Hof van Cassatie: Arrest van 9 Oktober 1997 (België). RG C950158N

Date :
09-10-1997
Langue :
Français Néerlandais
Taille :
3 pages
Section :
Jurisprudence
Source :
Justel N-19971009-6
Numéro de rôle :
C950158N

Résumé :

Schendt artikelen 1382 en 1383 BW het arrest dat een vergoeding toekent voor een andere schade dan de werkelijk geleden schade door bij de berekening van de schade de vermindering van de sociale lasten niet op het bruto-inkomen uit te voeren maar slechts op het met de mutualiteitsuitkeringen verminderde bruto-inkomen.

Arrêt :

Ajoutez le document à un dossier () pour commencer à l'annoter.
HET HOF,
Gelet op het bestreden arrest, op 10 november 1994 gewezen door het Hof van Beroep te Brussel;
Overwegende dat de zaken ingeschreven op de algemene rol onder de nummers C.95.0158.N en C.95.0287.N voorzieningen zijn tegen hetzelfde arrest; dat zij dienen te worden gevoegd;
I. In zake C.95.0158.N. :
Over het eerste middel, gesteld als volgt : schending van de artikelen 1382 en 1383 van het Burgerlijk Wetboek,
doordat het arrest eiseressen, in solidum met de heer Gauderis, veroordeelt tot betaling van 191.540 frank schadevergoeding aan verweerder in zijn hoedanigheid van erfgerechtigde, voor het inkomstenverlies geleden door het slachtoffer Engelen, als volgt berekend : "1.322 frank gedurende 341 dagen, hetzij 450.802 frank, te verminderen met de tussenkomsten van de mutualiteit ten belope van 232.970 frank, of 217.832 frank; dat voormeld bedrag dient verminderd te worden met de RSZ-bijdrage van 12.07% zodat aan (verweerder) 191.540 frank toekomt" (arrest p. 10, tweede alinea),
terwijl de appèlrechters te kennen geven dat de sociale lasten die op het in aanmerking te nemen gederfde bruto-loon van 1.322 frank per dag drukken, in mindering moeten gebracht worden, en daarvoor uitgaan van 12.07 pct.;
Zij niettemin het bruto bedrag voor de periode van tijdelijke arbeidsongeschiktheid van 341 dagen, zijnde 450.802 frank, eerst verminderen met de tussenkomst van de mutualiteit (232.970 frank), en enkel op het saldo de vermindering met 12.07 pct. voor de RSZ-bijdragen toepassen;
Aldus voor een bedrag van 232.970 frank niet wordt uitgegaan van een verlies van het loon ten belope van het semi-brutobedrag, doch van een verlies ten belope van het brutobedrag,
zodat het arrest, door de RSZ-bijdrage alleen te berekenen op het saldo van 217.832 frank, en niet op het verlies van 450.802 frank, verweerder qq. een hoger bedrag dan de werkelijk geleden schade toekent (schending van de artikelen 1382 en 1383 Burgerlijk Wetboek) :
Overwegende dat de appèlrechters aan verweerder, als rechtsverkrijgende van R. Engelen, een vergoeding toekennen voor inkomstenderving van het slachtoffer tijdens de periode van tijdelijke arbeidsongeschiktheid en vaststellen dat het verlies bestaat in de derving van het fictief semi-brutoloon, zijnde het brutoloon verminderd met de sociale lasten, berekend tegen 12,07 percent;
Overwegende dat het arrest, door bij de berekening van de schade de vermindering van de sociale lasten niet op het bruto-inkomen uit te voeren maar slechts op het met de mutualiteitsuitkeringen verminderde bruto-inkomen, een vergoeding toekent voor een andere schade dan de werkelijk geleden schade en aldus de aangewezen wetsbepalingen schendt;
Dat het middel gegrond is;
Over het tweede middel, gesteld als volgt : schending van de artikelen 1382, 1383 van het Burgerlijk Wetboek, en voor zoveel als nodig, 1315 van het Burgerlijk Wetboek, 870, 871, 877 en 882 van het Gerechtelijk Wetboek,
doordat het arrest eiseressen, in solidum met de heer Gauderis, veroordeelt tot betaling aan verweerder in eigen naam, voor materiële schade geleden tussen de datum van het overlijden van het slachtoffer Engelen en de datum van de uitspraak van het arrest, van 1.843.279 frank voor inkomstenverlies, en 332.250 frank voor economisch waardeverlies van de huisvrouw, en voor materiële schade geleden na de uitspraak, van 4.056.658 frank voor inkomstenverlies, en 2.003 frank voor economisch waardeverlies van de huisvrouw,
