Hof van Cassatie: Arrest van 17 November 1999 (België). RG P990787F
- Section :
- Jurisprudence
- Source :
- Justel N-19991117-1
- Numéro de rôle :
- P990787F
Résumé :
De verhouding van ondergeschiktheid die het begrip aangestelde veronderstelt, bestaat zodra een persoon zijn gezag of zijn toezicht in feite kan uitoefenen op de daden van een andere.
Arrêt :
Ajoutez le document à un dossier
()
pour commencer à l'annoter.
HET HOF,
Gelet op het bestreden arrest, op 14 april 1999 gewezen door het Hof van Beroep te Bergen;
Over het middel: schending van de artikelen 1384, inzonderheid eerste en derde lid, van het Burgerlijk Wetboek, en 149 van de Grondwet,
doordat het bestreden arrest het bestreden vonnis teniet doet en wijzigt door de vordering van verweerster, in zoverre deze gericht is tegen eiseres, ontvankelijk te verklaren, voor recht zegt dat eiseres burgerrechtelijk aansprakelijk is voor de door haar aangestelde Costantiello veroorzaakte schade en, bijgevolg, eiseres, in solidum met laatstgenoemde, veroordeelt tot betaling, aan verweerster, van een bedrag van 550.000 frank, verhoogd met de compensatoire interest vanaf 15 september 1993, onder aftrek van een door de beklaagde op 22 juni 1996 gestort bedrag van 170.000 frank en van de door dat bedrag opgeleverde interest, en hen daarenboven veroordeelt in de kosten van beide instanties, op grond dat, wat de vraag betreft of eiseres dan wel verweerster op het ogenblik van de feiten de aangestelde was van de beklaagde Costantiello "verwezen moet worden naar de tussen (eiseres en verweerster) op 23 april 1993 gesloten overeenkomst (...); dat die overeenkomst, 'bedrijfscontract' genaamd, betrekking had op 'het weghalen van eigen schroot, bestaande uit afval van onze storttrechters en snijmachines en van de Stelnor-tapijten, teneinde dat afval te storten op onze stortplaats', tegen de eenheidsprijs van 150 frank per ton; dat volgend beding er uitdrukkelijk in voorkomt 'u bent burgerrechtelijk en strafrechtelijk aansprakelijk voor de schade of gebreken die uw personeel tijdens het u toevertrouwde werk veroorzaakt'. Dat die overeenkomst, zoals (verweerster) beklemtoont, elke verhuring van mankracht uitsluit Dat, in tegenstelling tot wat (eiseres) beweert, het feit dat voornoemd schroottransport uitsluitend binnen de fabriek plaatsvond, geenszins bewijst dat de beklaagde de 'occasionele aangestelde, van (verweerster) was";
terwijl
tweede onderdeel, artikel 1384, eerste lid, van het Burgerlijk Wetboek luidt als volgt "men is aansprakelijk niet alleen voor de schade welke men veroorzaakt door zijn eigen daad maar ook voor die welke veroorzaakt wordt door de daad van personen voor wie men moet instaan (...)", en het derde lid het volgende preciseert: "de meesters en zij die anderen aanstellen, (zijn aansprakelijk) voor de schade door hun dienstboden en aangestelden veroorzaakt in de bediening waartoe zij hen gebezigd hebben"; hij die in feite en in concreto zijn gezag, leiding en toezicht uitoefent op de werknemer, in de zin van die bepaling dus burgerrechtelijk aansprakelijk is voor die werknemer, aangezien die aanstelling in concreto moet worden beoordeeld op het ogenblik dat de daad, die de aansprakelijkheid teweegbrengt, gepleegd wordt, en zonder, derhalve, acht te slaan op het bestaan van hetzij een arbeidsovereenkomst, hetzij enig andere overeenkomst, zodat het arrest niet zonder artikel 1384, eerste en derde lid, van het Burgerlijk Wetboek te schenden, kan beslissen dat eiseres burgerrechtelijk aansprakelijk bleef voor de beklaagde Constantiello, op de enige grond dat de tussen eiseres en verweerster gesloten overeenkomst elke verhuring van personeel uitsloot, zonder - zoals eiseres had verzocht - in concreto te onderzoeken of verweerster, op het ogenblik van de litigieuze diefstallen, daadwerkelijk haar gezag, leiding en toezicht op de bestuurder uitoefende; het bestreden arrest bijgevolg niet naar recht is verantwoord (schending van artikel 1384, inzonderheid eerste en derde lid, van het Burgerlijk wetboek):
