Hof van Cassatie: Arrest van 3 April 2017 (België). RG S.15.0071.N

Date :
03-04-2017
Langue :
Français Néerlandais
Taille :
7 pages
Section :
Jurisprudence
Source :
Justel N-20170403-3
Numéro de rôle :
S.15.0071.N

Résumé :

De doorhaling van de zaak op de rol doet het geding evenwel slechts vervallen in de mate dat het nog bij de rechter aanhangig is en heeft geen gevolgen voor de beslissingen waarmee hij zijn rechtsmacht over een geschilpunt al had uitgeput.

Arrêt :

Ajoutez le document à un dossier () pour commencer à l'annoter.

Nr. S.15.0071.N

RIJKSDIENST VOOR SOCIALE ZEKERHEID, openbare instelling, met ze-tel te 1060 Sint-Gillis, Victor Hortaplein 11,

eiser,

vertegenwoordigd door mr. Geoffroy de Foestraets, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1000 Brussel, Dalstraat 67/14, waar de eiser woonplaats kiest,

tegen

OLENSE VLEESWAREN INDUSTRIE nv, met zetel te 2250 Olen, Hoogbuul 1, die woonplaats heeft gekozen bij gerechtsdeurwaarder

verweerster.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het arbeidshof te Gent van 2 fe-bruari 2015, op verwijzing na het arrest van het Hof van 4 november 2013.

Sectievoorzitter Beatrijs Deconinck heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal Henri Vanderlinden heeft geconcludeerd.

II. CASSATIEMIDDEL

De eiser voert in zijn verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, een middel aan.

III. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

1. Krachtens artikel 730, § 1, Gerechtelijk Wetboek kan een zaak op de rol worden doorgehaald met instemming van de partijen. Een zaak die op de rol is doorgehaald kan alleen door een nieuwe dagvaarding weer op de rol worden ge-bracht, behoudens het recht van de partijen om vrijwillig te verschijnen.

Krachtens artikel 730, § 3, Gerechtelijk Wetboek doet de doorhaling van de zaak op de rol het geding vervallen.

De doorhaling van de zaak op de rol doet het geding evenwel slechts vervallen in de mate dat het nog bij de rechter aanhangig is en heeft geen gevolgen voor de be-slissingen waarmee hij zijn rechtsmacht over een geschilpunt al had uitgeput.

2. Krachtens artikel 1110, eerste en tweede lid, Gerechtelijk Wetboek heeft, ingeval cassatie wordt uitgesproken met verwijzing, deze plaats naar het gerecht in hoogste feitelijke aanleg van dezelfde rang als datgene dat de bestreden beslissing gewezen heeft en wordt deze voor het aangewezen gerecht aanhangig gemaakt zoals een gewone zaak.

De vernietiging met verwijzing plaatst de partijen, binnen de grenzen van de ver-nietiging, in de toestand waarin zij zich bevonden voor de rechter wiens beslissing is vernietigd.

3. Uit de stukken waarop het Hof vermag acht te slaan, blijkt dat:

- de eiser op 6 februari 2008 tot een regularisatie is overgegaan nadat was vast-gesteld dat de verweerster geen aangifte had gedaan van overuren die haar werknemers hadden verricht;

- de verweerster de gevraagde socialezekerheidsbijdragen onder voorbehoud heeft betaald en vervolgens de terugbetaling ervan heeft gevorderd voor de ar-beidsrechtbank te Turnhout;

- de arbeidsrechtbank te Turnhout bij vonnis van 29 april 2008 oordeelde dat de vordering tot terugbetaling van de verweerster ongegrond is wat betreft de re-gularisatie van de overuren van vijf vrachtwagenchauffeurs en gegrond wat be-treft de regularisatie van overuren van de overige elf werknemers, en het debat heropende om de partijen de gelegenheid te geven de afrekening te actualise-ren;

- de verweerster op 19 februari 2010 hoger beroep heeft ingesteld tegen dit von-nis in de mate dat haar vordering werd afgewezen en de eiser bij appelconclusie incidenteel beroep heeft ingesteld in de mate dat de vordering van de ver-weerster gegrond werd verklaard;

