Hof van Cassatie: Arrest (België). RG F.18.0148.N
- Section :
- Jurisprudence
- Source :
- Justel N-20200625-4
- Numéro de rôle :
- F.18.0148.N
Résumé :
Samenvatting 1
Arrêt :
Nr. F.18.0148.N
BUYL LIEVE RADIOLOGIE bvba, met zetel te 9280 Lebbeke, Streekbaan 13,
eiseres,
vertegenwoordigd door mr. Johan Verbist, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 2000 Antwerpen, Amerikalei 187/302,
tegen
BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister van Financiën, met kabinet te 1000 Brussel, Wetstraat 12, voor wie optreedt de directeur van de Stafdienst Logistiek, met kantoor te 1030 Schaarbeek, North Galaxy, Toren B, 2de verdieping, Koning Albert II-laan 33, bus 971,
verweerder,
vertegenwoordigd door mr. Willy van Eeckhoutte, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 9051 Gent, Drie Koningenstraat 3.
I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF
Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest nr. 2018/2471 van het hof van beroep te Gent van 27 maart 2018.
Advocaat-generaal Johan Van der Fraenen heeft op 25 februari 2020 een schriftelijke conclusie neergelegd.
Raadsheer Bart Wylleman heeft verslag uitgebracht.
Advocaat-generaal Johan Van der Fraenen heeft geconcludeerd.
II. CASSATIEMIDDEL
De eiseres voert in haar verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, een middel aan.
III. BESLISSING VAN HET HOF
Beoordeling
Eerste onderdeel
1. De appelrechters oordelen: "de stelling van [de eiseres] dat de kosten met betrekking tot de woning op termijn aanleiding zouden geven tot een meerwaarde is niet van aard om tot een ander besluit dan hiervoren uiteengezet te komen. Er kan niet aangenomen worden dat voldaan is aan de voorwaarden gesteld bij het artikel 49 WIB/1992 uit het enkel feit dat er een kans zou bestaan dat bij latere realisatie van de woning een belastbare meerwaarde zou worden gerealiseerd".
2. Met die redenen oordelen zij niet dat er slechts sprake kan zijn van aftrekbare beroepskosten wanneer het gaat om kosten die met zekerheid inkomsten zullen genereren, maar wel dat uit het enkele feit dat er een kans bestaat dat bij latere realisatie van de woning een meerwaarde wordt gerealiseerd niet volgt dat de kosten zijn gedaan of gedragen met de intentie om belastbare inkomsten te verkrijgen of te behouden.
Het onderdeel berust op een onjuiste lezing van het arrest en mist bijgevolg feitelijke grondslag.
Tweede onderdeel in zijn geheel
3. Volgens artikel 49, eerste lid, WIB92, dat krachtens artikel 183 van toepassing is op vennootschappen, zijn als beroepskosten aftrekbaar de kosten die de belastingplichtige in het belastbare tijdperk heeft gedaan of gedragen om de belastbare inkomsten te verkrijgen, mits hij die kosten door middel van bewijsstukken verantwoordt.
Artikel 52, 3°, van hetzelfde wetboek bepaalt dat de bezoldigingen van de personeelsleden voor hun werkgever beroepskosten vormen en artikel 195, § 1, betreffende de beroepskosten van de vennootschappen bepaalt dat bedrijfsleiders voor de toepassing van de bepalingen inzake beroepskosten met werknemers worden gelijkgesteld en hun bezoldigingen worden aangemerkt als beroepskosten van de vennootschappen waarvan ze de leiding hebben.
De bezoldigingen van de bedrijfsleiders zijn, overeenkomstig artikel 32, eerste lid, van het voormelde wetboek, alle beloningen die hun worden verleend of toegekend. Zij omvatten met name volgens artikel 32, tweede lid, 2°, de voordelen die vermeld worden in artikel 31, tweede lid, 2°, te weten de voordelen van alle aard verkregen uit hoofde van of naar aanleiding van het uitoefenen van de beroepswerkzaamheid.
Uit die bepalingen volgt dat de kosten die een vennootschap maakt om aan haar bedrijfsleiders een voordeel van alle aard te verlenen of toe te kennen als bezoldiging voor de uitoefening van hun beroepswerkzaamheid binnen de vennootschap, beroepskosten zijn die aftrekbaar zijn op grond van artikel 49 WIB92. Daartoe is vereist dat de toegekende voordelen beantwoorden aan werkelijke prestaties verricht ten behoeve van de vennootschap.
4. Krachtens artikel 53, 9°, WIB92 worden niet als beroepskosten aangemerkt kosten van allerlei aard met betrekking tot jacht, visvangst, jachten of andere pleziervaartuigen en lusthuizen, behalve indien en in zover de belastingplichtige bewijst dat zij bij het uitoefenen van de beroepswerkzaamheid en uit hoofde van de eigen aard daarvan noodzakelijk zijn, of in de belastbare bezoldigingen van de begunstigde personeelsleden zijn begrepen.
5. Uit de samenhang van de voormelde bepalingen volgt dat, opdat de in artikel 53, 9°, WIB92 bedoelde kosten voor de belastingplichtige aftrekbaar zijn, ook moet zijn voldaan aan de algemene aftrekbaarheidsvoorwaarden gesteld in artikel 49 WIB92. Hieruit volgt dat de belastingplichtige die aanspraak maakt op aftrek van deze kosten op grond dat zij begrepen zijn in de belastbare bezoldigingen van de begunstigde personeelsleden, ook moet aantonen dat de toegekende voordelen beantwoorden aan werkelijk geleverde prestaties ten behoeve van de vennootschap.
Het onderdeel dat in zijn beide subonderdelen uitgaat van een andere rechtsopvatting, faalt naar recht.
6. In het tweede subonderdeel voorgestelde prejudiciële vraag aan het Grondwettelijk Hof dient niet te worden gesteld.
Dictum
Het Hof,
Verwerpt het cassatieberoep.
Veroordeelt de eiseres tot de kosten.
Bepaalt de kosten voor de eiseres op 256,98 euro.
Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samengesteld uit sectievoorzitter Eric Dirix, als voorzitter, sectievoorzitter Geert Jocqué, en de raadsheren Bart Wylleman, Koenraad Moens en Sven Mosselmans, en in openbare rechtszitting van 25 juni 2020 uitgesproken door sectievoorzitter Eric Dirix, in aanwezigheid van advocaat-generaal Johan Vander Fraenen, met bijstand van griffier Vanity Vanden Hende.