Hof van Cassatie: Arrest van 25 Mei 1999 (België). RG P980620N

Date :
25-05-1999
Langue :
Français Néerlandais
Taille :
1 page
Section :
Jurisprudence
Source :
Justel N-19990525-1
Numéro de rôle :
P980620N

Résumé :

De omstandigheid dat opzettelijke slagen slechts een tijdelijke en geen blijvende ongeschiktheid tot het verrichten van persoonlijke arbeid ten gevolge hebben gehad, sluit niet uit dat die slagen een blijvende invaliditeit tot gevolg hebben gehad.

Arrêt :

Ajoutez le document à un dossier () pour commencer à l'annoter.
HET HOF,
Gelet op het bestreden arrest, op 24 maart 1998 door het Hof van Beroep te Gent gewezen;
A. In zoverre de voorziening is gericht tegen de beslissing op de tegen eiser ingestelde strafvordering:
Over het middel, gesteld als volgt: schending van artikel 149 van de Grondwet,
doordat het bestreden arrest het vonnis van de correctionele rechtbank bevestigt waarbij eiser op strafgebied veroordeeld werd tot een geldboete van 50 frank en, op burgerlijk gebied tot betaling van een schadevergoeding van 25.000 frank provisioneel; het bestreden arrest, de door de correctionele rechtbank opgelegde onderzoeksmaatregel handhaaft, waarin deskundige dokter P. Devos werd aangesteld met opdracht: "het slachtoffer Vanwynsberghe Vincent te onderzoeken en de opgelopen letsels te beschrijven. In een geschreven en met redenen omkleed verslag de duur der tijdelijke volledige werkonbekwaamheid, de duur en de graad der tijdelijke gedeeltelijke werkonbekwaamheid en eventueel de graad der blijvende invaliditeit te bepalen. Zijn advies te geven nopens de eventuele verdere nadelige gevolgen spruitende uit het ongeval desgevallend rekeninghoudend met de leeftijd en het beroep van het slachtoffer",
terwijl het tegenstrijdig is, enerzijds, eiser op strafgebied te veroordelen krachtens het ten laste gelegde door het gevolg gekwalificeerde misdrijf van artikel 399 van het Strafwetboek, te weten "opzettelijke slagen of verwondingen te hebben toegebracht aan Vincent Vanwynsberghe, welke slagen of verwondingen een ziekte of ongeschiktheid tot het verrichten van persoonlijke arbeid tengevolge hebben gehad bij Vincent Vanwynsberghe", en, anderzijds, op burgerlijk gebied een geneesheerdeskundige aan te stellen met als opdracht "in een geschreven en met redenen omkleed verslag de duur der tijdelijke volledige werkonbekwaamheid, de duur en de graad der tijdelijke gedeeltelijke werkonbekwaamheid en eventueel de graad der blijvende invaliditeit te bepalen"; de opdracht aan de geneesheerdeskundige, zoals gelibelleerd, immers de mogelijkheid van een blijvende arbeidsongeschiktheid, in de zin van artikel 400 van het Strafwetboek, die in de aan eiser ten laste gelegde en door het hof (van beroep) bewezen verklaarde feiten niet is begrepen, impliceert;
zodat het arrest is aangetast door tegenstrijdigheid en dus niet naar recht is gemotiveerd (schending van artikel 149 van de Grondwet):
Overwegende dat de appèlrechters, met bevestiging van het beroepen vonnis, enerzijds, eiser schuldig verklaren aan het opzettelijk toebrengen van slagen of verwondingen die een ziekte of een tijdelijke ongeschiktheid tot het verrichten van persoonlijke arbeid ten gevolge hebben gehad; dat zij, anderzijds, op de burgerlijke rechtsvordering van verweerder tegen eiser, een geneeskundig deskundigenonderzoek bevelen en de deskundige belasten met de opdracht "de duur der tijdelijke volledige werkonbekwaamheid, de duur en de graad der tijdelijke gedeeltelijke werkonbekwaamheid en eventueel de graad van blijvende invaliditeit te bepalen";
Overwegende dat de omstandigheid dat de slagen slechts een tijdelijke en geen blijvende ongeschiktheid tot het verrichten van persoonlijke arbeid ten gevolge hebben gehad, niet uitsluit dat die slagen een blijvende invaliditeit tot gevolg hebben gehad;
Dat de in het middel aangevoerde tegenstrijdigheid niet bestaat;
Dat het middel feitelijke grondslag mist;
En overwegende dat de substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen in acht zijn genomen en de beslissing overeenkomstig de wet is gewezen;
OM DIE REDENEN,
Verwerpt de voorziening (...);
Veroordeelt eiser in de kosten.