Grondwettelijk Hof (Arbitragehof): Arrest van 5 Februari 2015 (België). RG 14/2015

Date :
05-02-2015
Langue :
Allemand Français Néerlandais
Taille :
2 pages
Section :
Jurisprudence
Source :
Justel N-20150205-4
Numéro de rôle :
14/2015

Résumé :

Het Hof - schrapt het beroep van de rol in zoverre het betrekking heeft op artikel 33 van de wet van 28 december 2011 houdende diverse bepalingen; - stelt vast dat het beroep voor het overige zonder voorwerp is.

Arrêt :

Ajoutez le document à un dossier () pour commencer à l'annoter.

Het Grondwettelijk Hof,

samengesteld uit de voorzitters A. Alen en J. Spreutels, en de rechters E. De Groot, L. Lavrysen, J.-P. Snappe, J.-P. Moerman, E. Derycke, T. Merckx-Van Goey, P. Nihoul, F. Daoût, T. Giet en R. Leysen, bijgestaan door de griffier F. Meersschaut, onder voorzitterschap van voorzitter A. Alen,

wijst na beraad het volgende arrest :

I. Onderwerp van het beroep en rechtspleging

Bij verzoekschrift dat aan het Hof is toegezonden bij op 16 juni 2012 ter post aangetekende brief en ter griffie is ingekomen op 18 juni 2012, is beroep tot vernietiging ingesteld van de artikelen 33, 43, 46 tot 50 en 62 tot 64 van de wet van 28 december 2011 houdende diverse bepalingen (bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad van 30 december 2011, vierde editie) door Christian Peeters en Kristien Janssens.

Bij tussenarrest nr. 82/2013 van 13 juni 2013, bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad van 18 juli 2013, heeft het Hof :

- beslist dat het beroep tot vernietiging, in zoverre het is gericht tegen artikel 33 van de wet van 28 december 2011 houdende diverse bepalingen, van de rol zal worden geschrapt indien geen enkel beroep tot vernietiging van artikel 88 van de programmawet van 27 december 2012 binnen de wettelijke termijn wordt ingesteld of indien een dergelijk beroep, in de veronderstelling dat het wordt ingesteld, door het Hof zou worden verworpen;

- de uitspraak over het beroep tot vernietiging, in zoverre het is gericht tegen de artikelen 62 tot 64 van de wet van 28 december 2011 houdende diverse bepalingen, aangehouden in afwachting van het antwoord van het Hof van Justitie van de Europese Unie op de prejudiciële vraag die door het Hof is gesteld bij het arrest nr. 68/2013 van 16 mei 2013;

- het beroep voor het overige verworpen.

Bij arrest van 9 oktober 2014 in de zaak C-299/13 heeft het Hof van Justitie van de Europese Unie op de vraag gesteld in voormeld arrest nr. 68/2013 geantwoord.

Bij beschikking van 25 november 2014 heeft het Hof, na de rechters-verslaggevers R. Leysen en F. Daoût te hebben gehoord, beslist dat de zaak in staat van wijzen is, dat geen terechtzitting zal worden gehouden, tenzij een partij binnen zeven dagen na ontvangst van de kennisgeving van die beschikking een verzoek heeft ingediend om te worden gehoord, en dat, behoudens zulk een verzoek, de debatten zullen worden gesloten op 17 december 2014 en de zaak in beraad zal worden genomen.

Aangezien geen enkel verzoek tot terechtzitting werd ingediend, is de zaak op 17 december 2014 in beraad genomen.

(...)

II. In rechte

(...)

B.1. Bij zijn arrest nr. 82/2013 van 13 juni 2013 heeft het Hof het onderhavige beroep verworpen in zoverre het betrekking had op de artikelen 43 en 46 tot 50 van de wet van 28 december 2011 houdende diverse bepalingen.

Bij hetzelfde arrest heeft het Hof beslist dat het onderhavige beroep, in zoverre het betrekking had op artikel 33 van de wet van 28 december 2011, van de rol zou worden geschrapt indien geen enkel beroep tot vernietiging van artikel 88 van de programmawet van 27 december 2012 binnen de wettelijke termijn zou worden ingesteld of indien een dergelijk beroep, in de veronderstelling dat het zou worden ingesteld, door het Hof zou worden verworpen.

Bij hetzelfde arrest heeft het Hof ten slotte de uitspraak over het onderhavige beroep, in zoverre het betrekking had op de artikelen 62 tot 64 van de wet van 28 december 2011, aangehouden in afwachting van het antwoord van het Hof van Justitie van de Europese Unie op de prejudiciële vraag die door het Hof is gesteld bij zijn arrest nr. 68/2013 van 16 mei 2013.

B.2. Er werd binnen de wettelijke termijn geen beroep tot vernietiging ingesteld tegen artikel 88 van de programmawet van 27 december 2012. Bijgevolg dient het onderhavige beroep van de rol te worden geschrapt in zoverre het betrekking heeft op artikel 33 van de wet van 28 december 2011.

B.3. Als gevolg van het arrest van het Hof van Justitie van de Europese Unie van 9 oktober 2014 (HvJ, Isabelle Gielen, C-299/13) heeft het Hof de artikelen 61 tot 68 en 69, tweede lid, van de wet van 28 december 2011 vernietigd bij zijn arrest nr. 12/2015 van 5 februari 2015. Bijgevolg is het onderhavige beroep zonder voorwerp in zoverre het betrekking heeft op de artikelen 62 tot 64 van de wet van 28 december 2011.

B.4. Gelet op het voorgaande is het onderhavige beroep zonder voorwerp.

Om die redenen,

het Hof

- schrapt het beroep van de rol in zoverre het betrekking heeft op artikel 33 van de wet van 28 december 2011 houdende diverse bepalingen;

- stelt vast dat het beroep voor het overige zonder voorwerp is.

Aldus gewezen in het Nederlands, het Frans en het Duits, overeenkomstig artikel 65 van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op het Grondwettelijk Hof, op 5 februari 2015.

De griffier,

F. Meersschaut

De voorzitter,

A. Alen