Hof van Cassatie: Arrest van 5 Februari 1992 (België). RG 9218

Date :
05-02-1992
Langue :
Français Néerlandais
Taille :
4 pages
Section :
Jurisprudence
Source :
Justel N-19920205-1
Numéro de rôle :
9218

Résumé :

De bewijskracht van art. 33 van het modelcontract inzake W.A.M.-verzekering noch de verbindende kracht van dat beding worden miskend door het arrest dat de buitengebruikstelling van een voertuig ten gevolge van een ongeval gelijkstelt met overdracht van dat voertuig op grond van de vaststelling dat het niet meer kon rijden, wat elk bedrog door het gelijktijdig gebruik van dat voertuig en van een vervangingsvoertuig uitsloot.

Arrêt :

Ajoutez le document à un dossier () pour commencer à l'annoter.
HET HOF; - Gelet op het bestreden vonnis, op 29 april 1991 in hoger beroep gewezen door de Correctionele Rechtbank te Luik;
III. In zoverre de voorziening gericht is tegen de beslissing op de door de naamloze vennootschap La Médicale tegen eiseres ingestelde rechtsvordering :
Over het middel : schending van de artikelen 97 van de Grondwet, 1108, 1134, 1135, 1319, 1320, 1322 van het Burgerlijk Wetboek, 6 en 11 van de wet van 1 juli 1956 betreffende de verplichte aansprakelijkheidsverzekering inzake motorrijtuigen,
doordat het bestreden vonnis, op burgerlijk gebied, vaststelt en voor recht zegt dat de Fiat 127 ten tijde van het ongeval op 9 april 1988 rechtsgeldig verzekerd was bij eiseres, het Gemeenschappelijk Motorwaarborgfonds buiten het geding stelt, de beklaagde Janssen Jean-Paul en eiseres gezamenlijk veroordeelt om een provisionele vergoeding te betalen aan de verweerders, burgerlijke partijen, namelijk het bedrag van 1 frank aan Pierard Roger, het bedrag van 42.068 frank aan de Landsbond der Christelijke Mutualiteiten, het bedrag van 12.188 frank aan Gotreau Serge, het bedrag van 7.100 frank aan Midrolet Mathieu, en de beklaagde Janssen Jean-Paul samen met eiseres veroordeelt om aan de naamloze vennootschap La Médicale het bedrag van 260.250 frank te betalen, op grond dat eiseres "weigert de schade" te vergoeden en zich daartoe beroept op artikel 35 van de algemene voorwaarden van de modelpolis volgens hetwelk het risico ophoudt te bestaan bij onbruikbaarheid van het voertuig; dat eraan moet worden herinnerd dat Piérard rechtsgeldig bij (eiseres) verzekerd was voor een VW Polo; dat dit voertuig ten gevolge van een ongeval onbruikbaar is geworden en dat Piérard, om het te vervangen, op 1 april 1988 een Fiat 127 heeft gekocht; dat Piérard binnen de wettelijke termijn de heer Driglet, agent (van eiseres), op de hoogte heeft gebracht van de verandering van voertuig; dat laatstgenoemde weigerde Piérard een voorlopige dekking te verlenen, niet omdat het risico opgehouden had te bestaan (artikel 35 van de algemene voorwaarden van de modelpolis), maar omdat Piérard hem het BTW-formulier en de kaart van de technische controle niet kon voorleggen; dat de artikelen 33 en 34 van de algemene voorwaarden van de modelpolis betrekking hebben op het geval van overdracht van het voertuig, met andere woorden op het geval dat de eigendom onder bezwarende titel of om niet overgaat, met het oog op de vrijwaring van de benadeelde derden, maar dat het Hof van Cassatie van oordeel was dat de artikelen 33 en 34 van het modelcontract ook van toepassing zijn op identieke gevallen, zoals de al dan niet definitieve buitengebruikstelling, of op de total loss van het omschreven voertuig; dat de verzekerde voldaan heeft aan de bij de artikelen 33 en 34 bepaalde voorwaarden door zijn verzekeraar voor het ongeval op de hoogte te brengen van de vervanging van de VW Polo door een Fiat 127; dat de buitengebruikstelling van het voertuig VW Polo wegens onbruikbaarheid een overdracht is in de zin van artikel 33; dat eiseres op grond van de artikelen 33 en 34 van de algemene voorwaarden van de modelpolis verplicht was dekking te verlenen voor de Fiat 127; dat de eerste rechter de toedracht van de zaak degelijk en op oordeelkundige gronden die de rechtbank overneemt, heeft beoordeeld en een juiste toepassing heeft gemaakt van de wet",
