Hof van Cassatie: Arrest van 11 Mei 1977 (België). RG 2179

Date :
11-05-1977
Langue :
Néerlandais
Taille :
1 page
Section :
Jurisprudence
Source :
Justel N-19770511-5
Numéro de rôle :
2179

Résumé :

Uit het geheel van de elementen die hij opgeeft kon de rechter (Arbeidshof Bergen, 26 april 1976) in concreto beslissen dat er geen gezagsverhouding tussen partijen bestond: "Overwegende dat het arrest vaststelt dat eiser, die met verweerster een contract had gesloten waarin hij een zelfstandig vertegenwoordiger wordt genoemd, full-time voor een andere firma werkte, dat hij geen gewaarborgd loon ontving en niet verplicht was een minimum omzetcijfer te maken; dat het erop wijst dat eiser zijn werkzaamheid blijkbaar beperkt had tot het overdragen van bestellingen; Dat het daaruit afleidt 'dat uit de uitvoering van het contract _ dat zelf iedere gezagsverhouding uitsluit _ genoegzaam blijkt dat, hoewel C. economisch van de Brouwerij H. afhing, hij echter niet onderworpen was aan het gezag van de opdrachtgever'; Dat het dientengevolge beslist dat het vermoeden inzake het bestaan van een arbeidsovereenkomst voor bedienden dat is neergelegd in artikel 2, tweede lid, van de wet van 30 juli 1963 tot instelling van het statuut der handelsvertegenwoordigers ontzenuwd is; Overwegende dat de omstandigheid dat eiser full-time voor een andere firma werkte niet noodzakelijk uitsluit dat hij economisch van verweerster afhing; dat deze vaststellingen van het arrest dus niet tegenstrijdig zijn; Overwegende dat artikel 2, vierde lid, van de wet van 30 juli 1963 met name bepaalt dat luidens de bewoordingen van deze wet geen handelsvertegenwoordiger is de handelsagent die tegenover zijn opdrachtgever verbonden is door een aannemingsovereenkomst, een bezoldigde lastgeving of enig ander contract krachtens hetwelk de handelsagent niet onder het gezag van zijn opdrachtgever optreedt; Overwegende dat het arrest van oordeel is dat de aanwijzingen waaruit, volgens eiser, het bestaan bleek van een gezagsverhouding tussen de partijen in andere contracten dan het contract inzake handelsvertegenwoordiging konden voorkomen en enkel te kennen gaven dat de partijen samenwerkten; Overwegende dat het arrest, zonder miskenning van de bepalingen van de wet van 30 juli 1963, kon beslissen dat, niettegenstaande die aanwijzingen, een geheel van elementen die het opgeeft iedere gezagsverhouding tussen de partijen uitsloot; Dat aldus het arrest, zelfs indien het geen juridische kwalificatie geeft van het contract dat tussen de partijen bestond, zijn beslissing wettelijk verantwoordt en regelmatig met redenen omkleedt."

Arrêt :

La version intégrale et consolidée de ce texte n'est pas disponible.