Hof van Cassatie: Arrest van 16 Maart 1999 (België). RG P961304N
- Section :
- Jurisprudence
- Source :
- Justel N-19990316-1
- Numéro de rôle :
- P961304N
Résumé :
Een onwettige exploitatie is strafbaar zelfs wanneer de exploitant niet de oorspronkelijke oprichter van de inrichting is, de omstandigheid dat deze laatste geen vergunningsbesluit had doet niet af aan de strafbaarheid van de exploitant zonder vergunning.
Arrêt :
Ajoutez le document à un dossier
()
pour commencer à l'annoter.
HET HOF,
Gelet op het bestreden arrest, op 13 september 1996 door het Hof van Beroep te Gent gewezen;
A. In zoverre de voorziening gericht is tegen de beslissing op de tegen eiser ingestelde strafvordering :
Over het derde middel :
Overwegende dat eiser wordt vervolgd om bij overtreding van onder meer de artikelen 1 en 19 ARAB een inrichting waarvan het bestaan, het in bedrijf nemen of het inwerkingstellen, gevaarlijk, ongezond of hinderlijk kan zijn, te hebben opgericht, de exploitatie ervan te zijn begonnen of te hebben voortgezet zonder vergunning vanwege de bestuursoverheid; dat de appèlrechters hem evenwel uitsluitend veroordelen omdat hij bij overtreding van artikel 19 ARAB de exploitatie heeft voortgezet zonder vergunning;
Overwegende dat het middel uitgaat van de onderstelling, enerzijds, dat in hoofde van een beklaagde er maar strafbare voortzetting van de exploitatie van een inrichting zonder vergunning kan bestaan indien deze ook naar luid van artikel 1, tweede lid, ARAB zonder vergunning werd opgericht, veranderd of verplaatst, anderzijds, dat een overtreding van artikel 19 ARAB dat strafbaar stelt de voortzetting van een exploitatie zonder stipte naleving van de reglementaire voorschriften en van de bijzondere voorwaarden opgelegd bij het vergunningsbesluit, slechts mogelijk is wanneer een dergelijk vergunningsbesluit werd afgegeven;
Overwegende dat evenwel, enerzijds, een onwettige exploitatie strafbaar is zelfs wanneer men niet de oorspronkelijke oprichter van de inrichting is, anderzijds, de omstandigheid dat de oorspronkelijke oprichter geen vergunningsbesluit had, niet afdoet aan de strafbaarheid onder artikel 19 ARAB van een beklaagde die een inrichting exploiteert zonder vergunning;
Dat het middel faalt naar recht;
En overwegende dat de substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen in acht zijn genomen en de beslissing overeenkomstig de wet is gewezen;
OM DIE REDENEN,
Verwerpt de voorziening;
Veroordeelt eiser in de kosten.
Gelet op het bestreden arrest, op 13 september 1996 door het Hof van Beroep te Gent gewezen;
A. In zoverre de voorziening gericht is tegen de beslissing op de tegen eiser ingestelde strafvordering :
Over het derde middel :
Overwegende dat eiser wordt vervolgd om bij overtreding van onder meer de artikelen 1 en 19 ARAB een inrichting waarvan het bestaan, het in bedrijf nemen of het inwerkingstellen, gevaarlijk, ongezond of hinderlijk kan zijn, te hebben opgericht, de exploitatie ervan te zijn begonnen of te hebben voortgezet zonder vergunning vanwege de bestuursoverheid; dat de appèlrechters hem evenwel uitsluitend veroordelen omdat hij bij overtreding van artikel 19 ARAB de exploitatie heeft voortgezet zonder vergunning;
Overwegende dat het middel uitgaat van de onderstelling, enerzijds, dat in hoofde van een beklaagde er maar strafbare voortzetting van de exploitatie van een inrichting zonder vergunning kan bestaan indien deze ook naar luid van artikel 1, tweede lid, ARAB zonder vergunning werd opgericht, veranderd of verplaatst, anderzijds, dat een overtreding van artikel 19 ARAB dat strafbaar stelt de voortzetting van een exploitatie zonder stipte naleving van de reglementaire voorschriften en van de bijzondere voorwaarden opgelegd bij het vergunningsbesluit, slechts mogelijk is wanneer een dergelijk vergunningsbesluit werd afgegeven;
Overwegende dat evenwel, enerzijds, een onwettige exploitatie strafbaar is zelfs wanneer men niet de oorspronkelijke oprichter van de inrichting is, anderzijds, de omstandigheid dat de oorspronkelijke oprichter geen vergunningsbesluit had, niet afdoet aan de strafbaarheid onder artikel 19 ARAB van een beklaagde die een inrichting exploiteert zonder vergunning;
Dat het middel faalt naar recht;
En overwegende dat de substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen in acht zijn genomen en de beslissing overeenkomstig de wet is gewezen;
OM DIE REDENEN,
Verwerpt de voorziening;
Veroordeelt eiser in de kosten.