Wat het tweede onderdeel betreft:
Overwegende dat het bestreden arrest, op grond van artikel 1384, eerste lid, van het Burgerlijk wetboek, eiseres burgerrechtelijk aansprakelijk stelt voor de fout die de arbeider Costantiello begaan heeft;
Overwegende dat de verhouding van ondergeschiktheid die het begrip aangestelde in de de zin van voornoemd artikel 1384, derde lid, veronderstelt, bestaat zodra een persoon zijn gezag en zijn toezicht in feite kan uitoefenen op de daden van een andere;
Overwegende dat het arrest beslist dat de tussen de partijen op 23 april 1993 gesloten overeenkomst elke verhuring van personeel uitsluit, op grond dat die overeenkomst een beding bevat, dat eiseres burgerrechtelijk aansprakelijk stelt voor de schade en de gebreken die haar personeel tijdens de uitvoering van de haar toevertrouwde werken veroorzaakt; dat de appèlrechters, nu zij hun beslissing uitsluitend op die overweging baseren, zonder na te gaan wie, in feite, zijn gezag en toezicht op de arbeider Costantiello kon uitoefenen toen hij ten nadele van verweerster schroot stal, hun beslissing niet naar recht verantwoorden;
Dat het middel gegrond is;
OM DIE REDENEN,
Vernietigt het bestreden arrest, in zoverre het uitspraak doet over de door verweerster tegen eiseres ingestelde burgerlijke rechtsvordering;
Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het gedeeltelijk vernietigde arrest;
Veroordeelt verweerster in de kosten;
Verwijst de aldus beperkte zaak naar het Hof van Beroep te Luik.
Gelet op het bestreden arrest, op 14 april 1999 gewezen door het Hof van Beroep te Bergen;
Over het middel: schending van de artikelen 1384, inzonderheid eerste en derde lid, van het Burgerlijk Wetboek, en 149 van de Grondwet,
doordat het bestreden arrest het bestreden vonnis teniet doet en wijzigt door de vordering van verweerster, in zoverre deze gericht is tegen eiseres, ontvankelijk te verklaren, voor recht zegt dat eiseres burgerrechtelijk aansprakelijk is voor de door haar aangestelde Costantiello veroorzaakte schade en, bijgevolg, eiseres, in solidum met laatstgenoemde, veroordeelt tot betaling, aan verweerster, van een bedrag van 550.000 frank, verhoogd met de compensatoire interest vanaf 15 september 1993, onder aftrek van een door de beklaagde op 22 juni 1996 gestort bedrag van 170.000 frank en van de door dat bedrag opgeleverde interest, en hen daarenboven veroordeelt in de kosten van beide instanties, op grond dat, wat de vraag betreft of eiseres dan wel verweerster op het ogenblik van de feiten de aangestelde was van de beklaagde Costantiello "verwezen moet worden naar de tussen (eiseres en verweerster) op 23 april 1993 gesloten overeenkomst (...); dat die overeenkomst, 'bedrijfscontract' genaamd, betrekking had op 'het weghalen van eigen schroot, bestaande uit afval van onze storttrechters en snijmachines en van de Stelnor-tapijten, teneinde dat afval te storten op onze stortplaats', tegen de eenheidsprijs van 150 frank per ton; dat volgend beding er uitdrukkelijk in voorkomt 'u bent burgerrechtelijk en strafrechtelijk aansprakelijk voor de schade of gebreken die uw personeel tijdens het u toevertrouwde werk veroorzaakt'. Dat die overeenkomst, zoals (verweerster) beklemtoont, elke verhuring van mankracht uitsluit Dat, in tegenstelling tot wat (eiseres) beweert, het feit dat voornoemd schroottransport uitsluitend binnen de fabriek plaatsvond, geenszins bewijst dat de beklaagde de 'occasionele aangestelde, van (verweerster) was";
