Hof van Cassatie: Arrest van 28 Juni 1999 (België). RG S990004N
- Section :
- Jurisprudence
- Source :
- Justel N-19990628-7
- Numéro de rôle :
- S990004N
Résumé :
Het middel van niet-ontvankelijkheid van de voorziening opgeworpen door de verweerder en hieruit afgeleid dat het verzoekschrift tot cassatie niet is ondertekend door een advokaat bij het Hof van cassatie is gegrond; het verzoekschrift tot cassatie moet zijn ondertekend door een advokaat bij het Hof van cassatie.
Arrêt :
Ajoutez le document à un dossier
()
pour commencer à l'annoter.
HET HOF,
Gelet op het bestreden arrest, op 16 september 1998 gewezen door het Arbeidshof te Antwerpen;
Over het door verweerder opgeworpen middel van niet-ontvankelijkheid van de voorziening: het verzoekschrift is niet ondertekend door een advocaat bij het Hof van Cassatie:
Overwegende dat artikel 1080 van het Gerechtelijk Wetboek bepaalt dat het verzoekschrift tot cassatie op straf van nietigheid moet zijn ondertekend door een advocaat bij het Hof van Cassatie;
Overwegende dat het verzoekschrift waarbij de voorziening wordt ingesteld niet ondertekend is door een advocaat bij het Hof van Cassatie;
Dat het middel van niet-ontvankelijkheid gegrond is;
OM DIE REDENEN,
Verwerpt de voorziening;
Veroordeelt eiseres in de kosten.
Gelet op het bestreden arrest, op 16 september 1998 gewezen door het Arbeidshof te Antwerpen;
Over het door verweerder opgeworpen middel van niet-ontvankelijkheid van de voorziening: het verzoekschrift is niet ondertekend door een advocaat bij het Hof van Cassatie:
Overwegende dat artikel 1080 van het Gerechtelijk Wetboek bepaalt dat het verzoekschrift tot cassatie op straf van nietigheid moet zijn ondertekend door een advocaat bij het Hof van Cassatie;
Overwegende dat het verzoekschrift waarbij de voorziening wordt ingesteld niet ondertekend is door een advocaat bij het Hof van Cassatie;
Dat het middel van niet-ontvankelijkheid gegrond is;
OM DIE REDENEN,
Verwerpt de voorziening;
Veroordeelt eiseres in de kosten.