Hof van Cassatie: Arrest van 22 September 1994 (België). RG C929517F

Date :
22-09-1994
Langue :
Français Néerlandais
Taille :
3 pages
Section :
Jurisprudence
Source :
Justel N-19940922-5
Numéro de rôle :
C929517F

Résumé :

Het beding van eigendomsvoorbehoud, dat geldt tussen de contracterende partijen, is niet tegenstelbaar aan de schuldeisers van de koper die in samenloop zijn met de verkoper van roerende goederen, wanneer de koper in het bezit van de verkochte zaak is gesteld.

Arrêt :

Ajoutez le document à un dossier () pour commencer à l'annoter.
HET HOF,
Gelet op het bestreden arrest, op 28 juni 1991 door het Hof van Beroep te Luik gewezen;
Over het middel : schending van artikel 97 (oud) van de Grondwet, van de artikelen 544, 1101, 1108, 1109, 1134, 1135, 1138, 1185, 1186, 1582, 1583, 1584, 1604, 1612, 1613 van het Burgerlijk Wetboek, van de artikelen 444, 447, 546, 561, 566, 567, 568 van Boek III van het Wetboek van Koophandel ingevoegd bij de wet van 18 april 1851 inzake faillissement, bankbreuk en uitstel van betaling, van de artikelen 7, 8, 9 en 20.5° van titel XVIII van het Burgerlijk Wetboek als gewijzigd bij de wet van 16 december 1851 inzake voorrechten en hypotheken, genoemd artikel 20.5° als gewijzigd bij de wet van 29 juli 1957 en, voor zoveel als nodig, van de artikelen 1 van de wet van 16 december 1851 en van de wet van 27 juli 1937 evenals van het algemeen rechtsbeginsel inzake de eenzijdige rechtshandelingen waarvoor kennisneming is vereist en van de artikelen 5 en 23 van de wetten van 29 juni 1887 en 10 augustus 1946 op het gerechtelijk akkoord gecoördineerd bij Regentsbesluit van 25 september 1946,
doordat het arrest, nu het uitspraak diende te doen over de vraag of het beding van eigendomsvoorbehoud, dat wordt uitgeoefend door de vennootschap Indufour, in wier rechten verweerster is getreden, bij aangetekende brief van 16 december 1982, die 's anderendaags is ontvangen door de bvba. Ankit, op de dag waarop laatstgenoemde een verzoek tot gerechtelijk akkoord door boedelafstand indiende, aan de concordataire boedel van de bvba. Ankit kan worden tegengesteld, beslist dat genoemd beding van eigendomsvoorbehoud tegenstelbaar is aan de boedel op grond dat het beding van eigendomsvoorbehoud uitwerking krijgt als de verkoper, voor de samenloop, op ondubbelzinnige wijze zijn bedoeling doet blijken en dat de wilsuiting van de verkoper gebeurt bij het versturen van de aangetekende brief waarbij hij het beding aanvoert, ongeacht het tijdstip waarop de koper kennis neemt van de inhoud van die brief,
terwijl, enerzijds, verkoop met eigendomsvoorbehoud van de zaak tot volledige betaling van de prijs een verkoop op afbetaling is met betrekking tot de eigendomsoverdracht en tot de betaling van de prijs (artikelen 1136, 1138, 1185, 1186, 1582, 1583, 1584, 1604, 1612 en 1613 van het Burgerlijk Wetboek) zodat het aanwenden door de verkoper van het beding van eigendomsvoorbehoud het aanwenden uitmaakt van zijn overeengekomen terugvorderingsrecht (artikelen 544, 1134, 1185, 1186 van het Burgerlijk Wetboek en artikelen 546, 561, 566, 567, 568 van het Wetboek van Koophandel en artikel 20.5° van de Hypotheekwet); anderzijds, de verkoper die zijn wil te kennen geeft om het beding van eigendomsvoorbehoud aan te voeren een eenzijdige rechtshandeling stelt die kennisneming vereist, in zoverre die handeling bedoeld is om de koper in te lichten over de uitoefening van dat terugvorderingsrecht (algemeen rechtsbeginsel inzake de