Hof van Cassatie: Arrest van 4 September 1997 (België). RG C940096N

Date :
04-09-1997
Langue :
Français Néerlandais
Taille :
3 pages
Section :
Jurisprudence
Source :
Justel N-19970904-17
Numéro de rôle :
C940096N

Résumé :

De rechter, die tot taak heeft op de hem voorgelegde feiten de geldende rechtsregels toe te passen, miskent het recht van verdediging als hij daarbij, zonder het debat te heropenen, de feiten aanvult die nodig zijn om een rechtsregel toe te passen.

Arrêt :

Ajoutez le document à un dossier () pour commencer à l'annoter.
HET HOF,
Gelet op het bestreden arrest, op 2 november 1993 gewezen door het Hof van Beroep te Antwerpen;
Over het middel, gesteld als volgt : schending van de artikelen 1615 van het Burgerlijk Wetboek, 39, 41,1,b, 43 en 51 van de bijlage bij het Verdrag van 1 juli 1964 houdende een eenvormige wet inzake de internationale koop van roerende lichamelijke zaken, goedgekeurd bij wet van 15 juli 1970, en van het algemeen rechtsbeginsel betreffende de eerbiediging van het recht van verdediging, doordat het hof van beroep eiseres' tegenvordering ongegrond verklaart, na o.m. te hebben vastgesteld "dat partijen niet naar de toepasselijke wetgeving inzake internationale koop van roerende lichamelijke zaken verwijzen" (p.5, in fine), op grond :
"(...) dat, in de meest ondergeschikte orde, (verweerders) doen gelden dat nu (eiseres) het certificaat van oorsprong niet heeft meegedeeld, zij in haar leveringsplicht tekort kwam en de koop ten laste van (eiseres) moet worden ontbonden;
(...) dat de orderbevestiging van 14 april 1983 naar ca 70.000 liter likeurwijn met "oorsprongscertificaat" verwijst en (eiseres) dit order aanvaardde;
(...) dat (eiseres) thans inroept dat voor likeurwijnen geen certificaat van oorsprong zoals voor port kan worden bekomen en meent aan haar verplichting te hebben voldaan door de bij de lading gevoegde vervoerdocumenten, waaruit het land van oorsprong kan worden afgeleid;
(...) dat door een certificaat van oorsprong te eisen, Altantic een van de gebruikelijke vervoerdocumenten en van de factuur onderscheiden certificaat beoogde;
(...) dat de voorgebrachte documenten enkel naar import uit Spanje verwijzen zonder evenwel de oorsprong van likeurwijn toe te lichten; dat nergens wordt vermeld dat het om Spaanse likeurwijn gaat;
dat, gelet op de bedongen prijs en het uitdrukkelijke verzoek om het certificaat van oorsprong te laten geworden, Atlantic hieraan een essentieel belang hechtte;
dat ongeacht de onderliggende bedoeling van de contractpartner, (eiseres) zich verbond om likeurwijn met het certificaat van oorsprong te leveren en zij hieraan niet voldeed; dat inzoverre voor likeurwijn niet eenzelfde certificaat van oorsprong als dit voor port kan worden bekomen, (eiseres) ver plicht was Atlantic hierover in te lichten doch dit evenmin deed;
(...) dat in toepassing van art. 51 en art. 41,b van het voormelde verdrag van 1 juli 1964 eerste (verweerder) gerechtigd is om de ontbinding van de koop ten laste van (eiseres) te vorderen; dat deze vordering gegrond is;
(...) dat eveneens in toepassing van art. 1615 BW (eiseres) verplicht was de likeurwijn met haar toebehoren, te dezen het certificaat van oorsprong, te leveren; dat de begane tekortkoming ernstig is en eveneens de ontbinding van de koop ten laste van (eiseres) verantwoordt;
(...) dat ingevolge de ontbinding van de koop het door (eiseres) gevorderd bedrag van 249.254 H fl. ongegrond is;
dat hieruit volgt dat (eiseres) evenmin kan aanspraak maken op de vervoer- en stockagekosten van deze lading, bepaald op 78.060 fr. en dit gevorderd bedrag ongegrond is",
terwijl, eerste onderdeel, de rechter weliswaar tot taak heeft de geldende rechtsregels toe te passen, maar daarbij ook het recht van verdediging in acht moet nemen; geen partij opwierp -zoals in het arrest zelf wordt vastgesteld- dat ter zake het verdrag van 1 juli 1964 houdende een eenvormige wet inzake de internationale koop van roerende lichamelijke zaken moest worden toegepast;
het hof van beroep, door eiseres' tegenvordering als ongegrond af te wijzen bij toepassing van de artikelen 51 en 41, b, van de bijlage bij voormeld verdrag bepaalde mogelijkheid voor de koper om de ontbinding van de koop ten laste van de verkoper te vorderen, eiseres niet de gelegenheid heeft gegeven dit middel te betwisten, o.m. om de redenen vermeld in het tweede onderdeel,
