Hof van Cassatie: Arrest van 28 September 2017 (België). RG C.17.0135.N

Date :
28-09-2017
Langue :
Français Néerlandais
Taille :
2 pages
Section :
Jurisprudence
Source :
Justel N-20170928-7
Numéro de rôle :
C.17.0135.N

Résumé :

Samenvatting 1

Arrêt :

Ajoutez le document à un dossier () pour commencer à l'annoter.

Nr. C.17.0135.N

CENTRAL BANK OF IRAQ, met zetel te Bagdad (Irak), Sinak, Al Rachid Street,

eiseres,

vertegenwoordigd door mr. Paul Wouters, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 3000 Leuven, Koning Leopold I-straat 3, waar de eiseres woonplaats kiest,

tegen

1. UBERSEE TECHNIK PLANUNG UND ERRICHTUNG VON

INDUSTRIEANLAGEN GmbH, vennootschap naar Duits recht, met zetel te 22767 Hamburg (Duitsland), Palmaille 67,

verweerster,

vertegenwoordigd door mr. Huguette Geinger en mr. Patricia Vanlersberghe, ad-vocaten bij het Hof van Cassatie, beiden met kantoor te 1000 Brussel, Quatre Brasstraat 6, waar de verweerster woonplaats kiest,

2. UPM-KYMMENE, met zetel te 00130 Helsinki (Finland), Eteläesplanadi 2, P.B. 380,

verweerster,

3. AB SANOVIK INTERNATIONAL, vennootschap naar Zweeds recht, met zetel te 81181 Sandviken (Zweden),

4. NOVOPARC HEALTHCARE INTERNATIONAL LIMITED, ven-nootschap naar Iers recht, met zetel te Dublin 9 (Ierland), St. John's Court, Swort Road, Santry,

5. PRYSMIAN FINLAND OY, vennootschap naar Fins recht, met zetel te 2110 Espoo (Finland), Kimmeltie 1,

6. AD STRUVER KG GmbH & C°, vennootschap naar Duits recht, met zetel te 22453 Hamburg (Duitsland), Niendorferweg 11,

7. AKZO NOBEL COATINGS bv, vennootschap naar Nederlands recht, met zetel te 2171 AJ Sassenheim (Nederland), Rijksstraatweg 31,

verweersters,

vertegenwoordigd door mr. Paul Lefebvre, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1050 Brussel, Louizalaan 480/9, waar de verweersters woonplaats kie-zen.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Brussel van 7 november 2016.

Sectievoorzitter Eric Dirix heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal André Van Ingelgem heeft geconcludeerd.

II. CASSATIEMIDDELEN

De eiseres voert in haar verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, twee middelen aan.

III. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

Eerste middel

1. Het middel voert in wezen aan dat de eiseres niet kon worden veroordeeld tot een geldboete van 2.500 euro op grond van artikel 780bis Gerechtelijk Wet-boek, noch tot schadevergoeding ten laste van de verweerster sub 1 en verweer-sters sub 3 tot en met 7, aangezien haar vordering tot opschorting van de verdeling legitiem was en de afwijzing ervan door de appelrechter niet wettig verantwoord is, zodat er geen aanleiding kan zijn tot enig procesmisbruik bij het voeren van te-genspraak bij de evenredige verdeling.

2. Uit de stukken waarop het Hof vermag acht te slaan, blijkt, in essentie, dat de eiseres het voorwerp was van diverse derdenbeslagen in handen van Com-merzbank AG die verklaarde een bedrag van 1.179.807.732 BEF schuldig te zijn en hiervan afgifte deed in handen van de instrumenterende gerechtsdeurwaarder die hierop overging tot een evenredige verdeling tussen de samenlopende schuldeisers, waaronder de verweersters. Nadien is komen vast te staan dat één der schuldeisers, Instrubel nv, niet over een schuldvordering beschikte en deze vennootschap een bedrag van 9.578.668,91 euro terugstortte aan de gerechtsdeur-waarder met het oog op de herverdeling tussen de overige schuldeisers en deze op 8 augustus 2014 een nieuw ontwerp van evenredige verdeling opstelde. De eiseres is van oordeel dat Instrubel nv nog een hoger bedrag diende terug te storten gelet op de rente en zij vordert de opschorting van de verdeling tot de afwikkeling van de ter zake gevoerde procedure voor het hof van beroep te Gent.