terwijl, eerste onderdeel, eiseres in haar appelconclusie uitdrukkelijk betoogde, dat het beroepen vonnis had geoordeeld dat de agent van de (eiseres) Driglet ten onrechte de dekking voor de Fiat 127 had geweigerd omdat hij wel degelijk wist dat met de VW Polo niet meer kon worden gereden, wat elk bedrog door gelijktijdig gebruik van de twee voertuigen uitsloot; het nochtans in de huidige stand van het dossier niet mogelijk was uit te maken in welke staat de VW Polo verkeerde; de agent Driglet genoegen heeft moeten nemen met de verklaringen van Piérard; het niet bekend is of de VW Polo voorgoed buiten gebruik is gesteld; het bestreden vonnis nochtans, zonder te antwoorden op dat omstandig verweer, toegeeft dat de VW Polo door Piérard definitief buiten gebruik was gesteld (schending van artikel 97 van de Grondwet);
tweede onderdeel, het bestreden vonnis, nu het beslist dat de artikelen 33 en 34 van de algemene voorwaarden van de modelpolis, die betrekking hebben op de overdracht van het voertuig, met andere woorden op het geval waarin de eigendom onder bezwaren titel of om niet overgaat, met het oog op de vrijwaring van de benadeelde derden, ook van toepassing zijn op identieke gevallen, zoals de al dan niet definitieve buitengebruikstelling, of de total loss van het voertuig, de bewijskracht van de bedingen 33 en 34 van de modelpolis schendt; die bedingen immers betrekking hebben op het geval van volledige en definitieve overgang van de eigendom van het voertuig en het bestreden vonnis, door te beslissen dat een buitengebruikstelling, ongeacht of ze definitief is of niet, dus tijdelijk is, eveneens onder toepassing valt van die twee bedingen, aldus de bewijskracht van de twee litigieuze bedingen schendt (schending van de artikelen 1319, 1320 en 1322 van het Burgerlijk Wetboek);
derde onderdeel, de motivering van het bestreden vonnis volgens welke de buitengebruikstelling van de VW Polo wegens onbruikbaarheid een overdracht is in de zin van artikel 33 van de algemene voorwaarden van de modelpolis, en een tijdelijke buitengebruikstelling overeenkomt met het in dat beding bepaalde geval van overdracht, de verbindende kracht van de litigieuze overeenkomst schendt; de artikelen 33 en 34 van de modelpolis immers niet van toepassing zijn op een tijdelijke buitengebruikstelling van een verzekerd voertuig (schending van de artikelen 1134 en 1135 van het Burgerlijk Wetboek); die motivering hoe dan ook, door die hypothese te aanvaarden, dubbelzinnig en twijfelachtig is; het immers onmogelijk is uit te maken of het litigieuze voertuig definitief of tijdelijk onbruikbaar is geworden (schending van artikel 97 van de Grondwet);
