Hof van Cassatie: Arrest van 9 November 1995 (België). RG C930035N

Date :
09-11-1995
Langue :
Français Néerlandais
Taille :
4 pages
Section :
Jurisprudence
Source :
Justel N-19951109-9
Numéro de rôle :
C930035N

Résumé :

Als een koopovereenkomst met uitstel van eigendomsoverdracht wordt aangegaan, draagt de verkoper in de regel het risico van het verlies van de zaak; behoudens andersluidend beding kan hij in dat geval betaling van de prijs niet meer verkrijgen en moet hij wat reeds betaald is, aan de koper terugbetalen; hij heeft evenwel recht op de tegenwaarde van het genot dat de koper heeft gehad van de zaak.

Arrêt :

Ajoutez le document à un dossier () pour commencer à l'annoter.
HET HOF,
Gelet op het bestreden arrest, op 21 september 1992 door het Hof van Beroep te Antwerpen gewezen;
Over het middel gesteld als volgt : schending van de artikelen 97 van de Grondwet, 1134, 1136, 1138, 1184, 1302, 1582, 1624 en 1647, 1722, 1790 en 1867 van het Burgerlijk Wetboek, en van het algemeen rechtsbeginsel in het contractenrecht "res perit debitori" en het algemeen rechtsbeginsel dat zich verzet tegen onrechtmatige verrijking,
doordat het bestreden arrest de koopovereenkomst ontbonden verklaart vanaf de datum van de ongevallen en eiser veroordeelt tot betaling aan verweerders van 447.354 F. in hoofdsom op grond van de volgende overwegingen :
- dat de uitvoering van de overeenkomst, zoals afgesloten, zich uitstrekt in de tijd, nl. de betaling van de goederen door (verweerders) die geschiedt door de opbrengst van hun arbeid (met die goederen), na aftrek van een levensminimum (15.000 F.
per maand als zelfstandige) en van alle mogelijke (door de verkoper aangerekende) kosten van onderhoud en gebruik (incl. verzekeringen en administratie) van die goederen zodat na volledige betaling de kopers het eigendomsrecht krijgen over deze vrachtwagens waarvan de waarde nog een fractie vertegenwoordigt van de prijs;
- dat door ongevallen deze vrachtwagens, die voor een aanzienlijk gedeelte reeds door (verweerders) waren betaald, onbruikbaar zijn geworden; dat op grond van de tussen partijen afgesloten overeenkomst (eiser) de verbintenis op zich had genomen deze vrachtwagens ter beschikking van (verweerders) te houden om hen toe te laten hiermee arbeid te verrichten en om deze vrachtwagens in eigendom over te dragen bij volledige betaling;
- dat, indien de vrachtwagens teniet zijn gegaan zoals in casu door ongeval en de normale uitvoering van de overeenkomst onmogelijk is geworden, (terwijl (eiser) geen voorstel heeft gedaan tot verdere uitvoering bij ekwivalent), de ontbinding van de overeenkomst zich opdringt;
- dat nu, zoals gezegd, de uitvoering zich uitstrekt in casu over een langere tijd en sommige elementen van hetgeen is uitgevoerd niet meer ongedaan kan worden gemaakt (o.m. het ter beschikking stellen van de vrachtwagens en de snelle waardevermindering ervan), de ontbinding ingaat vanaf het ogenblik dat de overeenkomst niet meer kan worden uitgevoerd;
- dat deze ontbinding in casu inhoudt dat de kopers, die bij volledige betaling de vrachtwagens in volledige eigendom ontvangen, bij de gedeeltelijke betaling het daarmee overeenstemmende pro rata gedeelte ontvangen van de waarde van de goederen op het ogenblik van de ontbinding;
- dat de deskundige tot de bevinding is gekomen dat (verweerders) na aftrek van de overeengekomen bedragen ter aflossing van de prijs 738.378 F. aan (eiser) hebben betaald;
- dat (eiser) als schadepenningen een bedrag heeft ontvangen van 783.600 F. en voor de wrakken van de trekkers en de opliggers, volgens de door hem zelf aan de deskundige meegedeelde stukken (brief van 19.3.1987 van de raadsman van appellant aan de deskundige) nog een prijs van 210.000 F.; dat derhalve de waarde van de aan (verweerders) verkochte goederen op het ogenblik van de ontbinding 783.600 F. + 210.000 F. = 993.600 F. bedroeg;
- dat in de tussen partijen afgesloten overeenkomst de BTW door de kopers moet worden betaald;
- dat, indien door het hierboven gestelde (eiser) niet de volledige prijs heeft bekomen van de goederen die hij heeft verkocht (met voorbehoud van eigendomsoverdracht),
