Hof van Cassatie: Arrest van 10 November 1999 (België). RG P991019F

Date :
10-11-1999
Langue :
Français Néerlandais
Taille :
1 page
Section :
Jurisprudence
Source :
Justel N-19991110-21
Numéro de rôle :
P991019F

Résumé :

Het hof van beroep omkleedt zijn beslissing om de wegens diefstal en, subsidiair, wegens heling vervolgde beklaagde schuldig te verklaren niet regelmatig met redenen, wanneer het, na die telastleggingen niet bewezen te hebben verklaard, jegens de beklaagde de telastlegging bedrieglijk verbergen, waartegen hij zich voor het hof heeft moeten verdedigen, bewezen verklaart, maar dat misdrijf niet in de bewoordingen van de wet omschrijft.

Arrêt :

Ajoutez le document à un dossier () pour commencer à l'annoter.
HET HOF,
Gelet op het bestreden arrest, op 2 juni 1999 gewezen door het Hof van Beroep te Luik;
I. In zoverre de voorziening gericht is tegen de beslissing op de strafvordering
A. waarbij eiser vrijgesproken wordt van de telastleggingen A.1, B.2 en C.3:
Overwegende dat de voorziening, bij gebrek aan belang, niet ontvankelijk is;
B. waarbij eiser veroordeeld wordt wegens bedrieglijk verbergen:
Over het middel:
Overwegende dat het arrest, nu het zich ertoe beperkt "de telastlegging van bedrieglijk verbergen, waartegen hij zich voor het hof (van beroep) heeft moeten verdedigen, bewezen te verklaren, met de precisering dat het feit is gepleegd op 13 juli 1997" zonder dat misdrijf in de bewoordingen van de wet te omschrijven, eisers schuldverklaring niet regelmatig met redenen omkleedt;
Dat het middel, wat dat betreft, gegrond is;
II. In zoverre de voorziening gericht is tegen de beslissing op de burgerlijke rechtsvordering:
Overwegende dat de vernietiging, op de onbeperkte voorziening van eiser, beklaagde, van de beslissing op de strafvordering die tegen hem is ingesteld wegens de telastlegging van bedrieglijk verbergen, de vernietiging meebrengt van de eindbeslissing op de tegen hem ingestelde burgerlijke rechtsvordering, die voortvloeit uit de eerstgenoemde beslissing;
OM DIE REDENEN,
Vernietigt het bestreden arrest, in zoverre het eiser, op de strafvordering, veroordeelt wegens de telastlegging van bedrieglijk verbergen, en in zoverre het uitspraak doet over de burgerlijke rechtsvordering;
Verwerpt de voorziening voor het overige;
Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het gedeeltelijk vernietigde arrest;
Veroordeelt eiser en verweerder, respectievelijk, in één vierde en in de helft van de kosten van de voorziening en laat het overblijvende vierde ten laste van de Staat;
Verwijst de aldus beperkte zaak naar het Hof van Beroep te Bergen.