- het arbeidshof te Antwerpen bij arrest van 27 januari 2012 zowel het hoger be-roep van de verweerster als het incidenteel beroep van de eiser ongegrond ver-klaarde, waarna het debat werd heropend ten einde de partijen toe te laten de eindafrekening tegensprekelijk op te maken en aan het arbeidshof voor te leg-gen;

- de verwerping van het incidenteel beroep van de eiser gesteund was op het ontbreken van bewijskrachtige gegevens dat overuren werden gepresteerd, voor tien werknemers, en de vaststelling dat een leidinggevende functie werd uitge-oefend die niet onderworpen is aan de bepalingen inzake arbeidsduur, wat de werknemer D.O. betreft;

- het arbeidshof te Antwerpen vervolgens op verzoek van de beide partijen de doorhaling van de zaak op de rol heeft bevolen bij arrest van 11 januari 2013;

- de eiser op 2 april 2013 een beperkt cassatieberoep heeft ingesteld tegen het voormelde arrest van 27 januari 2012, gericht tegen de beslissing over de regu-larisatie met betrekking tot de werknemer D.O.;

- het Hof bij arrest van 4 november 2013 het arrest van 27 januari 2012 heeft vernietigd in zoverre het uitspraak doet over de regularisatie met betrekking tot D.O., met verwijzing van de aldus beperkte zaak naar het arbeidshof te Gent;

- de eiser bij dagvaarding van 18 december 2013 het geschil overeenkomstig ar-tikel 1110 Gerechtelijk Wetboek aanhangig heeft gemaakt voor het arbeidshof te Gent en verzocht het geding voort te zetten en te hervatten in zoverre het be-trekking heeft op de regularisatie met betrekking tot D.O..

4. Aangezien uit deze vaststellingen blijkt dat op 11 januari 2013, datum waarop het de doorhaling van de zaak op de rol heeft bevolen, het arbeidshof te Antwerpen geen rechtsmacht meer had om te oordelen over de regularisatie met betrekking tot D.O., kan deze doorhaling niet eraan in de weg staan dat het ar-beidshof te Gent, ingevolge de door het Hof uitgesproken vernietiging met ver-wijzing en de daaropvolgende dagvaarding in toepassing van artikel 1110, tweede lid, Gerechtelijk Wetboek, binnen de perken van de verwijzing kennis kan nemen van de zaak, zonder dat vereist was dat die zaak met een dagvaarding in de zin van artikel 730, § 1, tweede lid, Gerechtelijk Wetboek op de rol werd gebracht.

Het bestreden arrest dat anders oordeelt, verantwoordt zijn beslissing dat de vor-dering tot hervatting en voortzetting van het geding voor zover het betrekking heeft op de regularisatie van de bijdragen voor D.O., niet ontvankelijk is, niet naar recht.

Het middel is gegrond.

Dictum,

Het Hof,

Vernietigt het bestreden arrest.

Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de rand van het vernie-tigde arrest.

Houdt de kosten aan en laat de beslissing daaromtrent aan de feitenrechter over.

Verwijst de aldus beperkte zaak naar het arbeidshof te Brussel.

Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, derde kamer, samen-gesteld uit sectievoorzitter Eric Dirix, als voorzitter, sectievoorzitter Beatrijs Deconinck, en de raadsheren Koen Mestdagh, Antoine Lievens en Bart Wylleman, en in openbare rechtszitting van 3 april 2017 uitgesproken door sectie-voorzitter Eric Dirix, in aanwezigheid van advocaat-generaal Henri Vanderlinden, met bijstand van griffier Vanessa Van de Sijpe.

V. Van de Sijpe B. Wylleman A. Lievens

K. Mestdagh B. Deconinck E. Dirix

VOORZIENING TOT CASSATIE

VOOR: De RIJKSDIENST VOOR SOCIALE ZEKERHEID, openbare instelling, opgericht bij besluitwet van 28 december 1944, met zetel te 1060 Brussel, Victor Hortaplein, 11, bijgestaan en vertegenwoordigd door Meester Geoffroy de FOESTRAETS, advocaat bij het Hof van Cassatie, kantoor houdende te 1000 Brussel, Dalstraat, 67, waar keuze van woonplaats wordt gedaan,

eiser tot cassatie,

TEGEN: De nv OLENSE VLEESWAREN INDUSTRIE, met zetel gevestigd te 2250 Olen, Hoogbuul 1, met ondernemingsnummer 0406.329.733

verweerster in cassatie,

* * *

Aan de Heren Eerste Voorzitter en Voorzitter, de Dames en Heren Raadsheren, leden van het Hof van Cassatie,

