Hof van Cassatie: Arrest van 15 September 1994 (België). RG F930096F

Date :
15-09-1994
Langue :
Français Néerlandais
Taille :
1 page
Section :
Jurisprudence
Source :
Justel N-19940915-11
Numéro de rôle :
F930096F

Résumé :

De belastingplichtige die van de directeur der belastingen de volledige ontheffing van de litigieuze aanslag wegens de aftrek van bedrijfsverliezen heeft verkregen, kan niettemin belang hebben bij een voorziening tegen die beslissing van de directeur; hij kan inzonderheid belang hebben bij de betwisting van het bedrag van zijn bedrijfsverliezen om, voor de volgende belastingjaren, hogere bedrijfsverliezen te kunnen aftrekken dan die welke in de beslissing van de directeur zijn vastgelegd. (Art. 17 Ger.W.; art. 377, W.I.B. 1992).

Arrêt :

Ajoutez le document à un dossier () pour commencer à l'annoter.
HET HOF,
Gelet op het bestreden arrest, op 7 mei 1993 door het Hof van Beroep te Brussel gewezen;
Over het tweede middel :
Overwegende dat het arrest vaststelt dat "de beslissing van de directeur van 10 november 1981 het saldo van het (door verweerder) in ex-Belgisch Congo geleden verlies op 455.194 frank bepaalt en de aftrek van dat saldo van de belastbare inkomsten van het belastingjaar 1980 toestaat"; dat het erop wijst "dat die beslissing in feite een volledige ontheffing van de bewuste aanslag inhoudt" en daaruit afleidt dat "de beslissing niet grievend is voor (verweerder) die bijgevolg geen belang heeft bij een voorziening tegen die beslissing" en dat eiser het gezag van gewijsde van die beslissing niet kan aanvoeren;
Overwegende dat verweerder, die de volledige ontheffing van de aanslag had verkregen, toch belang had bij het instellen van een voorziening tegen die beslissing om het aldus vastgestelde bedrag van het saldo van zijn bedrijfsverliezen te betwisten teneinde, voor de volgende belastingjaren, hogere bedrijfsverliezen te kunnen aftrekken dan het bedrag dat voortvloeit uit de verrekening van het saldo vastgelegd in de beslissing van 10 november 1981;
Overwegende dat het arrest, door te oordelen dat eiser geen aanspraak kon maken op het gezag van gewijsde van die beslissing, omdat verweerder "geen belang had bij het aanvechten ervan", het in het middel aangewezen artikel 17 van het Gerechtelijk Wetboek schendt;
Dat het middel in die mate gegrond is;
OM DIE REDENEN,
en zonder acht te slaan op de memorie van antwoord die op 7 januari 1994 ter griffie van het Hof is neergelegd, en dus buiten de bij artikel 389 van het Wetboek van de Inkomstenbelastingen (1992) vastgelegde termijn,
Vernietigt het bestreden arrest, behalve in zoverre het de voorzieningen ontvankelijk verklaart;
Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het gedeeltelijk vernietigde arrest;
Houdt de kosten aan en laat de beslissing daaromtrent aan de feitenrechter over;
Verwijst de aldus beperkte zaak naar het Hof van Beroep te Bergen.