Hof van Cassatie: Arrest van 31 Januari 1995 (België). RG P940269N

Date :
31-01-1995
Langue :
Français Néerlandais
Taille :
1 page
Section :
Jurisprudence
Source :
Justel N-19950131-5
Numéro de rôle :
P940269N

Résumé :

Niet ontvankelijk is het cassatieberoep van de burgerlijke partij, ingesteld voor de eindbeslissing, tegen het arrest van de kamer van inbeschuldigingstelling dat het hoger beroep van die partij tegen de beslissing van de raadkamer tot verwijzing van de beklaagde na correctionalisatie, niet ontvankelijk heeft verklaard.

Arrêt :

Ajoutez le document à un dossier () pour commencer à l'annoter.
HET HOF,
Gelet op het bestreden arrest, op 27 januari 1994 gewezen door het Hof van Beroep te Brussel, kamer van inbeschuldigingstelling;
A. In zoverre de voorziening gericht is tegen de beslissing waarbij het hoger beroep van eiseres, burgerlijke partij, tegen de beslissing van de raadkamer waarbij verweerder, met aanneming van verzachtende omstandigheden, naar de correctionele rechtbank wordt verwezen, niet ontvankelijk wordt verklaard :
Over de aanvoering van eiseres omtrent de "toepassing van artikel 416, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering" :
Overwegende dat de raadkamer bevoegd was om bij het afsluiten van het gerechtelijk onderzoek de rechtspleging te regelen;
Overwegende dat eiseres door aan te dringen "om de zaak niet naar de correctionele rechtbank te verzenden doch wel te beschouwen als een misdaad" de bevoegdheid van de raadkamer naar de aard en de plaats van de feiten en de persoon van de verdachte niet betwistte; dat eiseres zelf aanvoerde "dat de raadkamer zelf kan oordelen dat het hier om een misdaad gaat die niet te correctionaliseren valt", dat haar bedoeld verweer de opportuniteit van de beslissing van de raadkamer en niet dezer bevoegdheid betreft;
Overwegende dat buiten de gevallen van bevoegdheidsbetwisting de mogelijkheid tot onmiddellijk cassatieberoep van de burgerlijke partij tegen een beslissing van de kamer van inbeschuldigingstelling, uitspraak doende als onderzoeksgerecht, beperkt is tot het geval dat door deze beslissing de voortgang van de strafvordering wordt belemmerd; dat dit niet het geval is voor een beslissing van de kamer van inbeschuldigingstelling waarbij het hoger beroep van de burgerlijke partij tegen een beslissing van de raadkamer tot verwijzing na correctionalisatie niet ontvankelijk wordt verklaard;
Dat de bestreden beslissing geen eindbeslissing is in de zin van artikel 416 van het Wetboek van Strafvordering;
Dat de voorziening, nu zij is ingesteld voor de eindbeslissing, niet ontvankelijk is;
B. In zoverre de voorziening gericht is tegen de beslissing waarbij eiseres veroordeeld wordt tot het betalen van schadevergoeding aan verweerder :
Overwegende dat eiseres geen middel aanvoert;
OM DIE REDENEN,
zonder acht te slaan op de door eiseres aangevoerde "middelen van het cassatieberoep", die niet de ontvankelijkheid van de voorziening betreffen,
Verwerpt de voorziening;
Veroordeelt eiseres in de kosten.