Hof van Cassatie: Arrest van 16 September 1992 (België). RG 229

Date :
16-09-1992
Langue :
Français Néerlandais
Taille :
1 page
Section :
Jurisprudence
Source :
Justel N-19920916-5
Numéro de rôle :
229

Résumé :

Het cassatieberoep tegen het arrest van het hof van beroep waarbij de voorlopige hechtenis wordt gehandhaafd moet worden ingesteld uiterlijk binnen een termijn van vierentwintig uur die begint te lopen vanaf de dag waarop het arrest aan verdachte wordt betekend; derhalve laattijdig, behoudens overmacht, is het na het verstrijken van die termijn ingestelde cassatieberoep, zelfs als eiser zijn voornemen om zich in cassatie te voorzien te kennen heeft gegeven binnen de wettelijke termijn, aangezien de wet aan een dergelijk voornemen geen enkel gevolg verbindt. ( Art. 31, alinéa 2, Wet Voorlopige Hechtenis van 20 juli 1990. )

Arrêt :

Ajoutez le document à un dossier () pour commencer à l'annoter.
HET HOF; - Gelet op het bestreden arrest, op 2 september 1992 gewezen door het Hof van Beroep te Luik, kamer van inbeschuldigingstelling;
Overwegende dat luidens artikel 31, alinéa 2, van de wet van 20 juli 1990 betreffende de voorlopige hechtenis, het cassatieberoep tegen het arrest van het hof van beroep dat de voorlopige hechtenis handhaaft moet worden ingesteld uiterlijk binnen een termijn van vierentwintig uren die begint te lopen vanaf de dag waarop het arrest aan verdachte wordt betekend;
Overwegende dat het arrest is gewezen op 2 september 1992 en dezelfde dag in de door artikel 31, alinéa 1, van die wet voorgeschreven vormen is betekend;
Overwegende dat het door eiser op vrijdag 4 september ingestelde cassatieberoep laattijdig en dus niet ontvankelijk is, ook al zou blijken uit de akte van voorziening zelf dat eiser zijn voornemen om zich in cassatie te voorzien heeft kenbaar gemaakt op 3 september 1992; dat de wet aan een dergelijk voornemen geen enkel gevolg verbindt en dat eiser voor het overige geen enkele omstandigheid aanvoert waaruit zou kunnen worden afgeleid dat hij in een geval van overmacht verkeerde;
Om die redenen, ongeacht de middelen, door eiser aangevoerd in een memorie die op de griffie van het Hof is ingekomen en geen betrekking heeft op de ontvankelijkheid van de voorziening, verwerpt de voorziening; veroordeelt eiser in de kosten.