terwijl
tweede onderdeel, artikel 1384, eerste lid, van het Burgerlijk Wetboek luidt als volgt "men is aansprakelijk niet alleen voor de schade welke men veroorzaakt door zijn eigen daad maar ook voor die welke veroorzaakt wordt door de daad van personen voor wie men moet instaan (...)", en het derde lid het volgende preciseert: "de meesters en zij die anderen aanstellen, (zijn aansprakelijk) voor de schade door hun dienstboden en aangestelden veroorzaakt in de bediening waartoe zij hen gebezigd hebben"; hij die in feite en in concreto zijn gezag, leiding en toezicht uitoefent op de werknemer, in de zin van die bepaling dus burgerrechtelijk aansprakelijk is voor die werknemer, aangezien die aanstelling in concreto moet worden beoordeeld op het ogenblik dat de daad, die de aansprakelijkheid teweegbrengt, gepleegd wordt, en zonder, derhalve, acht te slaan op het bestaan van hetzij een arbeidsovereenkomst, hetzij enig andere overeenkomst, zodat het arrest niet zonder artikel 1384, eerste en derde lid, van het Burgerlijk Wetboek te schenden, kan beslissen dat eiseres burgerrechtelijk aansprakelijk bleef voor de beklaagde Constantiello, op de enige grond dat de tussen eiseres en verweerster gesloten overeenkomst elke verhuring van personeel uitsloot, zonder - zoals eiseres had verzocht - in concreto te onderzoeken of verweerster, op het ogenblik van de litigieuze diefstallen, daadwerkelijk haar gezag, leiding en toezicht op de bestuurder uitoefende; het bestreden arrest bijgevolg niet naar recht is verantwoord (schending van artikel 1384, inzonderheid eerste en derde lid, van het Burgerlijk wetboek):
Wat het tweede onderdeel betreft:
Overwegende dat het bestreden arrest, op grond van artikel 1384, eerste lid, van het Burgerlijk wetboek, eiseres burgerrechtelijk aansprakelijk stelt voor de fout die de arbeider Costantiello begaan heeft;
Overwegende dat de verhouding van ondergeschiktheid die het begrip aangestelde in de de zin van voornoemd artikel 1384, derde lid, veronderstelt, bestaat zodra een persoon zijn gezag en zijn toezicht in feite kan uitoefenen op de daden van een andere;
Overwegende dat het arrest beslist dat de tussen de partijen op 23 april 1993 gesloten overeenkomst elke verhuring van personeel uitsluit, op grond dat die overeenkomst een beding bevat, dat eiseres burgerrechtelijk aansprakelijk stelt voor de schade en de gebreken die haar personeel tijdens de uitvoering van de haar toevertrouwde werken veroorzaakt; dat de appèlrechters, nu zij hun beslissing uitsluitend op die overweging baseren, zonder na te gaan wie, in feite, zijn gezag en toezicht op de arbeider Costantiello kon uitoefenen toen hij ten nadele van verweerster schroot stal, hun beslissing niet naar recht verantwoorden;
Dat het middel gegrond is;
OM DIE REDENEN,
Vernietigt het bestreden arrest, in zoverre het uitspraak doet over de door verweerster tegen eiseres ingestelde burgerlijke rechtsvordering;
Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het gedeeltelijk vernietigde arrest;
Veroordeelt verweerster in de kosten;
Verwijst de aldus beperkte zaak naar het Hof van Beroep te Luik.