* * *

Hooggeachte Dames en Heren,

Eiser heeft de eer het arrest aan Uw toezicht te onderwerpen dat op 2 februari 2015 op tegenspraak werd gewezen door de zesde kamer van het Arbeidshof te Gent, afdeling Gent (2013/AG/387).

FEITEN EN PROCEDUREVOORGAANDEN

Bij een controle door de sociale inspectiediensten op 12 maart 2007 werd vastgesteld dat de vrachtwagenchauffeurs van verweerster, alsook 11 van haar werknemers, overuren hadden verricht zonder dat hiervan aangifte was gedaan.

Bij brief van 6 februari 2008 stelde eiser de verweerster ervan in kennis dat hij op basis van de gegevens van dit onderzoek zou overgaan tot een regularisatie van de overuren voor de periode van het derde kwartaal van 2003 tot en met het eerste kwartaal van 2007.

Verweerster betaalde de verschuldigde socialezekerheidsbijdragen onder voorbehoud en vorderde de terugbetaling ervan met een verzoekschrift neergelegd ter griffie van de Arbeidsrechtbank te Turnhout op 29 april 2008.

Bij vonnis van 14 januari 2010 verklaarde voormelde arbeidsrechtbank de vordering van verweerster ongegrond wat betreft de regularisatie van de overuren van de vijf vrachtwagenchauffeurs, en gegrond wat betreft de regularisatie van de overuren van de overige elf werknemers. De debatten werden heropend teneinde partijen de gelegenheid te geven de rekening te actualiseren.

Bij verzoekschrift tot hoger beroep, neergelegd op 19 februari 2010 ter griffie van het Arbeidshof te Antwerpen, afdeling Antwerpen, tekende verweerster hoger beroep aan tegen voormelde beslissing in de mate dat haar vordering ongegrond was verklaard. Eiser stelde incidenteel beroep in bij beroepconclusie in de mate dat de vordering van verweerster gegrond was verklaard.

Bij arrest van 27 januari 2012 bevestigde het Ar-beidshof te Antwerpen, afdeling Antwerpen, het vonnis a quo; de debatten werden heropend ten einde partijen toe te laten de eindafrekening tegensprekelijk op te maken en aan het hof voor te leggen.

Bij arrest van 11 januari 2013 van het Arbeidshof te Antwerpen, afdeling Antwerpen, werd op verzoek van beide partijen de doorhaling van de zaak op de algemene rol bevolen.

Op 2 april 2013 werd door eiser een voorziening tot cassatie ingesteld tegen het arrest van 27 januari 2012 van het Arbeidshof te Antwerpen, afdeling Antwerpen. Het enig middel was gericht tegen de beslissing aangaande de regularisatie van D.O..

Uw Hof vernietigde in zijn arrest van 4 november 2013 voormeld arrest van 27 januari 2012 in zoverre het uitspraak doet over de regularisatie met betrekking tot D.O. en over de kosten, met verwijzing van de aldus beperkte zaak naar het Arbeidshof te Gent.

Met dagvaarding, betekend aan verweerster op 18 december 2013, heeft eiser het geschil overeenkomstig artikel 1110 Ger.W. aanhangig gemaakt voor het Arbeidshof te Gent. De vordering strekte ertoe het geding dat was aangevat voor de negende kamer van het Arbeidshof te Antwerpen, afdeling Antwerpen, te hervatten en voort te zetten, in zoverre het betrekking heeft op de regularisatie met betrekking tot D.O..

Het bestreden arrest van 2 februari 2015 van het Arbeidshof te Gent, afdeling Gent, verklaart de vordering van eiser tot hervatting en voortzetting van het geding niet ontvankelijk in zoverre dat geding was vervallen gelet op de doorhaling van de zaak op de algemene rol zoals bevolen bij arrest van 11 januari 2013 van het Arbeidshof te Antwerpen, afdeling Antwerpen.

