Hof van Cassatie: Arrest van 20 September 1995 (België). RG P950272F

Date :
20-09-1995
Langue :
Français Néerlandais
Taille :
2 pages
Section :
Jurisprudence
Source :
Justel N-19950920-1
Numéro de rôle :
P950272F

Résumé :

Nieuw en niet ontvankelijk is het middel dat eerst in cassatie aanvoert dat de tussenkomst tot het verkrijgen van een veroordeling niet ontvankelijk is in hoger beroep, nu art. 812, tweede lid, GerW. de openbare orde niet raakt.

Arrêt :

Ajoutez le document à un dossier () pour commencer à l'annoter.
HET HOF,
Gelet op het bestreden vonnis, op 19 januari 1995 in hoger beroep gewezen door de Correctionele Rechtbank te Verviers;
A. In zoverre de voorziening gericht is tegen de beslissingen op de burgerlijke rechtsvorderingen van Anne-Christine Lex en Arnold Cleners tegen eiser :
Overwegende dat eiser afstand doet van zijn voorziening;
B. In zoverre de voorziening gericht is tegen de beslissingen op de burgerlijke rechtsvorderingen van de vereniging zonder winstoogmerk Travail, Vie et Bonheur en van de Onderlinge Maatschappij van Openbare Besturen tegen eiser :
Over het middel : schending van de artikelen 50, alinéa 1 en 4, van de wet van 9 juli 1975 betreffende de controle der verzekeringsondernemingen, 812 van het Gerechtelijk Wetboek en 19 van het koninklijk besluit van 16 december 1981 houdende inwerkingstelling en uitvoering van de artikelen 49 en 50 van de wet van 9 juli 1975 betreffende de controle der verzekeringsondernemingen, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 6 mei 1991,
doordat het bestreden vonnis, na te hebben beslist dat mevrouw Lex en de heer Cleners het slachtoffer waren geweest van een toevallig feit waardoor zij vrijuit gingen, en na aan eiser akte te hebben verleend van diens vrijwillige tussenkomst, de rechtsvorderingen van de burgerlijke partijen Onderlinge Maatschappij van Openbare Besturen en vereniging zonder winstoogmerk Travail, Vie et Bonheur ontvankelijk en gegrond verklaart "doch enkel in zoverre zij tegen (eiser) gericht zijn" en hem veroordeelt "om aan de burgerlijke partij Onderlinge Maatschappij van Openbare Besturen het bedrag van 396.750 frank te betalen, verhoogd met de interesten tegen de wettelijke rentevoet vanaf de dag van de uitkering tot de dag van de volledige betaling alsook met de kosten van beide instanties; om aan de burgerlijke partij vereniging zonder winstoogmerk Travail, Vie et bonheur het bedrag van 47.037 frank (57.037 frank - 10.000 frank) te betalen, verhoogd met de interesten tegen de wettelijke rentevoet vanaf 13 januari 1993 tot de dag van de volledige betaling alsook met de kosten van beide instanties",
terwijl eiser voor de eerste maal voor de appelrechter vrijwillig is tussengekomen in de zaak; hoewel in beginsel de bepalingen van het Gerechtelijk Wetboek betreffende de tussenkomst niet van toepassing zijn voor de strafgerechten, de vrijwillige of gedwongen tussenkomst van een derde voor de strafgerechten niettemin ontvankelijk is, wanneer een bijzondere wet zulks uitdrukkelijk bepaalt of wanneer die wet de strafgerechten bevoegd maakt om bij wijze van uitzondering een veroordeling, een straf of een maatregel tegen een derde uit te spreken; wanneer de burgerlijke vordering tot vergoeding van de door een motorrijtuig veroorzaakte schade voor de strafrechter wordt ingesteld, artikel 50, alinéa 4, van de wet van 9 juli 1975 betreffende de controle der verzekeringsondernemingen de vrijwillige of gedwongen tussenkomst van het Gemeenschappelijk Motorwaarborgfonds mogelijk maakt onder dezelfde voorwaarden als wanneer de vordering voor het burgerlijk gerecht wordt gebracht; de bepalingen van het Gerechtelijk Wetboek bijgevolg van toepassing zijn op de tussenkomst van het Gemeenschappelijk Motorwaarborgfonds; artikel 812 van het Gerechtelijk Wetboek meer in het bijzonder bepaalt dat de tussenkomst tot het verkrijgen van een veroordeling niet voor de eerste maal kan plaatsvinden in hoger beroep; uit die bepaling volgt dat degene die voor de eerste maal tussenkomt in hoger beroep geen veroordeling van é
én van de gedingvoerende partijen in zijn voordeel kan verkrijgen en evenmin zelf kan veroordeeld worden jegens één van die partijen; het bestreden vonnis bijgevolg niet wettig de rechtsvorderingen van de burgerlijke partijen Onderlinge Maatschappij van Openbare Besturen en vereniging zonder winstoogmerk Travail, Vie et Bonheur gegrond kon verklaren ten aanzien van eiser en hem veroordelen tot vergoeding van de door die partijen geleden schade :
Overwegende dat luidens artikel 812, tweede lid, van het Gerechtelijk Wetboek tussenkomst tot het verkrijgen van een veroordeling niet voor de eerste maal kan plaatsvinden in hoger beroep; dat bovengenoemde bepaling is ingegeven door het recht van verdediging en dus de openbare orde niet raakt;
Overwegende dat uit de stukken van de rechtspleging blijkt dat de verweersters bij conclusie voor de appelrechter gedwongen zijn tussengekomen tegen het Gemeenschappelijk Motorwaarborgfonds, dat vrijwillig in de zaak was tussengekomen;
Overwegende dat uit de gedingstukken niet blijkt dat eiser zich voor de feitenrechter heeft beroepen op de regel vervat in artikel 812, tweede lid, van het Gerechtelijk Wetboek;
Dat het middel nieuw en derhalve niet ontvankelijk is;
OM DIE REDENEN,
Verleent akte van de afstand van de voorziening, in zoverre zij gericht is tegen de beslissingen op de burgerlijke rechtsvorderingen van Anne-Christine Lex en Arnold Cleners;
Verwerpt de voorziening voor het overige;
Veroordeelt eiser in de kosten.