Hof van Cassatie: Arrest van 19 Maart 1992 (België). RG 9122

Date :
19-03-1992
Langue :
Français Néerlandais
Taille :
1 page
Section :
Jurisprudence
Source :
Justel N-19920319-1
Numéro de rôle :
9122

Résumé :

In burgerlijke zaken is een eindvonnis het vonnis dat het door een der partijen ten onrechte ontvangen bedrag vaststelt en die partij tot betaling bij voorraad van een frank en tot de kosten in hoger beroep veroordeelt, zonder voorbehoud te maken voor enig punt waarover de rechtbank nog uitspraak zou moeten doen. ( Art. 19 Gerechtelijk Wetboek. )

Arrêt :

Ajoutez le document à un dossier () pour commencer à l'annoter.
HET HOF; - Gelet op het bestreden vonnissen, op 11 juni 1985 en 23 november 1987 in hoger beroep gewezen door de Rechtbank van Eerste Aanleg te Namen;
Over het tweede middel : schending van de artikelen 19 van het Gerechtelijk Wetboek, 1319 en 1320 van het Burgerlijk Wetboek,
doordat het bestreden vonnis van 23 november 1987 de rechtsvordering tot hervatting van geding betreffende een vordering tot terugbetaling van te veel betaalde pachtgelden ongegrond verklaart op grond dat de rechtbank door haar vonnis van 11 juni 1985 haar rechtsmacht volledig heeft uitgeoefend,
terwijl het vonnis van 11 juni 1985, na de schuld van de verweerders op het bedrag van 164.224 frank te hebben vastgesteld, hen veroordeelt tot betaling bij voorraad van één frank; de rechter door een dergelijke veroordeling zijn rechtsmacht niet volledig uitoefent; de rechtbank bijgevolg, nu zij in het bestreden vonnis oordeelt dat de rechter door het vonnis waarbij hij een veroordeling tot betaling bij voorraad van 1 frank uitspreekt de grenzen van zijn rechtsmacht heeft bereikt, het wettelijk begrip eindvonnis alsook de bewijskracht van het vonnis van 11 juni 1985 miskent :
Over de door de verweerders aangevoerde grond van niet-ontvankelijkheid, volgens welke het middel niet de schending aanvoert van het begrip gezag van gewijsde of van de desbetreffende wetsbepalingen, doch de miskenning van het begrip eindvonnis en van de bewijskracht van de akten; dat het aldus een grief aanvoert die geen verband houdt met de bestreden beslissing :
Overwegende dat het middel betoogt dat het bestreden vonnis van 23 november 1987 het wettelijk begrip eindvonnis in de zin van artikel 19 van het Gerechtelijk Wetboek, alsook de bewijskracht van het vonnis van 11 juni 1985 miskent, op grond dat het vonnis van 11 juni 1985, na de schuld van de verweerders op het bedrag van 164.224 frank te hebben vastgesteld, slechts een veroordeling tot betaling bij voorraad van 1 frank heeft uitgesproken, en dat door een dergelijke veroordeling de rechtsmacht van de rechter niet volledig is uitgeoefend;
Overwegende dat de rechter die, zoals te dezen, oordeelt dat over het hem voorgelegde geschil reeds definitief uitspraak is gedaan, namelijk door een beslissing waarbij de rechter zijn rechtsmacht over dat geschilpunt volledig heeft uitgeoefend, niet steunt op het gezag van gewijsde van een vroegere beslissing;
Dat de grond van niet-ontvankelijkheid niet kan worden aangenomen;
Over het middel :
Overwegende dat het vonnis van 11 juli 1985, na het bedrag van het door de verweersters te veel betaalde pachtgeld te hebben vastgesteld op 164.224 frank, de gravinnen Elisabeth de Liedekerke, thans verweerster onder 1, en Emma de Liedekerke, weduwe de Beauffort, rechtsvoorgangster van de verweerders onder 2 en 3, veroordeelt tot betaling bij voorraad van één frank aan eiser en in de kosten van het hoger beroep; dat het geen enkel voorbehoud maakt over hetgeen waarover de appelrechter nog uitspraak moet doen;
Overwegende derhalve dat het vonnis van 23 november 1987, in zoverre het vermeldt dat de rechtbank door haar vonnis van 11 juni 1985 haar rechtsmacht volledig heeft uitgeoefend ten aanzien van de voornoemde verweerders, noch het begrip eindvonnis bedoeld in artikel 19 van het Gerechtelijk Wetboek noch de bewijskracht van het vonnis van 11 juni 1985 miskent;
Dat het middel niet kan worden aangenomen;
Om die redenen, verwerpt de voorziening; veroordeelt eiser in de kosten.