Hof van Cassatie: Arrest van 25 April 2001 (België). RG P010111Fv

Date :
25-04-2001
Langue :
Français Néerlandais
Taille :
1 page
Section :
Jurisprudence
Source :
Justel N-20010425-1
Numéro de rôle :
P010111Fv

Résumé :

Na het verstrijken van de gewone verzettermijn, en voor zover geen enkel rechtsmiddel is aangewend, is de bij verstek gewezen veroordelende beslissing in kracht van gewijsde gegaan, onder voorbehoud van verzet tijdens de buitengewone termijn (1).

Arrêt :

Ajoutez le document à un dossier () pour commencer à l'annoter.
Nr. P.01.0111.F
PROCUREUR-GENERAAL BIJ HET HOF VAN BEROEP TE BRUSSEL
tegen
B A, beklaagde, gedetineerd.
HET HOF,
Gehoord het verslag van raadsheer Fettweis en op de conclusie van advocaat-generaal Loop;
Gelet op het bestreden arrest, op 7 december 2000 gewezen door het Hof van Beroep te Brussel;
Overwegende dat, na het verstrijken van de gewone verzettermijn en voor zover geen enkel rechtsmiddel is aangewend, de bij verstek gewezen veroordelende beslissing in kracht van gewijsde gaat, tenzij eventueel tijdens de buitengewone termijn verzet wordt gedaan; dat een dergelijke beslissing bijgevolg kan dienen als grondslag voor de herhaling;
Overwegende dat de appèlrechters, na te hebben vastgesteld dat "het eensluidend verklaarde uittreksel en afschrift van het vonnis dat op 19 mei 1995 door de 44ste kamer van de Correctionele Rechtbank te Brussel is gewezen, vermelden dat die ten aanzien van (verweerder) bij verstek gewezen beslissing op 6 juli 1995 aan de procureur des Konings is betekend en dat sindsdien hiertegen geen enkel rechtsmiddel is aangewend", hun beslissing om de omstandigheid van herhaling terzijde te laten niet naar recht verantwoorden, op grond dat "die stukken niet vermelden dat die beslissing thans in kracht van gewijsde is gegaan";
Dat het middel gegrond is;
Overwegende dat de wettelijke herhaling geen bestanddeel is van de telastleggingen waarop de strafvordering is gegrond, maar slechts een persoonlijke omstandigheid eigen aan de pleger van de misdrijven, die alleen van invloed kan zijn op de straf, zodat de onwettigheid zich slechts uitstrekt tot de gehele straf die voor de misdrijven is opgelegd alsook tot de bijdrage tot het bijzonder Fonds tot hulp aan de slachtoffers van opzettelijke gewelddaden; dat zij evenwel geen weerslag heeft op de verklaring van schuld aan die misdrijven;
En overwegende, voor het overige, dat de substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen in acht zijn genomen en de beslissing overeenkomstig de wet is gewezen;
OM DIE REDENEN,
Vernietigt het bestreden arrest, in zoverre het uitspraak doet over de gehele straf en over de bijdrage tot het bijzonder Fonds tot hulp aan de slachtoffers van opzettelijke gewelddaden;
Verwerpt de voorziening voor het overige;
Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het gedeeltelijk vernietigde arrest;
Laat de kosten ten laste van de Staat;
Verwijst de aldus beperkte zaak naar het Hof van Beroep te Luik.
Aldus geoordeeld door het Hof van Cassatie, tweede kamer, te Brussel, door afdelingsvoorzitter Lahousse, de raadsheren Fischer, de Codt, Close, Fettweis, en in openbare terechtzitting van vijfentwintig april tweeduizend en een uitgesproken door afdelingsvoorzitter Lahousse, in aanwezigheid van advocaat-generaal Loop, met bijstand van eerstaanwezend adjunct-griffier Gobert.
Vertaling opgemaakt onder toezicht van raadsheer Fettweis en overgeschreven met assistentie van eerstaanwezend adjunct- griffier Van den Abbeel.