Hof van Cassatie: Arrest van 13 April 2004 (België). RG P040513N
- Section :
- Jurisprudence
- Source :
- Justel N-20040413-1
- Numéro de rôle :
- P040513N
Résumé :
Behoudens toepassing van art. 44, ,§ 1, tweede en derde lid, of ,§,§ 2 en 3, van de Wet van 19 dec. 2003 betreffende het Europees aanhoudingsbevel, dienen de na 1 januari 2004 ontvangen verzoeken uitsluitend te worden beoordeeld volgens die wet, zelfs indien vóór 1 januari 2004 een vroeger uitleveringsverzoek is afgewezen.
Arrêt :
Ajoutez le document à un dossier
()
pour commencer à l'annoter.
Nr. P.04.0513.N
FEDERALE PROCUREUR, Quatre-Brasstraat 19 te Brussel,
eiser,
tegen
M. R. L.,
verweerder, inverdenkinggestelde,
met als raadsman Mr. Paul Bekaert, advocaat bij de balie te Brugge.
I. Bestreden beslissing
Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest, op 30 maart 2004 gewe-zen door het Hof van Beroep te Brussel, kamer van inbeschuldigingstelling.
II. Rechtspleging voor het Hof
Raadsheer Dirk Debruyne heeft verslag uitgebracht.
Advocaat-generaal Jean Spreutels heeft geconcludeerd.
III. Cassatiemiddelen
Eiser stelt in een memorie een middel voor. Die memorie is aan dit ar-rest gehecht en maakt daarvan deel uit.
IV. Beslissing van het Hof
A. Eerste en tweede onderdeel
Overwegende dat artikel 44, ,§ 1, eerste lid, van de wet van 19 december 2003 betreffende het Europees aanhoudingsbevel bepaalt: "Deze wet is van toepassing op de aanhouding en overlevering van een gezochte persoon op grond van een Europees aanhoudingsbevel tussen België en de andere lidsta-ten van de Europese Unie vanaf 1 januari 2004. De verzoeken om overlevering van vroegere datum worden verder geregeld door de instrumenten die inzake uitlevering reeds bestaan";
Dat deze bepaling een overgangsregeling bevat voor uitleveringsver-zoeken ontvangen vóór 1 januari 2004, dit is vóór de inwerkingtreding van de wet van 19 december 2003;
Dat, behoudens indien artikel 44, ,§ 1, tweede en derde lid, of artikel 44, ,§ 2 en ,§ 3, van deze wet moet worden toegepast, wat hier niet het geval blijkt te zijn, de verzoeken ontvangen na 1 januari 2004 uitsluitend dienen te worden beoordeeld volgens de wet van 19 december 2003, zelfs indien vóór 1 januari 2004 een vroeger uitleveringsverzoek is afgewezen;
Overwegende dat uit de stukken waarop het Hof vermag acht te slaan, blijkt dat een Spaanse onderzoeksrechter op 30 januari 2004 een Europees aan-houdingsbevel heeft uitgevaardigd, dat met het Schengen Informatiesysteem werd gesignaleerd aan België;
Overwegende dat het hof van beroep oordeelt dat "geen enkele wetsbe-paling, inzonderheid niet de overgangsbepaling van artikel 44 van de wet van 19 december 2003, toelaat een afgewezen uitleveringsverzoek opnieuw in te dienen via een Europees aanhoudingsbevel";
Dat het arrest aldus zijn beslissing niet naar recht verantwoordt;
Dat de onderdelen gegrond zijn;
B. Derde onderdeel
Overwegende dat het derde onderdeel geen antwoord behoeft;
OM DIE REDENEN,
HET HOF,
Vernietigt het bestreden arrest;
Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het vernietigde arrest;
Laat de kosten ten laste van de Staat;
Verwijst de zaak naar het Hof van Beroep te Brussel, kamer van inbes-chuldigingstelling, anders samengesteld.
Gezegde kosten begroot op de som van honderd drieëntachtig euro ze-venentwintig cent verschuldigd.