eenzijdige rechtshandelingen waarvoor kennisneming is vereist) zodat een dergelijke kennisgeving uitwerking krijgt wanneer de koper daarvan kennis heeft kunnen nemen (artikelen 1101, 1108, 1109, 1134 en 1135 van het Burgerlijk Wetboek en zelfde algemeen rechtsbeginsel); tenslotte de samenloop die volgt uit het indienen van een verzoek tot gerechtelijk akkoord door boedelafstand (artikelen 7, 8, 9 van de Hypotheekwet en artikelen 5 en 23 van de wetten op het gerechtelijk akkoord gecoördineerd bij een Regentsbesluit van 25 september 1946) uitwerking heeft op het uur nul van de dag van het indienen van dat verzoek (zelfde wettelijke bepalingen en artikelen 444 en 447 van het Wetboek van Koophandel); daaruit volgt dat het arrest, door te beslissen dat de kennisgeving door de nv. Indufour van het uitoefenen van het beding van eigendomsoverdracht tegenstelbaar was aan de boedel omdat zij was verstuurd bij brief van 16 december 1982, voor het indienen van het verzoek tot akkoord de dag daarna, zelfs als die brief pas nadien bij de vennootschap onder gerechtelijk akkoord was aangekomen, een miskenning inhoudt van : - het kenmerk van eenzijdige rechtshandeling waarvoor kennisneming is vereist van de eis tot overeengekomen terugvordering van de nv. Indufour (miskenning van het algemeen rechtsbeginsel van de eenzijdige rechtshandelingen waarvoor kennisneming is vereist); - althans de wettelijke gevolgen van de eenzijdige rechtshandelingen waarvoor kennisneming is vereist door te oordelen dat zij uitwerking hebben op de datum waarop zij worden gesteld (schending van de in het middel aangewezen wettelijke bepalingen en inzonderheid van de artikelen 1101, 1108, 1109, 1134 en 1135 van het Burgerlijk Wetboek); - hoe dan ook, de gevolgen van de samenloop ontstaan uit het indienen van het verzoek tot gerechtelijk akkoord door boedelafstand (schending van de in het middel aangewezen wettelijke bepalingen en inzonderheid van de artikelen 7, 8, 9 van de Hypotheekwet en van de artikelen 5 en 23 van de wetten op het gerechtelijk akkoord), door te oordelen dat de kennisgeving door de nv. Indufour, die in de loop van 17 december 1982 is aangekomen, tegenstelbaar was aan de concordataire boedel terwijl de samenloop geacht wordt te nul uur op 17 december 1982 te zijn gebeurd :
Over de eerste door verweerster tegen het middel opgeworpen grond van niet-ontvankelijkheid : de meeste door eiser aangevoerde wettelijke bepalingen hebben niets te maken met de aangevoerde grief en eiser geeft niet aan waarin ze zouden zijn geschonden :
Overwegende dat, enerzijds, het middel de schending aanvoert van het oude artikel 97 van de Grondwet, zonder aan te geven waarin die bepaling zou zijn geschonden;
Overwegende dat, anderzijds, de overige wettelijke bepalingen, waarvan de schending wordt aangevoerd, niet vreemd zijn aan de aangevoerde grief en eiser aangeeft waarin ze zouden zijn geschonden;
Dat de grond van niet-ontvankelijkheid, in zoverre hij het oude artikel 97 van de Grondwet betreft, dient te worden aangenomen;
Over de tweede door verweerster tegen het middel opgeworpen grond van niet-ontvankelijkheid : het beding van eigendomsvoorbehoud kan hoe dan ook worden tegengeworpen aan de schuldeisers van de koper zodat de bestreden beslissing naar recht is verantwoord en het middel zonder belang is :
Overwegende dat het beding waarbij de partijen overeenkomen de eigendomsoverdracht uit te stellen hoegenaamd niet ongeoorloofd is; dat zij een termijn mogen stellen voor die overdracht;