juist door genoemd eigendomsvoorbehoud hij principieel het risico draagt van het tenietgaan van de zaak, terwijl anderzijds ook de kopers een gedeelte van de betaalde aankoopprijs zien teloorgaan;
- dat (verweerders) niet aantonen meer te hebben betaald dan 783.378 F.";
terwijl, tweede onderdeel, overeenkomstig de artikelen 1134, 1136, 1138, 1582, 1624 en 1647 van het Burgerlijk Wetboek het verlies van de zaak, voorwerp van de verbintenis bij eigendomsoverdragende overeenkomsten, meer bepaald bij een koopovereenkomst, tot gevolg heeft dat de schuldeiser (van de verbintenis de zaak te leveren) het risico draagt van het tenietgaan van de zaak ("res perit creditori"); bij onmiddellijke eigendomsoverdracht de koper die door de loutere wilsovereenstemming eigenaar wordt, dus het risico draagt en bijgevolg de prijs zal dienen te betalen ook al was de zaak nog niet geleverd; de koper bijgevolg niet de ontbinding van de overeenkomst door het tenietgaan van de zaak kan opwerpen;
op deze regel "res perit creditori" uitzondering wordt gemaakt wanneer de eigendomsoverdracht wordt uitgesteld en dus niet door de loutere wilsovereenstemming gebeurt;
krachtens de algemene regels m.b.t. het einde van overeenkomsten (inzonderheid de artikelen 1184 en 1302 van het Burgerlijk Wetboek) en de risicoleer bij wederkerige overeenkomsten (zoals neergelegd in de artikelen 1722, 1790 en 1867 van het Burgerlijk Wetboek) het verval van de verbintenis van één partij door het verlies van de zaak, de verbintenis van de andere partij teniet doet waardoor de overeenkomst wordt ontbonden en het risico van het tenietgaan van de zaak ten laste valt van de schuldenaar van de onmogelijk geworden verbintenis ("res perit debitori") :
de ontbinding van de overeenkomst bij wederkerige overeenkomsten met opeenvolgende prestaties (overeenkomsten waarvan de uitvoering zich in de tijd uitstrekt) echter slechts ingaat op het ogenblik dat de ene verbintenis onmogelijk is geworden, aangezien de overeenkomst tot op dat ogenblik geldig uitwerking heeft kunnen verkrijgen; dit echter niet belet dat toch een retroactieve werking aan de ontbinding kan worden gegeven;
op grond van bovenstaand rechtsbeginsel "res perit debitori" de koopovereenkomst met eigendomsvoorbehoud wordt ontbonden en de eigenaar van de zaak (de verkoper) het risico draagt van het verlies van de zaak waarvan hij nog de eigendom diende over te dragen;
dit erop neerkomt dat de verkoper-eigenaar geen betaling kan bekomen van de prijs van de verloren zaak of, indien deze reeds was betaald, dat bedrag aan de koper zal dienen terug te betalen;
echter wel rekening dient te worden gehouden met een mogelijk aan de koper toegekend genotsrecht van de zaak tot op het ogenblik van het tenietgaan ervan, zoals algemeen bij overeenkomsten met opeenvolgende prestaties; van het door de verkoper terug te betalen bedrag bijgevolg de genotswaarde overeenstemmend met het genot van de zaak tot op het ogenblik van het tenietgaan van de zaak dient afgetrokken, overeenkomstig het algemeen rechtsbeginsel van de onrechtmatige verrijking,
en terwijl, het bestreden arrest vaststelt dat partijen een koopovereenkomst hadden gesloten waarvan de uitvoering zich in de tijd uitstrekte en waarbij eiser zich had verbonden de vrachtwagens ter beschikking van verweerders te stellen en de eigendom ervan bij volledige betaling van de prijs over te dragen; het arrest tevens vaststelt dat de vrachtwagens zijn teniet gegaan door ongeval en de normale uitvoering van de overeenkomst daardoor onmogelijk was geworden;
het bestreden arrest tevens vaststelt dat "sommige elementen van hetgeen is uitgevoerd niet meer ongedaan kan worden gemaakt (o.m. het ter beschikking stellen van de vrachtwagens en de snelle waardevermindering ervan)" en dat verweerders reeds 783.378 F. van de koopprijs hadden betaald;
het bestreden arrest bijgevolg op grond van bovenstaande vaststellingen terecht de ontbinding van de overeenkomst uitspreekt, doch er niet de gevolgen aan geeft die het volgens de risicoleer bij eigendomsoverdragende wederkerige overeenkomsten met uitgestelde eigendomsoverdracht heeft, rekening houdende met het reeds door de kopers verkregen genot;
