Hof van Cassatie: Arrest van 7 September 2017 (België). RG C.16.0378.N
- Section :
- Jurisprudence
- Source :
- Justel N-20170907-3
- Numéro de rôle :
- C.16.0378.N
Résumé :
Samenvatting 1
Arrêt :
Nr. C.16.0378.N
1. Y. K.,
2. K. K.,
3. Y. w. Y. K.,
4. N. w. Y. K.,
5. M. w. Y. K.,
6. D. K. m. Y. K.,
eisers,
vertegenwoordigd door mr. Bruno Maes, advocaat bij het Hof van Cassatie, op vordering en concept, met kantoor te 1000 Brussel, Bergstraat 11, waar de eisers woonplaats kiezen,
tegen
1. CENTRALE KREDIETVERLENING nv, met zetel te 8790 Waregem, Mannebeekstraat 33,
2. Y. T., in eigen naam en als wettige erfgenaam van T. K. en als wettelijke ver-tegenwoordiger van zijn minderjarige kinderen T. T. en C. T.,
3. M. T.,
4. I. T.,
verweerders,
vertegenwoordigd door mr. Huguette Geinger, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1000 Brussel, Quatre Brasstraat 6, waar de verweerders woon-plaats kiezen.
I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF
Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Brussel van 19 april 2016.
Raadsheer Bart Wylleman heeft verslag uitgebracht.
Advocaat-generaal Ria Mortier heeft geconcludeerd.
II. CASSATIEMIDDELEN
De eisers voeren in hun verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, twee middelen aan.
III. BESLISSING VAN HET HOF
Beoordeling
Eerste middel
1. Krachtens artikel 91, achtste lid, Gerechtelijk Wetboek in de versie vóór de wijziging ervan bij de wet van 19 oktober 2015 houdende wijziging van het bur-gerlijk procesrecht en houdende diverse bepalingen inzake justitie, gelast de rech-ter in burgerlijke zaken de verwijzing naar een kamer met drie rechters wanneer een partij, vóór elk verweer, hierom schriftelijk verzoekt op de dag van de inlei-ding van de zaak.
Deze bepaling is niet van toepassing op procedures voor de beslagrechter die krachtens artikel 1395 Gerechtelijk Wetboek als gespecialiseerde rechter in be-slagzaken steeds als alleenrechtsprekend rechter zetelt.
Het middel dat van een andere rechtsopvatting uitgaat, faalt naar recht.
Tweede middel
2. Krachtens artikel 1580, eerste lid, Gerechtelijk Wetboek dient de schuldeiser binnen een maand na de overschrijving van het beslag een verzoekschrift in bij de beslagrechter tot benoeming van een notaris belast met de veiling of de verkoop uit de hand van de in beslag genomen goederen en met de verrichtingen tot rangregeling.
In het kader van een verzoek tot aanstelling van een notaris dient de beslagrechter de regelmatigheid en de rechtmatigheid van de tenuitvoerlegging te controleren. Hij dient daarbij onder meer na te gaan of de schuldeiser beschikt over een rechts-geldige uitvoerbare titel voor een zekere, vaststaande en opeisbare schuldvorde-ring.
Bij toepassing van de artikelen 1033 en 1034 Gerechtelijk Wetboek kan de besla-gene, binnen een maand vanaf de betekening, verzet aantekenen tegen de beschik-king tot aanstelling van de notaris.
Bij gebrek aan tijdig verzet verwerft de beschikking tot aanstelling van de notaris kracht van gewijsde en kan de beslagene in een later stadium van de procedure de rechtsgeldigheid van de uitvoerbare titel niet meer in vraag stellen, ook al zouden de tegen de titel aangevoerde middelen de openbare orde raken.
3. De eisers vorderden voor de appelrechters de nietigverklaring van de toe-wijzing navolgend op het uitvoerend beslag op onroerend goed dat door de ver-weerster ten hunne laste werd gelegd.
Zij voerden daartoe onder meer aan dat de kredietakte van 13 augustus 2004 niet door alle partijen werd ondertekend zodat deze akte op grond van de artikelen 14 en 114 Notariswet nietig is en de tenuitvoerlegging niet op deze akte kon worden gebaseerd.
4. De appelrechters oordelen dat deze betwisting weliswaar niet valt onder de vervaltermijnen bedoeld in artikel 1622 Gerechtelijk Wetboek, maar zij slechts kan worden ingesteld zolang de termijn voor het instellen van verzet tegen de be-schikking tot aanstelling van de notaris nog loopt en dat niet betwist wordt dat deze termijn te dezen al lang verstreken is.
Zij verantwoorden aldus hun beslissing naar recht.
Het middel kan niet worden aangenomen.
Dictum
Het Hof,
Verwerpt het cassatieberoep.
Veroordeelt de eisers tot de kosten.
Bepaalt de kosten voor de eisers op 3095,00 euro.
Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samen-gesteld uit sectievoorzitter Eric Dirix, als voorzitter, de sectievoorzitters Albert Fettweis en Beatrijs Deconinck, en de raadsheren Bart Wylleman en Koenraad Moens, en in openbare rechtszitting van 7 september 2017 uitgesproken door sec-tievoorzitter Eric Dirix, in aanwezigheid van advocaat-generaal Ria Mortier, met bijstand van griffier Kristel Vanden Bossche.
K. Vanden Bossche K. Moens B. Wylleman
B. Deconinck A. Fettweis E. Dirix