Overwegende, evenwel, dat dit beding, dat tussen de contracterende partijen geldt, niet kan worden tegengeworpen aan de schuldeisers van de koper die in samenloop zijn met de verkoper van roerende goederen wanneer de koper in het bezit van de verkochte zaak is gesteld;
Overwegende dat artikel 20, 5°, van de Hypotheekwet van 16 december 1851 immers de rechten vastlegt van de verkoper van roerende goederen in samenloop met de schuldeisers van de koper;
Overwegende dat de wetgever, door die bepaling, aan de verkoper van niet betaalde roerende goederen, die het bezit van de verkochte zaak ten voordele van de koper uit handen heeft gegeven, een voorrecht op de prijs van die zaak toekent; dat, ongeacht het geval bedoeld in het tweede, derde, vierde en vijfde lid van dat artikel 20, 5°, dat met dit geval niets te maken heeft, het recht van terugvordering waarover de verkopers van roerende goederen voor de invoering van het Burgerlijk Wetboek beschikten, alleen blijft behouden voor de verkoper die zonder tijdsbepaling heeft verkocht, en dan nog mits de terugvordering geschiedt binnen acht dagen; dat de vordering tot ontbinding binnen dezelfde termijn moet worden ingesteld;
Overwegende dat de wet door de uitoefening van de rechtsvordering tot terugvordering en van de rechtsvordering tot ontbinding tot die korte te termijn te beperken, de belangen van de niet-bevoorrechte schuldeisers heeft willen vrijwaren die, nu zij merkten dat de koper in het bezit was van het verkochte goed, terecht de mening konden zijn toegedaan dat het tot hun onderpand behoorde;
Overwegende dat voornoemd artikel 20 van openbare orde is in zoverre het de betrekkingen tussen de verkoper en de schuldeisers van de koper regelt; dat de partijen bijgevolg niet door bijzondere overeenkomsten kunnen afwijken van de regels die het dienaangaande bepaalt; dat zij inzonderheid het beding van eigendomsvoorbehoud niet kunnen aanwenden om het recht van terugvordering opnieuw in te voeren dat die wetsbepaling alleen heeft laten bestaan binnen de strakke begrenzingen die zij vastlegt en ter vervanging waarvan zij het voorrecht van de verkoper heeft ingevoerd;
Overwegende dat de verkoper, wanneer er samenloop is met de schuldeisers van de koper en de verkochte zaak in diens bezit is, derhalve nooit het beding van eigendomsvoorbehoud mag aanvoeren om buiten het in de wet bepaalde geval, de zaak terug te vorderen;
Dat de grond van niet-ontvankelijkheid niet kan worden aangenomen;
Over het middel :
Overwegende dat de verkoper, die doet blijken dat hij een beding van eigendomsvoorbehoud wil aanvoeren, daarbij een eenzijdige rechtshandeling stelt die voor de koper is bedoeld en waardoor de verkoper van laatstgenoemde de teruggave van het verkochte goed eist, zodat die rechtshandeling slechts voltrokken is wanneer de geadresseerde kennis neemt van de verklaring;
Dat het arrest, door te oordelen dat het beding van eigendomsvoorbehoud doeltreffend is zodra de verkoper, voor elke samenloop, de aangetekende brief heeft verstuurd waarbij hij dat beding aanvoert en dat het geen belang heeft op welk tijdstip de koper daarvan kennis heeft kunnen nemen, zijn beslissing niet naar recht verantwoordt;
Dat het middel gegrond is;
OM DIE REDENEN,
Vernietigt het bestreden arrest;
Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het vernietigde arrest;
Houdt de kosten aan en laat de beslissing daaromtrent aan feitenrechter over;
Verwijst de zaak naar het Hof van Beroep te Bergen.