ENIG MIDDEL TOT CASSATIE

Geschonden wetsbepalingen:

- de artikelen 19, eerste lid, 730, §1, en 1110 van het Gerechtelijk Wetboek;

Aangevochten beslissing:

Het bestreden arrest verklaart de vordering van eiser tot hervatting en voortzetting van het geding dat was aangevat voor de negende kamer van het Arbeidshof te Antwerpen, afdeling Antwerpen, aldaar ingeschreven op de algemene rol onder het nummer 2010/AA/91, voor zover het betrekking heeft op de regularisatie van de bijdragen voor D.O. en de kosten, niet ontvankelijk in zoverre dat geding was vervallen door de doorhaling van de zaak op de algemene rol, zoals bevolen bij arrest van 11 januari 2013 van het Arbeidshof te Antwerpen, afdeling Antwerpen:

" Nopens de ontvankelijkheid van de vordering van de (eiser) tot hervatting en voortzetting van het geding dat was aangevat voor de negende kamer van het arbeidshof te Antwerpen en aldaar ingeschreven op de algemene rol onder nummer 2010/AA/91, voor zover het betrekking heeft op de regularisatie van de bijdragen voor D.O. en de kosten.

" De (verweerster) betwist de ontvankelijkheid van de vordering van de (eiser) omdat het arbeidshof te Antwerpen in zijn eindarrest van 11 januari 2013 op verzoek van de partijen de doorhaling van de zaak op de algemene rol heeft bevolen.

" De (eiser) is het daar niet mee eens, in hoofdorde omdat het standpunt van de (verweerster) afbreuk doet aan het gezag van gewijsde van het cassatiearrest van 4 november 2013 waarbij de zaak werd verwezen naar het arbeidshof te Gent. In ondergeschikte orde is de (eiser) het er niet mee eens dat de rechtsmacht van het arbeidshof Gent zou zijn uitgeput en volgens de (eiser) heeft de vernietiging van het tussenarrest van 27 januari 2012 de vernietiging van het eindarrest van 11 januari 2013 tot ge-volg.

***

" Artikel 730, §1 van het Gerechtelijk Wetboek be-paalt dat een zaak op de algemene rol kan worden doorgehaald met instemming van de partijen. Een zaak die op de algemene rol is doorgehaald, kan alleen door een nieuwe dagvaarding weer op de rol worden gebracht, behoudens het recht van de partijen om vrijwillig te verschijnen.

" Overeenkomstig artikel 730, §3 van het Gerechtelijk Wetboek doet de doorhaling het geding vervallen.

" Artikel 1110, 2de lid van het Gerechtelijk Wetboek bepaalt dat, ingeval cassatie wordt uitgesproken met verwijzing, deze voor het aangewezen gerecht aanhangig wordt gemaakt zoals een gewone zaak.

" De zaak is aldus niet aanhangig gemaakt voor het arbeidshof te Gent door de verwijzing ervan naar het arbeidshof te Gent in het cassatiearrest van 4 november 2013.

" Zoals het Hof van Cassatie overwoog in zijn arrest van 27 september 1993 (Arr. Cass. 1993, 762) is de dagvaarding waardoor de zaak bij de aangewezen rechter na cassatie aanhangig is gemaakt geen gedinginleidende akte maar een akte tot hervatting en voortzetting van het geding dat is aangevat voor de rechter wiens beslissing werd vernietigd.

" De dagvaarding van 18 december 2013 is geen dag-vaarding in de zin van artikel 730, §1 van het Gerechtelijk Wetboek die een doorgehaalde zaak weer op de rol brengt.

" Door het arrest van het arbeidshof te Antwerpen van 11 januari 2013 is het geding dat is aangevat voor het arbeidshof te Antwerpen vervallen. Het geding is niet terug op de rol gebracht door de dagvaarding van 18 december 2013. Het geding dat is aangevat voor de rechter wiens beslissing werd vernietigd, is vervallen, zodat het niet kan worden hervat of voortgezet voor het arbeidshof Gent.

