Hof van Cassatie: Arrest van 20 November 1992 (België). RG 7727

Date :
20-11-1992
Langue :
Français Néerlandais
Taille :
1 page
Section :
Jurisprudence
Source :
Justel N-19921120-1
Numéro de rôle :
7727

Résumé :

Het recht op moratoire interest die verschuldigd is na een regelmatige aanmaning, gaat voor de schuldeiser niet verloren doordat bij zijn schuldenaar beslag onder derden is gelegd op de hem verschuldigde sommen.

Arrêt :

Ajoutez le document à un dossier () pour commencer à l'annoter.
HET HOF; - Gelet op het bestreden arrest, op 5 december 1990 door het Hof van Beroep te Antwerpen gewezen;
Over het eerste middel, gesteld als volgt : schending van de artikelen 1451, 1540 van het Gerechtelijk Wetboek en 1153, inzonderheid derde lid, van het Burgerlijk Wetboek,
doordat het hof van beroep, onder verwijzing naar het beroepen vonnis, vooraf vaststelt dat eiser verweerster in gebreke heeft gesteld op 21 november 1975, 15 juni 1976 en 17 mei 1977, en vervolgens, met bevestiging van het beroepen vonnis, beslist dat de vordering van eiser tot veroordeling van verweerster tot betaling van moratoire rente boven de (niet betwiste) vergoeding voor de brandschade ongegrond is, en in zoverre deze vordering betrekking heeft op rente te rekenen van 5 mei 1976, datum waarop een strafonderzoek door een beschikking van buitenvervolgingstelling van de Raadkamer van de Rechtbank van Eerste Aanleg te Antwerpen werd beëindigd, deze beslissing op de volgende overwegingen doet berusten : "dat na het beëindigen van het strafonderzoek door een beschikking van buitenvervolgingstelling d.d. 5/5/1976 het contractueel recht tot uitgestelde betaling weliswaar verviel, doch (verweerster) aantoont dat zij alsdan tengevolge van de verschillende beslagen in haar handen (...) in de onmogelijkheid verkeerde de uitbetaling te doen; dat, zoals de eerste rechter terecht opmerkte, het bedrag van de beslagen in elk geval meer was dan hetgeen (verweerster) maximaal kon verschuldigd zijn",
terwijl, het bewarend of het uitvoerend derdenbeslag de totale onbeschikbaarheid medebrengt van de schuldvordering waarop beslag wordt gelegd; deze onbeschikbaarheid eveneens slaat op de rente boven de hoofdsom van deze schuldvordering; uit een en ander evenwel niet volgt dat derdenbeslag de loop van de rente schorst of stuit die ingevolge een aanmaning overeenkomstig artikel 1153 van het Burgerlijk Wetboek boven de hoofdsom van een contractuele verbintenis verschuldigd is, in zoverre het de vordering van eiser tot betaling van moratoire rente afwijst op grond van de overweging dat verschillende beslagen werden gelegd in handen van verweerster, die debiteur is van de hoofdsom, voor bedragen die het door verweerster verschuldigde bedrag overschrijden, terwijl het anderzijds vaststelt dat verweerster voor de datum van het beslag regelmatig aangemaand werd het door haar verschuldigd bedrag te betalen, het hof van beroep de wettelijke bepalingen schendt waaruit de onbeschikbaarheid van de beslagen schuldvordering voortvloeit (artikelen 1451 en 1540 van het Gerechtelijk Wetboek), alsmede de regel miskent dat moratoire rente verschuldigd is te rekenen vanaf de dag der aanmaning tot betaling (schending van artikel 1153, inzonderheid derde lid, van het Burgerlijk Wetboek) :
Overwegende dat de schuldeiser zijn recht op moratoire interest die verschuldigd is na een regelmatige aanmaning, niet verliest doordat bij zijn schuldenaar beslag onder derden is gelegd op de hem verschuldigde sommen;
Overwegende dat het arrest vaststelt dat eiser voor het eerst op 21 november 1975 "ondubbelzinnig uiting gaf van zijn wil zijn rechten te laten gelden" en "dat na het beëindigen van het strafonderzoek door een beschikking van buitenvervolgingstelling d.d. 5/5/1976 het contractueel recht tot uitgestelde betaling weliswaar verviel, doch (verweerster) aantoont dat zij alsdan tengevolge van verschillende beslagen in haar handen (...) in de onmogelijkheid verkeerde de uitbetaling te doen"; dat het, door op die grond te beslissen wat in het middel wordt weergegeven, de in het middel aangewezen bepalingen schendt;
Dat het middel gegrond is;
Overwegende dat het tweede middel niet tot ruimere cassatie kan leiden;
Om die redenen, vernietigt het bestreden arrest in zoverre het de vordering van eiser tot het verkrijgen van moratoire interest vanaf 5 mei 1976 afwijst; beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het gedeeltelijk vernietigde arrest; houdt de kosten aan en laat de beslissing daaromtrent aan de feitenrechter over; verwijst de aldus beperkte zaak naar het Hof van Beroep te Brussel.