uit de overweging dat "deze ontbinding in casu inhoudt dat de kopers, die bij volledige betaling de vrachtwagens in volledige eigendom ontvangen, bij de gedeeltelijke betaling het daarmee overeenstemmende pro rata gedeelte ontvangen van de waarde van de goederen op het ogenblik van de ontbinding "en uit de daaropvolgende berekening, immers integendeel blijkt dat het arrest aan eiser de verplichting oplegt zijn verbintenis, nl. de eigendom over te dragen, na te komen, doch proportioneel met de door hem ontvangen koopprijs en in waarde i.p.v. in natura berekend op het ogenblik van het tenietgaan van de vrachtwagens;
het bestreden arrest bijgevolg door eiser te veroordelen tot betaling aan verweerders van een bedrag van 447.354 F. op grond van de redenering dat eiser door de gedeeltelijke betaling van de koopprijs door verweerders aan deze laatsten de waarde van de vrachtwagens op het ogenblik van het tenietgaan ervan verschuldigd is, doch pro rata de reeds door verweerders gedane betaling van 783.378 F., schending inhoudt van de algemene regels m.b.t. het einde van overeenkomsten, het principe van de risicoleer, zoals neergelegd in de artikelen 1722, 1790 en 1867 van het Burgerlijk wetboek, het algemeen rechtsbeginsel van onrechtmatige verrijking, volgens dewelke de koopovereenkomst als ontbonden dient te worden beschouwd met risico ten laste van de verkoper die zich de eigendom van de vrachtwagens had voorbehouden en dus de prijs dient terug te betalen mits aftrek van de genotswaarde tot op het ogenblik van het tenietgaan van de zaak en derhalve ook de artikelen 1134, 1136, 1138, 1184, 1302, 1582, 1624 en 1647 van het Burgerlijk Wetboek schendt :
Overwegende dat het arrest vaststelt dat eiser twee vrachtwagens heeft verkocht aan de verweerders, dat tussen de partijen bedongen was dat de eigendomsoverdracht zou worden uitgesteld tot de prijs volledig was betaald en dat de vrachtwagens volledig vernield werden toen slechts een deel van de prijs was betaald; dat het arrest dat ervan uitgaat dat eiser niet voor de vernieling aansprakelijk is en evenmin vaststelt dat de verweerders hiervoor aansprakelijk zijn, de koop-verkoop overeenkomsten "ontbindt";
Wat het tweede onderdeel betreft :
Overwegende dat het onderdeel het arrest niet bekritiseert in zoverre het oordeelt dat de overeenkomst wegens het verlies van de zaak moet worden "ontbonden" en dat de "ontbinding" slechts ingaat op het ogenblik dat de uitvoering van de verbintenis onmogelijk is geworden;
Overwegende dat als een koopovereenkomst met uitstel van eigendomsoverdracht wordt gesloten, de verkoper in de regel het risico van het verlies van de zaak draagt en, behoudens andersluidend beding, de betaling niet meer kan verkrijgen van de prijs en de reeds betaalde prijs of gedeelte van de prijs aan de koper moet terugbetalen; dat de verkoper evenwel recht heeft op de tegenwaarde van het genot dat de koper heeft gehad van de zaak;
Dat als de rechter vaststelt dat de overeenkomst in die omstandigheden niet meer kan worden uitgevoerd, de verkoper niet verplicht is de overeenkomst in natura of in geld verder uit te voeren en aldus de tegenwaarde van de verkochte zaak geheel of gedeeltelijk aan de koper niet verschuldigd is;
Overwegende dat het arrest dat oordeelt "dat de ontbinding in casu inhoudt dat de kopers, die bij de volledige betaling de vrachtwagens in volledige eigendom ontvangen, bij de gedeeltelijke betaling het daarmee overeenstemmende pro rata gedeelte ontvangen van de waarde van de goederen op het ogenblik van de ontbinding", de in het onderdeel aangewezen wetsbepalingen schendt;
Dat het onderdeel in zoverre gegrond is;
OM DIE REDENEN,
Vernietigt het bestreden arrest in zoverre het eiser veroordeelt aan de verweerders 447.354 frank te betalen te vermeerderen met de gerechtelijk interest en uitspraak doet over de kosten;
Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het gedeeltelijk vernietigde arrest;
Houdt de kosten aan en laat de beslissing daaromtrent aan de feitenrechter over;
Verwijst de aldus beperkte zaak naar het Hof van Beroep te Brussel.