" In tegenstelling tot wat de (eiser) voorhoudt, brengt de vernietiging van het tussenarrest van 27 januari 2012 van het arbeidshof te Antwerpen, in zoverre het uitspraak doet over de regularisatie met betrekking tot D.O. en over de kosten, niet tevens de vernietiging mee van het arrest van 11 januari 2013 van dat hof, dat op verzoek van de partijen de doorhaling van de zaak op de algemene rol beveelt. Het arrest van 11 januari 2013 is niet het gevolg van het arrest van 27 januari 2012, noch steunt het eindarrest op dezelfde onwettigheid als de vernietigde beslissing.

***

" De vordering tot hervatting en voortzetting van het geding dat was aangevat voor de negende kamer van het arbeidshof te Antwerpen en aldaar ingeschreven op de algemene rol onder het nummer 2010/AA/91, voor zover het betrekking heeft op de regularisatie van de bijdragen voor D.O. en de kosten en dat is vervallen door de doorhaling op de algemene rol, is niet ontvankelijk."

(arrest, p.6-7).

Grieven:

1. De rechtsmacht van de verwijzingsrechter wordt geregeld door artikel 1110 Ger.W.:

" Ingeval cassatie wordt uitgesproken met verwijzing, heeft deze plaats naar het gerecht in hoogste feitelijke aanleg van dezelfde rang als datgene dat de bestreden beslissing gewezen heeft.

Deze wordt voor het aangewezen gerecht aanhangig gemaakt zoals een gewone zaak".

De dagvaarding, waardoor de zaak bij de aangewezen rechter na cassatie aanhangig is gemaakt, betreft geen gedinginleidende akte maar is een akte tot hervatting en voortzetting van het geding dat is aangevat voor de rechter wiens beslissing werd vernietigd (Cass., 27 september 1993, A.C., 1993, nr.377).

2. Wanneer een zaak, overeenkomstig artikel 730 Ger.W., met instemming van de partijen, op de algemene rol wordt doorgehaald, is het geding vervallen en kan deze zaak, in beginsel, alleen door een nieuwe dagvaarding weer op de rol worden gebracht, behoudens het recht van de partijen om vrijwillig te verschijnen.

Wanneer met succes een cassatievoorziening wordt ingesteld tegen een beslissing in een zaak die van de algemene rol werd doorgehaald, is de dagvaarding, waardoor de zaak bij de aangewezen rechter na cassatie aanhangig wordt gemaakt, een akte die toelaat om het geding, zoals aangevat voor de rechter wiens beslissing werd vernietigd, te hervatten en voort te zetten.

Deze dagvaarding brengt de doorgehaalde zaak weer op de algemene rol en vormt in dat opzicht een dagvaarding in de zin van artikel 730, §1, Ger.W.

3. Ook wanneer de dagvaarding waardoor de zaak bij de aangewezen rechter na cassatie aanhangig wordt gemaakt niet beschouwd kan worden als een dagvaarding in de zin van artikel 730 §1, Ger.W., laat die dagvaarding niettemin toe om het geding dat was aangevat voor de rechter wiens beslissing werd vernietigd voor de verwijzingsrechter voort te zetten en te hervatten, ook al was de zaak op de algemene rol van het gerecht dat de vernietigde beslissing heeft gewezen, doorgehaald.

Krachtens artikel 1110, eerste lid, Gerechtelijk Wetboek, plaatst de vernietiging met verwijzing de partijen, binnen de grenzen van de vernietiging, in de toestand waarin zij zich bevonden voor de rechter wiens beslissing is vernietigd (Cass., 11 oktober 2012, A.C., 2012, nr.524; Cass., 15 maart 2007, A.C., 2007, nr.139).

Waar het vernietigde arrest was geveld op 27 januari 2012, worden de partijen ingevolge de vernietiging derhalve in de toestand geplaatst waarin zij zich bevonden op datum van 27 januari 2012, dit is vooraleer de zaak op 11 januari 2013 van de algemene rol werd doorgehaald.

Het bestreden arrest dient als verwijzingsrechter derhalve geen rekening te houden met de beslissing tot doorhaling die chronologisch na de vernietigde beslissing was genomen zodat de doorhaling van de zaak de ontvankelijkheid van de vordering van eiser tot hervatting en voortzetting van het geding dat was aangevat voor de rechter wiens beslissing werd vernietigd niet in de weg kon staan.

