Hof van Cassatie: Arrest van 1 Oktober 2008 (België). RG P.08.1355.F
- Section :
- Jurisprudence
- Source :
- Justel N-20081001-2
- Numéro de rôle :
- P.08.1355.F
Résumé :
Wanneer tegen de vreemdeling een bevel is uitgevaardigd om het grondgebied te verlaten, samen met een beslissing tot teruggeleiding naar de grens en een daartoe genomen maatregel van vrijheidsberoving, en de gemachtigde van de minister van Binnenlandse Zaken heeft beslist om de hechtenis van de vreemdeling met twee maanden te verlengen, is deze beslissing tot verlenging geen autonome titel van vrijheidsberoving.
Arrêt :
Nr. P.08.1355.F
D. M.,
Mr. Tanguy Kelecom, advocaat bij de balie te Luik, en mr. Christophe Knockaert, advocaat bij de balie te Brussel.
I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF
Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het Hof van Beroep te Luik, kamer van inbeschuldigingstelling, van 14 augustus 2008.
De eiser voert in een memorie die op 20 augustus 2008 op de griffie van het Hof is neergelegd, twee middelen aan.
Afdelingsvoorzitter Jean de Codt heeft verslag uitgebracht.
Procureur-generaal Jean-François Leclercq heeft geconcludeerd.
II. BESLISSING VAN HET HOF
Beoordeling
A. Cassatieberoep van de eiser
Uit een brief van de Dienst Vreemdelingenzaken van 25 september 2008 blijkt dat de maatregel van vrijheidsberoving die ten aanzien van de eiser is genomen, op 29 augustus verviel, de dag waarop hij werd gerepatrieerd.
Het cassatieberoep heeft bijgevolg geen bestaansreden meer.
Er is geen grond om acht te slaan op de memorie van de eiser die geen verband houdt met de omstandigheid dat het cassatieberoep geen bestaansreden meer heeft.
B. Cassatieberoep dat door de procureur-generaal, overeenkomstig artikel 442 van het Wetboek van Strafvordering, op de terechtzitting is ingesteld
Over het middel dat de schending aanvoert van de artikelen 71 en 72 van de wet van 15 december 1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen:
Tegen de eiser werd op 10 juni 2008, met toepassing van artikel 7, eerste lid, 1°, tweede en derde lid, van de Wet van 15 december 1980, een bevel uitgevaardigd om het grondgebied te verlaten, dat gepaard ging met een beslissing tot teruggeleiding naar de grens en een daartoe genomen maatregel van vrijheidsberoving.
De kamer van inbeschuldigingstelling diende uitspraak te doen over een verzoek tot invrijheidstelling met betrekking tot de hechtenis die op grond van de voormelde titel is ondergaan.
De gemachtigde van de minister van Binnenlandse zaken heeft op 8 augustus 2008 beslist om de hechtenis van de eiser met twee maanden te verlengen. Deze beslissing die met toepassing van artikel 7, vierde lid, van de Wet van 15 december 1980 is genomen, is geen autonome titel van vrijheidsberoving.
Tegen de aanvankelijke maatregel, waarvan de gevolgen blijven voortduren, kan tot de repatriëring het rechtsmiddel worden opgeworpen dat bij de artikelen 71 en 72 van de wet is ingevoerd, zodat de appelrechters deze bepalingen schenden door te overwegen dat wegens de verlenging van 8 augustus 2008, het verzoek geen bestaansreden meer had.
Dictum
Het Hof,
Verwerpt het cassatieberoep van de eiser.
Laat de kosten ten laste van de Staat.
En, op het cassatieberoep van de procureur-generaal,
Gelet op artikel 442 van het Wetboek van Strafvordering,
Vernietigt het bestreden arrest, doch alleen in het belang van de wet.
Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het vernietigde arrest.
Zegt dat er geen grond is tot verwijzing.
Aldus geoordeeld door het Hof van Cassatie, tweede kamer, te Brussel, door afdelingsvoorzitter Jean de Codt, de raadsheren Paul Mathieu, Benoît Dejemeppe, Jocelyne Bodson en Pierre Cornelis, en in openbare terechtzitting van 1 oktober 2008 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Jean de Codt, in aanwezigheid van procureur-generaal Jean-François Leclercq, met bijstand van griffier Fabienne Gobert.
Vertaling opgemaakt onder toezicht van afdelingsvoorzitter Edward Forrier en overgeschreven met assistentie van afgevaardigd griffier Véronique Kosynsky.
De afgevaardigd griffier, De afdelingsvoorzitter,