Nous sommes très heureux de voir que vous aimez notre plateforme ! En même temps, vous avez atteint la limite d'utilisation... Inscrivez-vous maintenant pour continuer.

Hof van Cassatie: Arrest van 11 Februari 1993 (België). RG F1229F

Date :
11-02-1993
Langue :
Français Néerlandais
Taille :
1 page
Section :
Jurisprudence
Source :
Justel N-19930211-1
Numéro de rôle :
F1229F

Résumé :

Met de woorden "behaalde" en "vastgestelde" winsten en baten, beoogt art. 31, 1°, Wetboek van de Inkomstenbelastingen respectievelijk de verwezenlijkte meerwaarden en de meerwaarden die niet verwezenlijkt zijn maar aan het licht komen o.m. bij de volledige en definitieve stopzetting door de belastingplichtige van de exploitatie van zijn bedrijf.

Arrêt :

Ajoutez le document à un dossier () pour commencer à l'annoter.
HET HOF; - Gelet op het bestreden arrest, op 15 mei 1992 door het hof van Beroep te Bergen gewezen;
Over het middel : schending van de artikelen 31, 1°, en 265 van het Wetboek van de Inkomstenbelastingen en van de artikelen 164, a, en 167, alinéa 1, 3°, a, van het koninklijk besluit van 4 maart 1965 tot uitvoering van het Wetboek van de Inkomstenbelastingen, en miskenning van het feit dat die bepalingen de openbare orde raken,
Overwegende dat het arrest erop wijst dat verweerder bij overeenkomst van 7 september 1979, zijn handelszaak heeft overgedragen "tegen het bedrag van 1.800.000 frank, benevens de niet nader aangegeven waarde van de voorraad", dat verweerder slechts 400.000 frank van de verkoopprijs heeft ontvangen en dat de Rechtbank van Eerste Aanleg te Bergen, bij het in kracht van gewijsde gegane vonnis van 17 februari 1984, "voor recht heeft gezegd dat de overeenkomst (...) is ontbonden omdat (de koper) zijn verbintenis tot betaling van de prijs niet was nagekomen"; dat de directeur der belastingen, op bezwaarschrift van verweerder, het bedrag van de meerwaarde die in het aanslagjaar 1980 (tegen 16,5 pct.) belastbaar was heeft teruggebracht tot 1.498.038 frank;
Overwegende dat, overeenkomstig artikel 31, 1°, van het Wetboek van de Inkomstenbelastingen, zoals het ten tijde van de feiten van toepassing was, bedrijfsinkomsten zijn, de winsten en baten die worden behaald of vastgesteld uit hoofde of ter gelegenheid van de volledige en definitieve stopzetting, door de belastingplichtige, van de exploitatie van zijn bedrijf of van de uitoefening van een vrij beroep, een ambt, post of winstgevende bezigheid en die voortkomen van meerwaarden op lichamelijke of onlichamelijke activa, met inbegrip van grondstoffen, produkten en koopwaren, die voor die exploitatie, dat beroep of die bezigheid werden aangewend;
Overwegende dat, enerzijds, de wetgever met de woorden "behaalde" en "vastgestelde" winsten en baten respectievelijk de verwezenlijkte meerwaarden en de meerwaarden die niet verwezenlijkt zijn, beoogt;
Overwegende dat, anderzijds, wanneer, zoals te dezen, bij de overdracht van een handelszaak dergelijke meerwaarden aan het licht zijn gekomen, de administratie daarvan belasting mag heffen over het aanslagjaar tijdens hetwelk de overdracht heeft plaatsgehad; dat de administratie weliswaar, overeenkomstig artikel 246 van het Wetboek van de Inkomstenbelastingen, de plicht heeft het bestaan en het bedrag van die winsten of baten te bepalen en daartoe alle door het gemeen recht toegelaten bewijsmiddelen mag aanvoeren, met uitzondering van de eed; dat evenwel de ontbinding van de overeenkomst tot overdracht van de handelszaak niet tot gevolg kan hebben dat de vaststelling, door de administratie, van het bestaan van de in voornoemd artikel 31, 1°, bedoelde meerwaarden ongedaan wordt gemaakt en evenmin eraan kan in de weg staan dat die meerwaarden, en niet de prijs voor de overdracht, tot grondslag van de belasting kunnen dienen;
Dat derhalve het arrest, nu het beslist dat de handelszaak wegens de terugwerkende kracht van de ontbinding van de overdracht ervan "nooit was verwezenlijkt" en "dus nooit enige meerwaarde had kunnen opleveren" en nu het de bestreden beslissing tenietdoet, in zoverre zij het bedrag van de belastbare meerwaarde had vastgesteld, niet naar recht is verantwoord;
Dat het middel gegrond is;
Om die redenen, vernietigt het bestreden arrest in zoverre het, enerzijds, de bestreden beslissing vernietigt "doordat zij het bedrag van de meerwaarde, die belastbaar was tegen 16,5 pct., heeft vastgesteld op 1.498.038 frank" en, anderzijds, uitspraak doet over de kosten; beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het gedeeltelijk vernietigde arrest; houdt de kosten aan en laat de beslissing daaromtrent aan de feitenrechter over; verwijst de aldus beperkte zaak naar het Hof van Beroep te Luik.