van 18 juli 1991 "(...) de toegang tot de magistratuur objectief te laten verlopen en de opleiding van magistraten te verbeteren". De wet voorziet daartoe in twee toegangswegen tot de magistratuur : de eerste staat open voor degenen die zich vanaf het begin aangetrokken voelen tot een carrière in de magistratuur; zijn kunnen deelnemen aan een vergelijkend toelatingsexamen voor de gerechtelijke stage, na afloop waarvan zijn tot magistraat kunnen worden benoemd. De tweede toegangsweg staat open voor kandidaten met specifieke beroepservaring die dienen te slagen voor een niet-vergelijkend examen inzake de beroepsbekwaamheid. 2.B.2. Het huidige beroep heeft betrekking op de eerste toegangsmogelijkheid tot de magistratuur en beoogt de vernietiging van de voorwaarde dat een kandidaat, vooraleer hij tot gerechtelijk stagiair kan worden benoemd, ten minste één jaar stage bij de balie moet hebben doorgemaakt. Volgens de verzoeker is het gehanteerd criterium niet pertinent ten aanzien van het nagestreefde doel, te weten over een bekwame en gedepolitiseerde magistratuur te beschikken. 2.B.3. De grondwettelijke regels van de gelijkheid en van de niet-discriminatie sluiten niet uit dat een verschil in behandeling tussen bepaalde categorieën van personen zou worden ingesteld, voor zover voor het criterium van onderscheid een objectieve en redelijke verantwoording bestaat. Het bestaan van een dergelijke verantwoording moet worden beoordeeld, met inachtneming van het doel en de gevolgen van de bestreden maatregel en van de aard van de in het geding zijnde beginselen; het gelijkheidsbeginsel is geschonden wanneer vaststaat dat de aangewende middelen redelijkerwijze niet evenredig zijn met het geoogde doel. 2.B.5. De ervaning aan de balie heeft specifieke kenmerken die men niet aantreft in onverschillig welke ervaring die is opgedaan in andere juridische beroepen. Die specifieke kenmerken houden verband met het feit dat ervaring aan de balie bij uitstek de kennis meebrengt van een aantal realiteiten waarmee ook een magistraat in zijn ambtsuitoefening wordt geconfronteerd, wat hem onder meer een beter inzicht verleent in het verloop van de gerechtelijke procedure en in de rol van de medewerkers van het gerecht, een betere kennis bijbrengt van de rechtsonderhorigen, een beter aanvoelen van het begrip van het tegensprekelijk debat en van het beginsel van de rechten van de verdediging. Het staat aan de wetgever te oordelen dat ten aanzien van hen die van geen bijzondere beroepservaring doen blijken om tot de magistratuur toe te treden, die specifieke kenmerken doorslaggevend zijn voor de toelating tot de gerechtelijke stage. 2.B.6. De opwerping van de verzoeker dat de loutere inschrijving op de lijst van de advocaten-stagiaire geen enkele zekerheid biedt dat de stage ook daadwerkelijk wordt volbracht, kan niet worden aanvaard, aangezien de rechter die de grondwettigheid van wettelijke normen dient te beoordelen, geen rekening kan houden met de omstandigheid dat de bij de wet en de reglementen voorgeschreven verplichtingen niet effectief zouden worden nagekomen. 2.B.7. De overweging dat tijdens de gerechtelijke stage in een praktische opleiding voor kandidaat-magistraten wordt voorzien doet geen afbreuk aan de pertinentie van de voorwaarde om over voorafgaande balie-ervaring te beschikken. Immers, de wetgever kon redelijkerwijze van oordeel zijn dat, gelet op de specificiteit van de ervaring aan de balie, die ervaring noodzakelijk is, zelfs indien naderhand een grondige opleiding in het kader van de gerechtelijke stage moet worden doorgemaakt. 2.B.8. Uit de omstandigheid dat voor benoemingen van magistraten ingevolge het slagen voor het niet-vergelijkend examen inzake de beroepsbekwaamheid niet noodzakelijk voorafgaande ervaring bij de balie is vereist, kan niet worden afgeleid dat de voorwaarde die die ervaring wel oplegt aan kandidaten die tot magistraat kunnen worden benoemd op basis van de gerechtelijke stage, waartoe een vergelijkend examen toegang geeft, niet pertinent zou zijn. Immers, voormelde twee toegangswegen tot de magistratuur zijn, wat het vereiste van een voorafgaande balie-ervaring betreft, niet vergelijkbaar, gelet op het verschillend doel dat de wetgever voor ogen stond. De toegang tot de magistratuur op basis van het vergelijkend toelatingsexamen voor de gerechtelijke stage staat open voor diegenen die zich van meet af aan tot een loopbaan in de magistratuur aangetrokken voelen. Er wordt enkel vereist dat, behoudens het slagen voor een toelatingsexamen, één jaar stage aan de balie werd gelopen. De toegang tot de magistratuur op basis van het examen inzake beroepsbekwaamheid daarentegen staat open voor kandidaten met de door de wet vereiste ervaring. Indien die kandidaten met een belangrijke beroepservaring zouden worden verplicht zich aan de balie in te schrijven, zou het risico bestaan dat de tweede toegang tot de magistratuur louter theoretisch wordt, terwij de wetgever juist die beroepservaring in aanmerking heeft willen nemen voor benoemingen tot magistraat. Het eerste middel is niet gegrond. 2.B.9. De verzoeker voert een tweede middel aan volgens hetwelk de bestreden bepaling een sociale discriminatie uitmaakt doordat juristen die om sociaal-financiële redenen in de onmogelijkheid verkeerden het advocatenberoep aan te vatten in de praktijk de toegang tot de gerechtelijke stage wordt ontzegd. De in het middel aangevoerde overwegingen zijn niet determinerend, vermits de wetgever redelijkerwijze heeft kunnen oordelen dat een toelatingsvoorwaarde tot een beroep, zoals een vereiste van een diploma of een stage, was ingegeven door de bezorgdheid voor het algemeen belang. Het tweede middel is niet gegrond.)

Arrêt :

La version intégrale et consolidée de ce texte n'est pas disponible.