Aldus geoordeeld door het Hof van Cassatie, tweede kamer, te Brussel, door Edward Forrier, afdelingsvoorzitter, en de raadsheren Paul Mathieu, Dirk Debruyne, Luc Van hoogenbemt, Benoît Dejemeppe, en uitgesproken in open-bare terechtzitting van dertien april tweeduizend en vier, door afdelingsvoorzit-ter Edward Forrier, in aanwezigheid van advocaat-generaal Jean Spreutels, met bijstand van griffier Frank Adriaensen.
FEDERALE PROCUREUR, Quatre-Brasstraat 19 te Brussel,
eiser,
tegen
M. R. L.,
verweerder, inverdenkinggestelde,
met als raadsman Mr. Paul Bekaert, advocaat bij de balie te Brugge.
I. Bestreden beslissing
Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest, op 30 maart 2004 gewe-zen door het Hof van Beroep te Brussel, kamer van inbeschuldigingstelling.
II. Rechtspleging voor het Hof
Raadsheer Dirk Debruyne heeft verslag uitgebracht.
Advocaat-generaal Jean Spreutels heeft geconcludeerd.
III. Cassatiemiddelen
Eiser stelt in een memorie een middel voor. Die memorie is aan dit ar-rest gehecht en maakt daarvan deel uit.
IV. Beslissing van het Hof
A. Eerste en tweede onderdeel
Overwegende dat artikel 44, ,§ 1, eerste lid, van de wet van 19 december 2003 betreffende het Europees aanhoudingsbevel bepaalt: "Deze wet is van toepassing op de aanhouding en overlevering van een gezochte persoon op grond van een Europees aanhoudingsbevel tussen België en de andere lidsta-ten van de Europese Unie vanaf 1 januari 2004. De verzoeken om overlevering van vroegere datum worden verder geregeld door de instrumenten die inzake uitlevering reeds bestaan";
Dat deze bepaling een overgangsregeling bevat voor uitleveringsver-zoeken ontvangen vóór 1 januari 2004, dit is vóór de inwerkingtreding van de wet van 19 december 2003;
Dat, behoudens indien artikel 44, ,§ 1, tweede en derde lid, of artikel 44, ,§ 2 en ,§ 3, van deze wet moet worden toegepast, wat hier niet het geval blijkt te zijn, de verzoeken ontvangen na 1 januari 2004 uitsluitend dienen te worden beoordeeld volgens de wet van 19 december 2003, zelfs indien vóór 1 januari 2004 een vroeger uitleveringsverzoek is afgewezen;
Overwegende dat uit de stukken waarop het Hof vermag acht te slaan, blijkt dat een Spaanse onderzoeksrechter op 30 januari 2004 een Europees aan-houdingsbevel heeft uitgevaardigd, dat met het Schengen Informatiesysteem werd gesignaleerd aan België;
Overwegende dat het hof van beroep oordeelt dat "geen enkele wetsbe-paling, inzonderheid niet de overgangsbepaling van artikel 44 van de wet van 19 december 2003, toelaat een afgewezen uitleveringsverzoek opnieuw in te dienen via een Europees aanhoudingsbevel";
Dat het arrest aldus zijn beslissing niet naar recht verantwoordt;
Dat de onderdelen gegrond zijn;
B. Derde onderdeel
Overwegende dat het derde onderdeel geen antwoord behoeft;
OM DIE REDENEN,
HET HOF,
Vernietigt het bestreden arrest;
Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het vernietigde arrest;
Laat de kosten ten laste van de Staat;
Verwijst de zaak naar het Hof van Beroep te Brussel, kamer van inbes-chuldigingstelling, anders samengesteld.
Gezegde kosten begroot op de som van honderd drieëntachtig euro ze-venentwintig cent verschuldigd.
Aldus geoordeeld door het Hof van Cassatie, tweede kamer, te Brussel, door Edward Forrier, afdelingsvoorzitter, en de raadsheren Paul Mathieu, Dirk Debruyne, Luc Van hoogenbemt, Benoît Dejemeppe, en uitgesproken in open-bare terechtzitting van dertien april tweeduizend en vier, door afdelingsvoorzit-ter Edward Forrier, in aanwezigheid van advocaat-generaal Jean Spreutels, met bijstand van griffier Frank Adriaensen.