zodat het hof van beroep aldus eiseres' recht van verdediging heeft geschonden (schending van voormeld algemeen rechtsbeginsel);
tweede onderdeel, luidens artikel 51 van de bijlage bij voormeld verdrag van 1 juli 1964 de koper, indien de verkoper documenten afgeeft die niet beantwoorden aan hetgeen hij moest afgeven, de in de artikelen 41 tot 49 bedoelde rechten heeft; artikel 41.1.b het recht van de koper op de ontbinding van de overeenkomst doet afhangen van de voorwaarde dat hij 'bij de verkoper op regelmatige wijze heeft geprotesteerd terzake van een afwijking' en artikel 43 uitdrukkelijk bepaalt dat de koper dit recht verliest indien hij daarvan niet gebruik maakt op korte termijn 'nadat hij ter zake van de afwijking heeft geprotesteerd'; in artikel 39 ten slotte de voorwaarden worden vermeld waaronder de koper gerechtigd is om zich erop te beroepen dat de zaak niet aan de overeenkomst beantwoordt, o.m. dat de koper 'op korte termijn nadat hij de afwijking heeft ontdekt of had moeten ontdekken bij de verkoper terzake protesteert' en alleszins binnen een termijn van twee jaar te rekenen van de afgifte van de zaak, tenzij ingevolge de overeenkomst voor de afwezigheid van de afwijking gedurende een langere termijn wordt ingestaan, alsmede dat hij de aard van de afwijking duidelijk moet aangeven; in het arrest nergens wordt vastgesteld dat de koper, overeenkomstig de voorschriften van voormelde bepalingen, betreffende de levering van een certificaat van oorsprong, op regelmatige wijze heeft geprotesteerd bij eiseres, derwijze dat de vordering tot ontbinding niet wettig gegrond kan worden verklaard; het feit dat eiseres eveneens bij toepassing van artikel 1615 van het Burgerlijk Wetboek ver plicht was de likeurwijn met een certificaat van oorsprong te leveren en de tekortkoming van eiseres ernstig was, hieraan geen afbreuk doet, aangezien voormelde verdragsregels met rechtstreekse gevolgen in de interne rechtsorde, waarin de voorwaarden worden bepaald waaronder de koper gerechtigd was de ontbinding van de koop te vorderen, de voorrang krijgen,
zodat het hof van beroep, op voormelde gronden, eiseres' tegenvordering niet wettig ongegrond verklaart (schending van alle in het middel aangeduide wets- en verdragsbepalingen) :
Wat het eerste onderdeel betreft :
Overwegende dat de rechter tot taak heeft op de hem voorgelegde feiten de geldende rechtsregels toe te passen;
Dat hij het recht van verdediging miskent als hij daarbij zonder het debat te heropenen, de feiten die nodig zijn om een rechtsregel toe te passen aanvult;
Overwegende dat de appèlrechters vaststellen dat de partijen niet naar de wetgeving inzake internationale koop verwijzen; dat uit de appèlconclusies van partijen blijkt dat zij de interne regels van het verbintenissenrecht en van het koop-verkooprecht aanvoerden om hun stelling te staven;
Dat het arrest ambtshalve niet alleen de rechtsregel wijzigt waarop de verweerders hun vordering lieten steunen, maar ook berust op een feit, namelijk dat het om een internationale koop gaat, dat hoewel het mogelijk kon worden afgeleid uit de gegevens van het dossier dat door de partijen regelmatig kon worden besproken,
door de verweerders niet tot staving van hun vordering was aangevoerd, en betreffende hetwelk eiseres de gelegenheid niet had het bestaan ervan en het verband met het gevraagde te betwisten; dat het bestreden arrest derhalve de rechten van verdediging van eiseres miskent;
Dat het onderdeel gegrond is;
Overwegende dat het tweede onderdeel niet tot ruimere cassatie kan leiden;
OM DIE REDENEN,
Vernietigt het bestreden arrest behalve in zoverre het uitspraak doet betreffende de ontvankelijkheid van het hoger beroep, de gegrondheid van de oorspronkelijke hoofdeis, de ontvankelijkheid en gegrondheid van de uitbreiding van de eis van de verweerders sub 1 en sub 2 en de gegrondheid van de oorspronkelijke tegeneis ten belope van 23.055,23 Hfl.;
Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het gedeeltelijk vernietigde arrest;
Houdt de kosten aan en laat de beslissing daaromtrent aan de feitenrechter over;
Verwijst de aldus beperkte zaak naar het Hof van Beroep te Brussel.