vierde onderdeel, eiseres in haar aanvullende conclusie uitdrukkelijk betoogde dat dit geschil betrekking had op de tweede hypothese van artikel 33 van de algemene voorwaarden van de modelpolis; de verzekerde VW Polo immers na zijn buitengebruikstelling niet onmiddellijk was vervangen, in welk geval het contract onmiddellijk zou geschorst zijn; Piérard op het ogenblik dat hij zijn voertuig opnieuw in het verkeer bracht gedurende de periode van vijf jaar waarvan sprake is artikel 34 van de modelpolis, verplicht was daarvan mededeling te doen aan eiseres die op dat ogenblik de keuze had om de dekking van het nieuwe risico te aanvaarden of te weigeren; de bij artikel 33 van de algemene voorwaarden van de modelpolis bepaalde termijn van acht dagen te dezen niet van toepassing is, aangezien die termijn alleen geldt in het geval dat het voertuig onmiddellijk wordt vervangen; de geschorste overeenkomst in feite altijd slechts opnieuw in werking treedt wanneer de verzekeringsmaatschappij daarmee heeft ingestemd; op het ogenblik immers verschillende administratieve formaliteiten moeten worden vervuld, zoals de opmaak van een nieuw verzekeringsvoorstel en de eventuele afgifte van een voorlopige groene kaart; de afgifte van die voorlopige kaart te dezen is geweigerd; de verzekeraar aldus, buiten het geval dat het verzekerde voertuig onmiddellijk wordt vervangen, niet ertoe kan verplicht worden dekking te verlenen, zonder eerst de gelegenheid te hebben gekregen daarin toe te stemmen; het bestreden vonnis, nu het beslist dat de verzekerde heeft voldaan aan de bij de artikelen 33 en 34 van het modelcontract bepaalde voorwaarden, door zijn verzekeraar voor het ongeval op de hoogte te brengen van de vervanging van de VW Polo door een Fiat, niet ten genoege van recht antwoordt op dat uitdrukkelijk en omstandig verweer waarin in het bijzonder was aangevoerd dat, aangezien de verzekerde VW Polo niet onmiddellijk was vervangen, de verzekeraar slechts rechtsgeldig tot dekking gehouden was, indien hij ermee ingestemd had om de geschorste overeenkomst opnieuw in werking te stellen (schending van artikel 97 van de Grondwet);
vijfde onderdeel, het bestreden vonnis, nu het beslist dat de verzekerde heeft voldaan aan de bij de artikelen 33 en 34 bepaalde voorwaarden door zijn verzekeraar voor het ongeval op de hoogte te brengen van de vervanging van de VW Polo door een Fiat 127, de bewijskracht schendt van die bedingen naar luid waarvan de verzekeringsovereenkomst betreffende een niet onmiddellijk vervangen voertuig wordt geschorst en slechts aan de voorwaarden van het tarief dat op dat ogenblik van toepassing is, opnieuw van kracht wordt en volgens welke in het geval dat het contract opnieuw in werking wordt gesteld een premiegedeelte ten bate van de verzekeringsnemer in rekening wordt gebracht; het contract pas opnieuw in werking treedt, wanneer eisers haar toestemming geeft, hetgeen ze niet gedaan heeft (schending van de artikelen 1319, 1320 en 1322 van het Burgerlijk Wetboek); die beslissing tevens de verbindende kracht van die overeenkomst schendt; die bedingen immers bepalen dat, in het geval dat het verzekerde voertuig niet onmiddellijk wordt vervangen, de verzekering geschorst wordt en het contract opnieuw in werking wordt gesteld aan de voorwaarden van het tarief dat op dat ogenblik van toepassing is; eiseres geweigerd heeft het contract opnieuw in werking te stellen (schending van de artikelen 1108, 1134 en 1135 van het Burgerlijk Wetboek); het feit dat het contract aldus geschorst is gebleven aan de benadeelden kan worden tegengeworpen (schending van de artikelen 6 en 11 van de wet van 1 juli 1956) :
Wat het eerste onderdeel betreft :
