Hof van Cassatie: Arrest van 13 September 1994 (België). RG P931730N

Date :
13-09-1994
Langue :
Français Néerlandais
Taille :
1 page
Section :
Jurisprudence
Source :
Justel N-19940913-1
Numéro de rôle :
P931730N

Résumé :

Douaneambtenaren zijn bevoegd om in de tolkring bepaalde voertuigen tegen te houden, zonodig met dwang en, onder de omstandigheden bepaald in art. 192, derde lid, 2°, Douane en accijnzenwet, met gebruik van wapens tegen personen; wanneer een bestuurder het bevel om te blijven staan negeert, impliceert die bevoegdheid het recht om, bij onafgebroken achtervolging, de bestuurder ook buiten de tolkring tegen te houden en, onder de omstandigheden van voormeld artikel, wapens tegen personen te gebruiken.

Arrêt :

Ajoutez le document à un dossier () pour commencer à l'annoter.
HET HOF,
IV. Op de vvorzieningen gericht tegen het arrest, op 25 november 1993 door het Hof van Beroep te Gent gewezen :
A. van Erwin Soenen :
Over het tweede middel :
Wat het tweede, het vijfde en het zevende onderdeel betreft :
Overwegende dat artikel 182, alinéa 1, van de Douane en Accijnzenwet de douaneambtenaren, die hun aanstellingsbewijs bij zich hebben, het recht verleent onder meer om te lande, zowel binnen als buiten de tolkring, voertuigen te visiteren, waarvan kan worden vermoed dat ze worden gebruikt voor illegale invoer, uitvoer, doorvoer of vervoer van goederen;
Overwegende dat artikel 190, alinéa alinéa 1 en 2, van dezelfde wet de douaneambtenaren machtigt te lande, in de tolkring, de bestuurders van dergelijke voertuigen tegen te houden, zonodig met dwang;
Overwegende dat artikel 192 van dezelfde wet het gebruik van wapens en bepaalde toestellen door douaneambtenaren regelt; dat voormeld artikel 192, derde lid, 2°, het gebruik van wapens toelaat tegen personen die in de tolkring, zonder gevolg te geven aan het bevel om te blijven staan, op de vlucht slaan na hen gewapenderhand te hebben aangevallen en tegen de bestuurders van mechanisch aangedreven voertuigen die vluchten na het leven van de ambtenaren in gevaar te hebben gebracht;
Overwegende dat dit recht om in de tolkring bepaalde voertuigen tegen te houden, zonodig met dwang, en in de omstandigheden bepaald in voormeld artikel 192, derde lid, 2°, met gebruik van wapens tegen personen, het recht impliceert om, wanneer de bestuurders het bevel om te blijven staan negeren, de achtervolging in te zetten ook buiten de tolkring om, bij onafgebroken vervolging, de bestuurders alsnog tegen te houden en hierbij wapens tegen personen te gebruiken, indien de omstandigheden bepaald in het voormelde artikel zich voordoen;
Overwegende dat de appelrechters op bladzijde 98 van het arrest vaststellen dat twee hoofddouanebeambten - behoorlijk beëdigd en houder van hun aanstelling - in de tolkring de door Luc Van Houtte bestuurde auto bevel gaven te stoppen voor een controle op het gebruik van rode gasolie, dat deze hieraan geen gevolg gaf maar doorreed zodat een hoofddouanebeambte achteruit moest springen om het voertuig te ontwijken, dat de hoofddouanebeambten onmiddellijk de achtervolging inzetten, dat het vluchtend voertuig met zeer gevaarlijke en verboden snelheid reed, dat het een eerste keer kon worden klem gereden maar opnieuw vluchtte, dat het opnieuw kon worden ingehaald en voor een derde maal geen gevolg gaf aan het stopteken, waarop een hoofddouanebeambte zijn dienstwapen vertoonde en het richtte op de banden van het vluchtend voertuig, waarop Luc Van Houtte zijn auto aan de kant van de weg parkeerde, waarna de hoofddouanebeambten het voertuig doorzochten en van de inzittenden een kort verhoor afnamen;
Overwegende dat de appelrechters met deze vaststellingen hun beslissing omtrent de rechtmatigheid van het doen stoppen van het door Luc Van Houtte bestuurde voertuig buiten de tolkring door een douaneambtenaar met vertoon van een dienstwapen en het verdere optreden van de douaneambtenaren buiten de tolkring naar recht verantwoorden;
Wat het vierde en het zesde onderdeel betreft :
Overwegende dat blijkens de hierboven vermelde vaststellingen van de appelrechters het optreden van de douaneambtenaren tengevolge van gedragingen van Luc Van Houtte onmiddellijk diende plaats te grijpen en niet beperkt was tot de controle op het gebruik of vervoer van minerale oliën;
Dat het middel niet kan worden aangenomen;
En overwegende dat de substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen in acht zijn genomen en de beslissing overeenkomstig de wet is gewezen;
...