Hof van Cassatie: Arrest van 10 Februari 2016 (België). RG P.15.1536.F

Date :
10-02-2016
Langue :
Français Néerlandais
Taille :
1 page
Section :
Jurisprudence
Source :
Justel N-20160210-6
Numéro de rôle :
P.15.1536.F

Résumé :

Artikel 442bis, eerste lid, Strafwetboek, bestraft hij die, door niet-aflatende of steeds terugkerende gedragingen, iemands persoonlijke levenssfeer ernstig aantast door hem op irritante wijze lastig te vallen, daar waar hij dat gevolg van zijn gedrag kende of moest kennen; daartoe is vereist dat de aan de klager berokkende overlast objectief als zwaar storend kan worden ervaren, wegens totaal onverantwoord; de rechter mag bijgevolg zijn beoordeling niet louter gronden op de gevolgen van het gedrag van de dader, zoals die subjectief door het slachtoffer worden ervaren, maar moet de ernst van de verstoring van de rust afwegen tegen de gevolgen die, in de algemene opinie, dergelijk onverantwoord, irritant en herhaald gedrag op de bevolking of het betrokken sociaal milieu kan hebben (1). (1) Zie Cass. 8 september 2010, AR P.10.0523.F, AC 2010, nr. 503; Cass. 20 februari 2013, AR P.12.1629.F, AC 2013, nr. 119.

Arrêt :

Ajoutez le document à un dossier () pour commencer à l'annoter.

Nr. P.15.1536.F

A. B.,

Mr. Daisy Chichoyan en mr. Juan Castiaux, beiden advocaat bij de balie te Brus-sel,

tegen

1. J.-M. M. de R.,

2. R. C.,

3. P. P.,

Mr. Caroline De Baets, advocaat bij het Hof van Cassatie.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Luik, ka-mer van inbeschuldigingstelling, van 26 oktober 2015.

De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, zeven middelen aan.

Afdelingsvoorzitter Frédéric Close heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal Raymond Loop heeft geconcludeerd.

II. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

Het arrest, dat uitspraak doet op het hoger beroep dat het openbaar ministerie had beperkt tot de beslissing van de raadkamer om de uitspraak over de regeling van de rechtspleging aan te houden die tegen de verweerders onder meer werd ge-voerd wegens de onder H.713 omschreven feiten van belaging, beveelt de buiten-vervolgingstelling voor die feiten.

(...)

Derde middel

Het middel verwijt het arrest eigenlijk dat het de beslissing om de uitspraak aan te houden hervormt, terwijl het misdrijf belaging herhaalde en niet-aflatende gedra-gingen vereist en dat, volgens de eiser, het bestaan van voldoende bezwaren slechts kon worden beoordeeld in het licht van gegevens die in het kader van het afzonderlijk onderzoek zijn vergaard.

De kamer van inbeschuldigingstelling heeft geoordeeld dat het haar voorgelegde onderzoek alle gegevens had verzameld op grond waarvan zij met kennis van za-ken uitspraak kon doen over het al dan niet bestaan van voldoende bezwaren.

Het middel dat opkomt tegen die feitelijke beoordeling, is niet ontvankelijk.

(...)

Zesde middel

Het middel voert aan dat de kamer van inbeschuldigingstelling, louter op het ho-ger beroep van de procureur des Konings tegen een beschikking om de uitspraak aan te houden, de buitenvervolgingstelling niet kan bevelen, aangezien een derge-lijke beslissing, die het instellen van de strafvordering benadeelt, de toestand van de eiser in hoger beroep verzwaart.

Door het hoger beroep van het openbaar ministerie neemt de appelrechter kennis van de strafvordering in haar volledige omvang. Daaruit volgt dat het hogere ge-recht, waarbij alleen dat hoger beroep aanhangig is gemaakt, ten gunste van de gedaagde uitspraak kan doen.

Het middel, dat erop neerkomt aan het hoger beroep van de vervolgende partij een relatieve werking toe te kennen, faalt naar recht.

(...)

Dictum

Het Hof,

Gelet op artikel 1105bis, Gerechtelijk Wetboek,

Uitspraak doende met eenparigheid van stemmen,

Verwerpt het cassatieberoep.

Veroordeelt de eiser tot de kosten.

Aldus geoordeeld door het Hof van Cassatie, tweede kamer, te Brussel, door afdelingsvoorzitter Frédéric Close, de raadsheren Benoît Dejemeppe en Pierre Cornelis, en in openbare terechtzitting van 10 februari 2016 uitgesproken door af-delingsvoorzitter Frédéric Close, in aanwezigheid van advocaat-generaal Raymond Loop, met bijstand van griffier Tatiana Fenaux.

Vertaling opgemaakt onder toezicht van voorzitter Paul Maffei en overge-schreven met assistentie van griffier-hoofd van dienst Karin Merckx.

De griffier-hoofd van dienst, De voorzitter,