3. Overeenkomstig de artikelen 1627 en volgende Gerechtelijk Wetboek gaat de gerechtsdeurwaarder over tot het opmaken van een ontwerp van verdeling tus-sen de samenlopende schuldeisers en worden de schuldeisers voldaan overeen-komstig dit ontwerp, behoudens in geval van betwisting nopens de verdeling in welk geval de beslagrechter die uitspraak doet over de zwarigheden de tabel van de verdeling afsluit en de Deposito- en Consignatiekas overeenkomstig deze tabel de schuldeisers betaalt. De tegenspraak kan enkel betrekking hebben op de verde-ling en kan er niet toe leiden dat de regelmatigheid van de voorafgaande procedu-re wordt ter discussie gesteld. Het voeren van tegenspraak kan blijk geven van misbruik van procesrecht wanneer dit recht wordt uitgeoefend op een kennelijk onzorgvuldige wijze. Na het verstrijken van de termijn van tegenspraak bedoeld in artikel 1629 Gerechtelijk Wetboek kunnen schuldeisers geen tegenspraak meer doen gelden en kan evenmin met andere schuldeisers worden rekening gehouden. Het eventueel batig saldo komt toe aan de beslagen schuldenaar. Indien de schuldeiser wiens schuldvordering achteraf niet blijkt te bestaan, overgaat tot res-titutie van het ontvangen bedrag, doet de gerechtsdeurwaarder, in dezelfde vor-men, de verdeling van dit bedrag tussen de overige schuldeisers die waren betrok-ken bij de evenredige verdeling.

4. De appelrechter oordeelt dat het feit "Instrubel de gelden terug heeft over-gemaakt op de kwaliteitsrekening van de instrumenterende gerechtsdeurwaarder, [niet] impliceert dat de gelden zouden toekomen aan [de eiseres]", "er niet valt in te zien waarom het ‘ongepast' zou zijn de thans bestreden evenredige verdeling verder te zetten", "indien er een batig saldo zou zijn, hetgeen tot op heden geenszins aannemelijk zou zijn en in elk geval niet bewezen is, dit tegoed via de Deposito- en Consignatiekas zal worden overgemaakt aan [de eiseres]", "het niet opgaat in deze procedure, in dit stadium, onder het mom van ‘tegenspraak' andere twist-punten, eerdere procedures ter discussie te stellen, net zo min als een tegenspraak erop gericht kan zijn een niet eerder ingediende schuldvordering voor het eerst te doen gelden" en "de intresten op de gekantonneerde gelden [...] het lot volgen van de toegekende sommen en worden proportioneel verdeeld onder de schuldeisers van wie de schuldvordering in aanmerking werd genomen overeenkomstig dezelfde verdeelsleutel".

5. De appelrechter die op die gronden oordeelt dat er geen reden is tot opschorten van de verdelingsprocedure, de eiseres hierbij ook geen belang heeft en de houding van de eiseres "in de gegeven omstandigheden [...] dilatoir is en derhalve leidt tot een volstrekt nodeloze, tijdrovende en kostelijke onterechte belasting van de hierbij betrokken actoren en tot een ongeoorloofd uitstel van de uitbetaling van de in beslag genomen tegoeden", verantwoordt haar beslissing naar recht en voldoet aan het voorschrift van artikel 149 Grondwet.

Het middel kan niet worden aangenomen.

Tweede middel

6. Uit de stukken waarop het Hof vermag acht te slaan, blijkt dat de verweer-ster sub 1 in haar appelconclusie aanspraak maakte op schadevergoeding wegens procesmisbruik "hier voorlopig begroot op 100.000 euro".

In de mate dat het arrest de eiseres veroordeelt tot een hoger bedrag dan 100.000 euro is het middel gegrond.

Dictum

Het Hof,

eenparig beslissend,

Vernietigt het bestreden arrest in zoverre het oordeelt over de omvang van de schadevergoeding wegens procesmisbruik ten aanzien van verweerster sub 1.

Verwerpt het cassatieberoep voor het overige.

Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het gedeeltelijk vernietigde arrest.

Houdt de kosten aan en laat de beslissing daaromtrent aan de feitenrechter over.

Verwijst de aldus beperkte zaak naar het hof van beroep te Gent.

Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samen-gesteld uit sectievoorzitter Eric Dirix, als voorzitter, en de raadsheren Bart Wylleman en Koenraad Moens, en in openbare rechtszitting van 28 september 2017 uitgesproken door sectievoorzitter Eric Dirix, in aanwezigheid van advocaat-generaal André Van Ingelgem, met bijstand van griffier Kristel Vanden Bossche.

K. Vanden Bossche K. Moens B. Wylleman

E. Dirix