Overwegende dat het bestreden vonnis, verwijzend naar het beroepen vonnis waarvan het de motivering overneemt, beslist dat Driglet, agent van eiseres, "wel degelijk wist dat met de Polo niet meer kon gereden worden, hetgeen elk bedrog door het gelijktijdig gebruik van twee voertuigen uitsloot"; dat het bestreden vonnis erop wijst dat het voertuig VW Polo ten gevolge van een ongeval onbruikbaar was geworden en dat Piérard, om het te vervangen, op 1 april 1988 een Fiat 127 heeft gekocht; dat het bovendien onderstreept dat Driglet, agent van de Sociale Voorzorg, "weigerde Piérard een voorlopige dekking te verlenen, niet omdat het risico had opgehouden te bestaan (artikel 35 van de algemene voorwaarden van de modelpolis), maar omdat Piérard hem het BTW-formulier en de kaart van de technische controle niet kon voorleggen";
Dat het vonnis aldus, in strijd met wat eiseres beweert, namelijk dat het niet mogelijk was uit te maken in welke staat de VW Polo verkeerde, de feitelijke gegevens aanduidt waarop het zijn beslissing grondt en antwoordt op het in het middel weergegeven omstandig verweer;
Dat het onderdeel feitelijke grondslag mist;
Wat het tweede onderdeel betreft :
Overwegende dat de appelrechters, na op grond van een eigen motivering te hebben vastgesteld dat het voertuig ten gevolge van een ongeval "onbruikbaar" was geworden en dat de verzekeringnemer, om het te vervangen, op 1 april 1988 een Fiat 127 had gekocht en na, verwijzend naar de motivering van de eerste rechter, te hebben vastgesteld dat de agent van eiseres wel degelijk wist dat met de Polo niet meer kon gereden worden, hetgeen elk bedrog door het gelijktijdig gebruik van twee voertuigen uitsloot, zonder de bewijskracht van de bedingen 33 en 34 van de modelpolis te schenden een dergelijk onbetwistbaar en niet dubbelzinnig geval van buitengebruikstelling hebben kunnen gelijkstellen met de overdracht van het voertuig;
Dat het onderdeel niet kan worden aangenomen;
Wat het derde onderdeel betreft :
Overwegende dat de rechtbank door de in het antwoord op de eerste twee onderdelen weergegeven consideransen haar beslissing dat de Fiat 127 van de verweerder Piérard op grond van de artikelen 33 en 34 van de algemene voorwaarden van de modelpolis door eiseres moest worden gedekt, naar recht verantwoordt;
Dat het onderdeel kritiek oefent op een ten overvloede gegeven motivering van het vonnis en dus niet ontvankelijk is;
Wat het vierde en vijfde onderdeel betreft :
Overwegende dat het vierde onderdeel neerkomt op een kritiek op de wettigheid van de beslissing en dus geen verband houdt met de regelmatigheid van de motivering van het bestreden vonnis; dat het onderdeel, in zoverre het de schending van artikel 97 van de Grondwet aanvoert, faalt naar recht;
Overwegende voor het overige dat de bij artikel 34 van de verzekeringspolis aan de verzekeringsnemer opgelegde verplichting om aan de verzekeraar mede te delen dat hij voor het verstrijken van het vijfde jaar van de schorsing een ander voertuig in het verkeer brengt, voor de verzekeraar de verplichting meebrengt het nieuwe risico te dekken aan de voorwaarden van het tarief dat van toepassing is op het ogenblik dat het voertuig in het verkeer wordt gebracht;
Dat de appelrechters, na te hebben vastgesteld dat de verzekerde voldaan had aan de bij de artikelen 33 en 34 van de modelpolis bepaalde voorwaarden, zonder aan die bepalingen een met de bewoordingen ervan onverenigbare uitlegging te geven en zonder de verbindende kracht van de overeenkomst of de gevolgen ervan ten aanzien van derden te schenden wettig hebben beslist dat eiseres op grond van die bepalingen verplicht was dekking te verlenen voor de Fiat 127;
Dat, in zoverre, de twee onderdelen niet kunnen worden aangenomen;
Om die redenen, verwerpt de voorziening; veroordeelt eiseres in de kosten.