Hof van Cassatie: Arrest van 17 November 1997 (België). RG S970034N

Date :
17-11-1997
Langue :
Français Néerlandais
Taille :
2 pages
Section :
Jurisprudence
Source :
Justel N-19971117-8
Numéro de rôle :
S970034N

Résumé :

Het arbeidsgerecht dat kennis neemt van het beroep tegen een beslissing van de minister ten aanzien van tegemoetkomingen voor mindervaliden, kan alleen oordelen of de beslissing overeenkomstig de wettelijke voorschriften over het recht op tegemoetkoming werd genomen met inachtneming van de gegevens die, op de datum van die beslissing, de rechten bepalen die voortvloeien uit de Gehandicaptenwet Tegemoetkomingen en op grond waarvan de beslissing werd genomen of moest genomen worden; het arbeidsgerecht kan geen kennis nemen van aanspraken die buiten de ministeriële beslissing vallen of die het bestuur niet zijn voorgelegd.

Arrêt :

Ajoutez le document à un dossier () pour commencer à l'annoter.
HET HOF,
Gelet op het bestreden arrest, op 11 december 1996 door het Arbeidshof te Antwerpen, afdeling Hasselt, gewezen;
Over het middel, gesteld als volgt : schending van de artikelen 582-1° van het Gerechtelijk Wetboek, 8 en 19 van de wet van 27 februari 1987 betreffende de tegemoetkomingen aan gehandicapten, 16 van het koninklijk besluit van 6 juli 1987 tot uitvoering van die wet,
doordat het bestreden arrest, recht sprekend over een beroep tegen de administratieve beslissing die het recht van verweerster op tegemoetkomingen met uitwerking op 1 mei 1991 betrof, beslist dat verweerster met ingang van 1 juli 1993 aanspraak heeft op een integratietegemoetkoming in categorie IV, zulks op grond van de overwegingen dat "de verergering in de medische toestand (van verweerster) heeft zich nog in de loop van de administratieve afhandeling van de aanvraag om tegemoetkoming voorgedaan" en dat "de administratieve beslissing de werkelijke toestand van de gehandicapte moet weergeven ... wijzigingen in de toestand van de gehandicapte in de loop van de administratieve afhandeling van zijn aanvraag moeten nog door het bestuur worden opgevangen; bij ontstentenis waarvan heeft de aanvrager toegang tot de rechter",
terwijl de rechter die kennis neemt van het beroep tegen een beslissing van de minister ten aanzien van tegemoetkomingen voor minder-validen alleen die gegevens in aanmerking kan nemen op grond waarvan de minister heeft beslist of had moeten beslissen zodat de gehandicapte zijn vordering voor de rechter niet kan uitbreiden tot aanspraken die buiten de ministeriële beslissing vallen of wijzigen in aanspraken die aan het bestuur niet zijn overgelegd;
en terwijl een verslechtering van de gezondheidstoestand van verweerster op 1 juli 1993, die pas bekend werd door het op 26 september 1994 ter griffie van de arbeidsrechtbank van Tongeren neergelegde verslag van de gerechtelijke deskundige, op de datum van de administratieve beslissing van 8 juli 1993 aan eiser niet bekend was en derhalve geen rol kon spelen bij de beoordeling van de geldigheid van die beslissing maar het voorwerp moest zijn van een nieuwe aanvraag met het oog op een medisch onderzoek overeenkomstig de gehandicaptenwetgeving;
zodat het bestreden arrest, door zich uit te spreken over de graad van zelfredzaamheid van verweerster op 1 juli 1993 zonder dat verweerster daartoe eerst een nieuwe administratieve aanvraag heeft ingediend, alle ingeroepen bepalingen heeft geschonden :
Overwegende dat, luidens artikel 8, alinéa 1, eerste lid, van de wet van 27 februari 1987 betreffende de tegemoetkomingen aan gehandicapten, de tegemoetkomingen worden toegekend op aanvraag;
Dat, luidens het laatste lid van artikel 8, alinéa 1, van die wet, een nieuwe aanvraag mag worden ingediend wanneer zich volgens de aanvrager wijzigingen voordoen welke de toekenning of verhoging van de tegemoetkomingen rechtvaardigen;
Dat daaruit volgt dat de minister, bij het toekennen of verhogen van tegemoetkomingen alleen kan beslissen over de aanspraken en gegevens die ingevolge de aanvraag of de nieuwe aanvraag voorliggen;
Overwegende voorts dat uit de samenhang van de artikelen 19 van de voormelde wet van 27 februari 1987 en 582, 1°, van het Gerechtelijk Wetboek blijkt dat, zo de geschillen over de rechten, ontstaan uit de wet van 27 februari 1987, tot de bevoegdheid van de arbeidsgerechten behoren, die gerechten hun bevoegdheid uitoefenen door kennis te nemen van de beroepen tegen beslissingen van de minister ten aanzien van de hiervoren bedoelde rechten;
Dat het arbeidsgerecht derhalve alleen kan oordelen of de minister overeenkomstig de wettelijke voorschriften over het recht op tegemoetkoming heeft beslist; dat dit inhoudt dat het arbeidsgerecht alleen maar die gegevens in aanmerking kan nemen op grond waarvan de minister heeft beslist of had moeten beslissen;
Dat hieruit volgt dat het arbeidsgerecht geen kennis kan nemen van aanspraken die buiten de ministeriële beslissing vallen of die het bestuur niet zijn voorgelegd;
Overwegende dat uit de vaststellingen van het arrest blijkt dat aan verweerster, ingevolge haar aanvraag van 5 april 1991, bij beslissing van eiser van 8 juli 1993, de inkomensvervangende en de integratietegemoetkoming, categorie I, met ingang van 1 mei 1991 werd geweigerd;
Dat het arrest, op grond van gegevens uit een deskundigenverslag dat tijdens het geding voor de arbeidsrechtbank werd neergelegd, beslist dat verweerster met ingang van 1 juli 1993 gerechtigd is op een integratietegemoetkoming, categorie IV;
Dat het arrest aldus een aanspraak toekent die niet voor het bestuur werd aangebracht, mitsdien de voormelde wetsbepalingen schendt;
Dat het middel gegrond is;
OM DIE REDENEN,
Vernietigt het bestreden arrest in zoverre het beslist over het recht op integratietegemoetkoming van verweerster met ingang van 1 juli 1993;
Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het gedeeltelijk vernietigde arrest;
Gelet op artikel 1017, tweede lid, van het Gerechtelijk Wetboek, veroordeelt eiser in de kosten;
Verwijst de aldus beperkte zaak naar het Arbeidshof te Brussel.