4. De zaak die na cassatie wordt verwezen naar het "gerecht in hoogste feitelijke aanleg van dezelfde rang als datgene dat de bestreden beslissing gewezen heeft", wordt ingevolge de dagvaarding na verwijzing bovendien ingeschreven op de rol van dat gerecht om aldaar te worden behandeld.

In zoverre de rechter wiens beslissing werd ver-nietigd geen rechtsmacht meer heeft om te oordelen over wat binnen de grenzen van de verwijzing valt, kan de doorhaling van de zaak op de algemene rol van het gerecht dat de vernietigde beslissing heeft gewezen, er bijgevolg niet aan in de weg staan dat de verwijzingsrechter kennis kan nemen van de zaak zonder dat vereist is dat die zaak via een dagvaarding in de zin van artikel 730, §1, Ger.W. op de rol wordt gebracht.

5. De omvang van de cassatie strekt zich bovendien ook uit tot andere arresten dan de bestreden beslissing, voor zover die arresten waarop de vernietiging wordt uitgebreid, het gevolg zijn van de bestreden beslissing (KRINGS, E., "De omvang van cassatie", T.P.R., 1995, 909-914, nr.20; PARMENTIER, C., Comprendre la technique de cassation, Brussel, Larcier, 2011, 195, nr.180).

In zoverre de beslissing tot doorhaling van een zaak op de algemene rol verband houdt met de beslissing die aan de doorhaling voorafgaat, dient de verbreking van die voorafgaande beslissing te worden uitgebreid tot de latere beslissing tot doorhaling van de zaak op de algemene rol.

6. De verwijzingsrechter heeft om alle aangehaalde redenen bijgevolg niet wettig beslist dat de vordering van eiser tot hervatting en voortzetting van het geding dat was aangevat voor de negende kamer van het Arbeidshof te Antwerpen, afdeling Antwerpen, voor zover het betrekking heeft op de regularisatie van de bijdragen voor D.O. en de kosten, is vervallen en bijgevolg niet ontvankelijk is op grond dat de zaak werd doorgehaald van de algemene rol van het gerecht dat de vernietigde beslissing heeft gewezen en de dagvaarding van 18 december 2013 geen dagvaarding is in de zin van artikel 730, §1, Ger.W. die een doorgehaalde zaak weer op de rol kan brengen, terwijl (1) de dagvaarding, waardoor de zaak bij de aangewezen rechter na cassatie aanhangig wordt gemaakt, wel een dagvaarding is in de zin van artikel 730, §1, Ger.W. die een doorgehaalde zaak weer op de rol kan brengen, (2) de partijen door de verwij-zingsbeslissing minstens in de toestand worden ge-plaatst waarin zij zich bevonden voor de rechter wiens beslissing is vernietigd, zodat de verwijzingsrechter geen rekening moet houden met de latere doorhaling van de zaak, (3) het rechtscollege wiens beslissing werd vernietigd hoe dan ook geen rechtsmacht meer heeft in de zin van artikel 19, eerste lid Ger.W., om binnen de grenzen van de verwijzing te oordelen zodat het geen belang heeft of de zaak aldaar nog op de algemene rol staat ingeschreven, (4) de omvang van de cassatie zich tevens uitstrekt tot de beslissing tot doorhaling die na de vernietigde beslissing werd gewezen (schending van de artikelen 19, eerste lid, 730, §1, en 1110 van het Gerechtelijk Wetboek).

OM DEZE REDENEN,

besluit voor eiser ondergetekende advocaat bij het Hof van Cassatie, dat het U behage, Hooggeachte Dames en Heren, het bestreden arrest te vernietigen, de zaak en partijen te verwijzen naar het arbeidshof te Brussel, kosten als naar recht.

Bijlage

1. Exploot van betekening dd. 25 maart 2015 waarin verweerster keuze van woonst doet bij Ann Van Den Daele, Gerechtsdeurwaarder, met kantoor te 1000 Brussel, Grotehertstraat 2,

Brussel, 18 juni 2015

Geoffroy de FOESTRAETS