Hof van Cassatie: Arrest van 3 September 2014 (België). RG P.14.0735.F
- Section :
- Jurisprudence
- Source :
- Justel N-20140903-3
- Numéro de rôle :
- P.14.0735.F
Résumé :
Vereniging van boosdoeners houdt niet in dat de leden ervan bewust en opzettelijk deelnemen aan de strafbare feiten met het oog waarop ze is opgericht; daaruit volgt dat deel uitmaken van een dergelijke vereniging niet volstaat om een fout aan te tonen die in oorzakelijk verband staat met de schade uit een misdrijf dat door een ander lid van die vereniging in het kader van die vereniging is gepleegd.
Arrêt :
Nr. P.14.0735.F
I. 1. N. I.,
2. M. I.,
het tweede cassatieberoep tegen
SCIENTIFIC GAMES PRODUCT UCL, vennootschap naar Canadees recht,
II. L. K.,
tegen
1. SCIENTIFIC GAMES PRODUCT UCL e.a.,
III. F. K.,
IV. 1. ARJO INTERNATIONAL TRANSPORT bvba, e.a.,
Mrs. Jacques Libouton en Sarah Botticelli, advocaten bij de balie te Brussel,
tegen
1. N. I. e.a.,
de verweerders sub 1 en 2, mrs. Olivier Martins en Alain Delfosse, advocaten bij de balie te Brussel,
V. 1. M. D. M.,
2. A. Y.,
eerste cassatieberoep tegen
1. ARJO INTERNATIONAL TRANSPORT bvba, e.a.,
VI. J. A.,
tegen
SCIENTIFIC GAMES PRODUCT UCL, vennootschap naar Canadees recht,
I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF
De cassatieberoepen zijn gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Brussel, correctionele kamer, van 21 maart 2014.
De eisers IV voeren in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan.
Afdelingsvoorzitter Frédéric Close heeft verslag uitgebracht.
Advocaat-generaal Damien Vandermeersch heeft geconcludeerd.
II. BESLISSING VAN HET HOF
Beoordeling
A. Cassatieberoepen van de beklaagden
1. In zoverre ze gericht zijn tegen de beslissingen op de tegen hen ingestelde strafvordering
De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissingen zijn overeenkomstig de wet gewezen.
2. In zoverre de cassatieberoepen gericht zijn tegen de beslissingen op de burgerlijke rechtsvorderingen van de verweerders tegen de eisers
De eisers voeren geen middel aan.
B. Cassatieberoepen van de burgerlijke partijen
Middel
Het slachtoffer van een diefstal en haar verzekeraars komen op tegen de beslissing die hun burgerlijke rechtsvordering afwijst tegen de verweerders, die strafrechte-lijk worden veroordeeld wegens deelneming aan een vereniging van boosdoeners zonder aan die diefstal schuldig te zijn verklaard.
Eerste onderdeel
De eiseressen hadden bij conclusie aangevoerd dat er bij ontstentenis van enige vorm van strafbare deelneming aan de diefstal een oorzakelijk verband bestond tussen de vereniging van boosdoeners en de schade die daaruit voortvloeit, aange-zien de vereniging de middelen en de organisatie had geleverd die de voltrekking van het misdrijf mogelijk hadden gemaakt.
Het arrest oordeelt dat de vereniging van boosdoeners een autonoom misdrijf is. Het voegt daaraan toe dat haar leden alleen strafrechtelijk verantwoordelijk en burgerlijk aansprakelijk kunnen zijn voor daarvan onderscheiden feiten in zoverre ze daaraan in de hoedanigheid van dader of medeplichtige hebben deelgenomen.
Het hof van beroep heeft aldus de voormelde conclusie beantwoord en heeft zijn beslissing regelmatig met redenen omkleed, zonder dat het verder hoeft in te gaan op de argumenten van de eiseressen betreffende het ter beschikking stellen van een vrachtwagen en van netwerken om de buit te slijten, aangezien die elementen geen afzonderlijk middel opleveren.
Dit onderdeel, dat schending aanvoert van artikel 149 Grondwet, kan niet worden aangenomen.
Tweede onderdeel
Het middel verwijt het arrest dat het de regels die van toepassing zijn op de straf-vordering, verwart met de regels van de burgerlijke aansprakelijkheid.
Uit de artikelen 3 en 4 Voorafgaande Titel Wetboek van Strafvordering volgt ech-ter dat de burgerlijke rechtsvordering, voor de strafgerechten, strekt tot het ver-goeden van de door een misdrijf veroorzaakte schade.
Vereniging van boosdoeners houdt niet in dat de leden ervan wetens en willens deelnemen aan de strafbare feiten met het oog waarop ze is opgericht. Daaruit volgt dat deel uitmaken van een dergelijke vereniging niet volstaat om een fout aan te tonen die in oorzakelijk verband staat met de schade uit een misdrijf dat door een ander lid van die vereniging in het kader van die vereniging is gepleegd.
Het onderdeel, dat de schending aanvoert van de artikelen 1382 en 1383 Burger-lijk Wetboek, gaat uit van het tegendeel en faalt derhalve naar recht.
Dictum
Het Hof,
Verwerpt de cassatieberoepen.
Veroordeelt de eisers tot de kosten van hun cassatieberoep.
Aldus geoordeeld door het Hof van Cassatie, tweede kamer, te Brussel, door afdelingsvoorzitter Frédéric Close, de raadsheren Benoît Dejemeppe, Pierre Cornelis, Gustave Steffens, Françoise Roggen, en in openbare terechtzitting van 3 september 2014 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Frédéric Close, in aanwezigheid van advocaat-generaal Damien Vandermeersch, met bijstand van griffier Fabienne Gobert.
Vertaling opgemaakt onder toezicht van afdelingsvoorzitter Luc Van hoogen-bemt en overgeschreven met assistentie van afgevaardigd griffier Véronique Kosynsky.
De afgevaardigd griffier, De afdelingsvoorzitter,