Hof van Cassatie: Arrest van 24 April 2018 (België). RG P.18.0397.N

Date :
24-04-2018
Langue :
Français Néerlandais
Taille :
1 page
Section :
Jurisprudence
Source :
Justel N-20180424-4
Numéro de rôle :
P.18.0397.N

Résumé :

Samenvatting 1

Arrêt :

Ajoutez le document à un dossier () pour commencer à l'annoter.

Nr. P.18.0397.N

W. C. R. B.,

beklaagde, aangehouden,

eiser,

met als raadsman mr. Bart Verbelen, advocaat bij de balie te Antwerpen.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Antwer-pen, correctionele kamer, van 6 april 2018.

De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan.

Raadsheer Sidney Berneman heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal met opdracht Alain Winants heeft geconcludeerd.

II. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

Middel

1. Het middel voert schending aan van de artikelen 187 en 203 Wetboek van Strafvordering: het arrest heeft ten onrechte niet vastgesteld dat de tenuitvoerleg-ging van het verstekvonnis van 25 april 2017 hangende de rechtspleging in hoger beroep geschorst wordt; het hoger beroep tegen het vonnis van 16 januari 2018 waarbij het verzet ongedaan werd verklaard, maakt immers de grond van de zaak aanhangig bij de rechter in hoger beroep; geen van beide voormelde beslissingen is in kracht van gewijsde getreden.

2. Artikel 187, § 2, tweede lid, Wetboek van Strafvordering bepaalt dat indien het verzet niet is betekend binnen een termijn van vijftien dagen na betekening van het vonnis, de veroordelingen kunnen ten uitvoer worden gelegd.

Artikel 27, § 2, Voorlopige Hechteniswet bepaalt:

"De voorlopige invrijheidstelling kan ook worden aangevraagd door degene die aangehouden is ingevolge een na veroordeling uitgesproken bevel tot onmiddellijke aanhouding, mits er tegen de veroordeling zelf hoger beroep, verzet of cassa-tieberoep is aangetekend. Zij kan in dezelfde voorwaarden worden aangevraagd door wie aangehouden is ingevolge een veroordeling bij verstek, waartegen verzet binnen de buitengewone termijn is aangetekend."

3. Uit deze bepalingen volgt dat het verzet aangetekend tijdens de buitenge-wone termijn van verzet geenszins de tenuitvoerlegging van het verstekvonnis schorst en de bij verstek uitgesproken straf uitvoerbaar is tot de definitieve uit-spraak over dat rechtsmiddel. Het hoger beroep tegen de beslissing die het verzet ongedaan verklaart, belet deze tenuitvoerlegging niet. Het feit dat dit hoger beroep de grond van de zaak bij de appelrechter aanhangig maakt, doet hieraan geen afbreuk.

Het middel dat uitgaat van een andere rechtsopvatting, faalt naar recht.

Ambtshalve onderzoek

4. De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen.

Dictum

Het Hof,

Verwerpt het cassatieberoep.

Veroordeelt de eiser tot de kosten.

Bepaalt de kosten op 71,01 euro.

Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samen-gesteld uit voorzitter Paul Maffei, als voorzitter, de raadsheren Alain Bloch, Peter Hoet, Sidney Berneman en Ilse Couwenberg, en op de openbare rechtszitting van 24 april 2018 uitgesproken door voorzitter Paul Maffei, in aanwezigheid van ad-vocaat-generaal met opdracht Alain Winants, met bijstand van griffier Kristel Vanden Bossche.

K. Vanden Bossche I. Couwenberg S. Berneman

P. Hoet A. Bloch P. Maffei