Hof van Cassatie: Arrest van 8 Oktober 2010 (België). RG C.09.0466.N
- Section :
- Jurisprudence
- Source :
- Justel N-20101008-1
- Numéro de rôle :
- C.09.0466.N
Résumé :
Het staat de verhuurder die de huurhernieuwing wenst te weigeren, maar die zich niet kan of wenst te beroepen op een van de redenen vermeld in artikel 16.I van de Handelshuurwet, vrij zijn weigering toe te lichten, zonder hiertoe echter verplicht te zijn; de verhuurder die hierbij een reden opgeeft die niet is vermeld in voormeld artikel 16.I, moet geacht worden een opzegging zonder reden te hebben gegeven overeenkomstig artikel 16.IV van de Handelshuurwet.
Arrêt :
Nr. C.09.0466.N
1. S.F.,
2. V.H.G.,
3. V.H.G.,
4. V.H.R.,
eisers,
vertegenwoordigd door mr. Bruno Maes, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1000 Brussel, Central Plaza, Loksumstraat 25, waar de eisers woonplaats kiezen,
tegen
1. ALBERT, besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid, met kantoor te 2018 Antwerpen, Anselmostraat 6-10,
verweerster,
die woonplaats kiest bij gerechtsdeurwaarder Lucas Engels, met kantoor te 2018 Antwerpen, Mertens & Torfsstraat 7,
2. MARAN, naamloze vennootschap, met kantoor te 2018 Antwerpen, Anselmostraat 6,
verweersters.
I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF
Het cassatieberoep is gericht tegen een vonnis, op 9 april 2009 in hoger beroep gewezen door de rechtbank van eerste aanleg te Antwerpen.
Raadsheer Eric Stassijns heeft verslag uitgebracht.
Advocaat-generaal Christian Vandewal heeft geconcludeerd.
II. CASSATIEMIDDEL
De eisers voeren in hun verzoekschrift een middel aan.
Het verzoekschrift is aan dit arrest gehecht.
III. BESLISSING VAN HET HOF
Beoordeling
Eerste middel
1. Tegenover het recht op huurhernieuwing dat de Handelshuurwet aan de huurder toekent, staat voor de verhuurder steeds het recht om de hernieuwing te weigeren.
De verhuurder die de hernieuwing weigert heeft de keuze om te weigeren op grond van artikel 16.I of op grond van artikel 16.IV van de Handelshuurwet.
De verhuurder die zijn weigering steunt op artikel 16.I van de wet moet hierbij een van de redenen vermelden die limitatief zijn opgesomd in dit artikel.
Deze reden van weigering kan in geval van betwisting beoordeeld worden door de rechter en kan aanleiding geven tot een vergoeding wegens uitzetting zoals bepaald in artikel 25 van de wet.
De verhuurder die zijn weigering steunt op artikel 16.IV van de wet dient geen reden te vermelden. De rechter is in dat geval niet bevoegd om de oprechtheid van de opzegging te beoordelen. De verhuurder is dan in elk geval gehouden aan de huurder een vergoeding wegens uitzetting uit te keren gelijk aan drie jaar huur, eventueel verhoogd met een bedrag toereikend om de veroorzaakte schade geheel te vergoeden.
2. Het staat de verhuurder die de huurhernieuwing wenst te weigeren, maar die zich niet kan of wenst te beroepen op een van de redenen vermeld in artikel 16.I van de Handelshuurwet, vrij zijn weigering toe te lichten, zonder hiertoe echter verplicht te zijn. De verhuurder die hierbij een reden opgeeft die niet is vermeld in artikel 16.I, moet geacht worden een opzegging zonder reden te hebben gegeven overeenkomstig artikel 16.IV van de Handelshuurwet.
3. De appelrechters stellen vast dat de eisers bij brief van 25 september 2006 de huurhernieuwing hebben geweigerd en hierbij hebben meegedeeld dat de reden voor deze weigering de beslissing is om het onroerend goed niet meer te verhuren en dat deze beslissing om niet meer te verhuren is ingegeven door de wens om uit onverdeeldheid te treden.
Hieruit blijkt dat de eisers zich niet hebben beroepen op een van de redenen van weigering bepaald in artikel 16.I van de wet, maar dat zij toepassing wensten te maken van de mogelijkheid hen verschaft door artikel 16.IV van de wet om zonder een door de wet erkende reden de huurhernieuwing te weigeren.
4. De appelrechters konden niet zonder schending van artikel 16.IV van de Handelshuurwet oordelen dat de eisers zich niet konden beroepen op dit artikel en dat de opzeggingsreden door de rechter kon worden beoordeeld op haar oprechtheid.
Het onderdeel is gegrond.
Dictum
Het Hof,
eenparig beslissend,
Vernietigt het bestreden vonnis.
Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het vernietigde vonnis.
Houdt de kosten aan en laat de beslissing daaromtrent aan de feitenrechter over.
Verwijst de zaak naar de rechtbank van eerste aanleg te Mechelen, zitting houdende in hoger beroep.
Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samengesteld uit raadsheer Eric Dirix, waarnemend voorzitter, en de raadsheren, Eric Stassijns en Alain Smetryns, en in openbare terechtzitting van 8 oktober 2010 uitgesproken door raadsheer Eric Dirix, waarnemend voorzitter, en in aanwezigheid van advocaat-generaal Christian Vandewal, met bijstand van griffier Philippe Van Geem.