Hof van Cassatie: Arrest van 28 Mei 2015 (België). RG D.14.0029.F

Date :
28-05-2015
Langue :
Français Néerlandais
Taille :
2 pages
Section :
Jurisprudence
Source :
Justel N-20150528-1
Numéro de rôle :
D.14.0029.F

Résumé :

De diploma’s, certificaten of andere titels en de jaren beroepservaring die de artikelen 12 en 14 van het Franse decreet nr. 72-678 van 20 juli 1972 als voorwaarde stellen voor de toekenning van een beroepskaart die toelaat om de activiteit van bemiddeling en beheer van onroerende goederen en handelsfondsen in Frankrijk uit te oefenen, maken niet de opleidingstitel uit die vereist is in artikel 2, §1, d), van het koninklijk besluit van 30 augustus 2013 om het beroep van vastgoedmakelaar te mogen uitoefenen.

Arrêt :

Ajoutez le document à un dossier () pour commencer à l'annoter.

Nr. D.14.0029.F

S. G.,

Mr. Pierre Van Ommeslaghe, advocaat bij het Hof van Cassatie,

tegen

BEROEPSINSTITUUT VAN VASTGOEDMAKELAARS,

Mr. Jacqueline Oosterbosch, advocaat bij het Hof van Cassatie.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen de beslissing van de Franstalige kamer van be-roep van het Beroepsinstituut van Vastgoedmakelaars van 8 oktober 2014.

Raadsheer Michel Lemal heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal Thierry Werquin heeft geconcludeerd.

II. CASSATIEMIDDEL

De eiser voert in zijn verzoekschrift, dat aan dit arrest is gehecht, een middel aan.

III. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

Middel

Twee onderdelen samen

Krachtens artikel 2, § 1, d), van het koninklijk besluit van 30 augustus 2013 be-treffende de toegang tot het beroep van vastgoedmakelaar moet men om het be-roep van vastgoedmakelaar te mogen uitoefenen houder zijn van een opleidingsti-tel voorgeschreven door een andere Lidstaat van de Europese Unie om tot het be-roep van vastgoedmakelaar op zijn grondgebied te worden toegelaten, dan wel de-ze activiteit aldaar uit te oefenen.

Voornoemd artikel 2, § 1, d), bepaalt dat de opleidingstitel voorgeschreven door een andere Lidstaat begrepen moet worden als ieder diploma, certificaat of andere titel die of dat afgegeven is door een bevoegde autoriteit in een Lidstaat die over-eenkomstig de wettelijke, verordenende of bestuursrechterlijke bepalingen van die Lidstaat is aangewezen en die of dat blijk geeft van een beroepskwalificatieniveau dat ten minste gelijkwaardig is aan een opleiding op het niveau van postsecundair onderwijs dat ten minste 1 jaar duurt of in geval van een deeltijdse opleiding, van een gelijkwaardige duur, waarvoor als een van de toelatingsvoorwaarden in de re-gel geldt dat men de studiecyclus van secundair onderwijs moet hebben voltooid die voor de toegang tot het universitair of hoger onderwijs vereist is, of een volle-dige equivalente schoolopleiding van secundair niveau, alsook de beroepsoplei-ding die eventueel als aanvulling op deze cyclus van postsecundair onderwijs ver-eist is.

Volgens artikel 11 van het Franse decreet nr. 72-678 van 20 juli 1972, dat de toe-passingsvoorwaarden bepaalt van de wet nr. 70-9 van 2 januari 1970, waarin de voorwaarden worden geregeld om activiteiten die verband houden met bepaalde verrichtingen met betrekking tot onroerende goederen en handelsfondsen uit te oefenen, worden geacht het bewijs te leveren van de vereiste beroepsbekwaamheid om de in artikel 1 bepaalde beroepskaart te verkrijgen, die toelaat om de activiteit van bemiddeling en beheer van onroerende goederen en handelsfondsen uit te oefenen, de personen die het volgende overleggen:

1° ofwel een diploma uitgereikt door de Staat of in naam van de Staat van een ni-veau dat gelijkwaardig aan of hoger dan drie jaar hogere studies na het baccalau-reaat is en dat het resultaat is van juridische, economische of handelsstudies;

2° ofwel een diploma of titel dat of die voorkomt op het nationaal repertorium van beroepscertificaten van een gelijkwaardig niveau (niveau II) en dat of die het re-sultaat is van studies van dezelfde aard;

3° ofwel het brevet van hoger vakman vastgoedberoepen;

4° ofwel een diploma van het instituut voor toegepaste economische en juridische studies in de bouw- en woonsector.

Luidens artikel 12 van dat decreet worden geacht het bewijs te leveren van de ver-eiste beroepsbekwaamheid om de in artikel 1 bepaalde beroepskaart te verkrijgen, de personen die cumulatief aan de volgende voorwaarden voldoen:

1° houder zijn van ofwel een baccalaureaat, ofwel een diploma of titel dat of die voorkomt op het nationaal repertorium van beroepscertificaten van een gelijk-waardig niveau (niveau IV) en dat of die het resultaat is van juridische, economi-sche of handelsstudies;

2° gedurende minstens drie jaar een functie in ondergeschikt verband uitgeoefend hebben die betrekking heeft op een activiteit die vermeld staat in artikel 1 van de bovengenoemde wet van 2 januari 1970 en die overeenstemt met de vereiste ver-melding.

Artikel 14 van hetzelfde decreet bepaalt dat personen geacht worden het bewijs te leveren van de vereiste beroepsbekwaamheid om de in artikel 1 bepaalde beroeps-kaart te verkrijgen, als zij gedurende minstens tien jaar één van de in artikel 12, 2°, vermelde functies hebben uitgeoefend. Die duur wordt verminderd tot vier jaar indien het gaat om een kaderfunctie en de eiser in die hoedanigheid verbonden was aan een instelling voor aanvullend pensioen of indien het gaat om een open-baar ambt van categorie A of van een gelijkwaardig niveau.

De diploma's, certificaten of andere titels en de jaren beroepservaring die de voornoemde artikelen 12 en 14 als voorwaarde stellen voor de toekenning van een beroepskaart die toelaat om de activiteit van bemiddeling en beheer van onroeren-de goederen en handelsfondsen in Frankrijk uit te oefenen, maken niet de oplei-dingstitel uit die vereist is in artikel 2, § 1, d), van het koninklijk besluit van 30 augustus 2013.

De beide onderdelen die uitgaan van het tegendeel, falen naar recht.

Dictum

Het Hof,

Verwerpt het cassatieberoep.

Veroordeelt de eiser tot de kosten.

Aldus geoordeeld door het Hof van Cassatie, eerste kamer, te Brussel, door afde-lingsvoorzitter Albert Fettweis, de raadsheren Didier Batselé, Martine Regout, Michel Lemal en Sabine Geubel, en in openbare terechtzitting van 28 mei 2015 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Albert Fettweis, in aanwezigheid van advo-caat-generaal Thierry Werquin, met bijstand van griffier Patricia De Wadripont.

Vertaling opgemaakt onder toezicht van raadsheer Antoine Lievens en over-geschreven met assistentie van griffier Kristel Vanden Bossche.

De griffier, De raadsheer,