meer intresten, en het, wat betreft de berekening van de eigen onderhoudskosten van het slachtoffer om het gedeelte van de inkomsten en de economische waarde als huisvrouw van het slachtoffer, waaruit verweerder persoonlijk voordeel haalde, te bepalen, zowel het fictief semi-brutoloon van het slachtoffer als de economische waarde als huisvrouw van het slachtoffer, rechtstreeks met de helft (50 pct.) vermindert, op grond van de overweging "dat (verweerder) het aandeel voor het persoonlijk onderhoud ten onrechte beperkt tot 30% van het persoonlijk inkomen van E. Engelen; (dat) inderdaad, voor de bepaling van de vergoeding voor de weduwnaar van het dodelijk slachtoffer van een verkeersongeval, en meer in het bijzonder voor het vaststellen van het bedrag dat aan de weduwnaar bij het leven van zijn vrouw tot persoonlijk voordeel strekt en dat hij nu door haar overlijden verliest, de kosten van het eigen onderhoud van die echtgenote, berekend op basis van het gezamenlijk gezinsinkomen, van haar eigen inkomsten dienen te worden afgetrokken en niet van het gezamenlijk inkomen; dat gezien (verweerder) tot op heden weigert, ofschoon hij daartoe herhaaldelijk door (eiseressen) werd aangemaand, de nodige stavingsstukken van zijn inkomsten over te leggen, zodat het eigen aandeel persoonlijk onderhoud niet op het gezamenlijk gezinsinkomen kan berekend worden, er aanleiding toe bestaat het aandeel vast te stellen op 50% van het fictief semi-brutoloon van het slachtoffer" (arrest pp. 13-14),
terwijl uit de redengeving van het arrest blijkt dat, om het persoonlijk voordeel dat verweerder kon halen uit het beroepsinkomen van zijn echtgenote, en derhalve de omvang van de door hem aangevoerde schade, nauwkeurig te kunnen bepalen, zijn inkomen in aanmerking diende genomen te worden om het gezinsinkomen te bepalen;
Eiseressen in hun akte van hoger beroep erop wezen dat de schade moet begroot worden op basis van het netto-inkomen van de overledene onder aftrek van het eigen onderhoud te berekenen op het gezamenlijk netto gezinsinkomen van beide echtgenoten (akte hoger beroep p. 3, zevende alinea);
De appèlrechters vaststellen dat verweerder, ondanks het herhaalde aandringen van eiseressen, weigerde de nodige stavingsstukken van zijn inkomsten over te leggen, en zij geen redenen aanwijzen die verweerder beletten deze noodzakelijke gegevens mede te delen;
Wanneer een partij die beweert schade te hebben geleden, weigert de gegevens bij te brengen waarover zij beschikt en waardoor, hetzij het bedrag van de schade juist kan worden vastgesteld, hetzij het ex aequo et bono te ramen bedrag zo nauwkeurig mogelijk mede kan worden bepaald, de rechter het bedrag van de schade niet kan vaststellen, zelfs niet ex aequo et bono;
De appèlrechters dan ook niet konden beslissen dat, gelet op de houding van verweerder, "er aanleiding toe bestaat" het aandeel van het eigen onderhoud niet vast te stellen op basis van het gezamenlijk gezinsinkomen, maar alleen op basis van het semi-brutoloon van het slachtoffer;
De omstandigheid dat zij het door verweerder voorgestelde aandeel van het eigen onderhoud van het slachtoffer, namelijk 30 pct., optrekken tot 50 pct., hieraan geen afbreuk kan doen, nu niet blijkt dat aldus verweerders schade met méér, of minstens dezelfde zekerheid en nauwkeurigheid wordt begroot als bij het in aanmerking nemen van het gezinsinkomen;
Uit het arrest ook blijkt dat de redenen die de appèlrechters ertoe gebracht hebben het percentage van de eigen onderhoudskosten van het slachtoffer vast te stellen op 50 pct.
en te begroten op het eigen inkomen van het slachtoffer, in de plaats van het gezinsinkomen en vervolgens aan te rekenen op het eigen inkomen, niet alleen de begroting van verweerders schade betreffende het verlies van het persoonlijk voordeel dat hij haalde uit de beroepsinkomsten van het slachtoffer voor de periode vanaf het overlijden tot de dag van de uitspraak van het arrest betreft, doch hen er eveneens toe gebracht hebben het gezinsinkomen buiten beschouwing te laten bij de begroting van verweerders persoonlijk voordeel in het beroepsinkomen van het slachtoffer voor de periode na de uitspraak, alsook bij de begroting van het persoonlijk voordeel van verweerder in de door het slachtoffer verstrekte huishoudelijke hulp, zowel voor de periode vanaf het overlijden tot de uitspraak, als voor de toekomst,
zodat de appèlrechters niet wettig konden afwijken van de volgens hen aangewezen berekeningswijze van verweerders schade, waarbij rekening wordt gehouden met het gezinsinkomen, en eiseressen niet wettig konden veroordelen tot betaling van schadevergoeding wegens inkomstenverlies en economisch waardeverlies van de huisvrouw (schending van de artikelen 1382 en 1383 van het Burgerlijk Wetboek, en voor zoveel als nodig, 1315 van het Burgerlijk Wetboek, 870, 871, 877 en 882 van het Gerechtelijk Wetboek) :
Overwegende dat de appèlrechters de schadevergoeding wegens inkomstenverlies en economisch waardeverlies van de huisvrouw na overlijden, bij ontstentenis van gegevens omtrent het gezinsinkomen, bepalen met inachtneming van de eigen onderhoudskosten van het slachtoffer, ex aequo et bono begroot op 50 percent van het eigen inkomen van het slachtoffer;
Overwegende dat het arrest erop wijst dat Peter Philipsen weigerde, ofschoon hij daartoe herhaaldelijk door de eiseressen werd aangemaand, de nodige stavingsstukken van zijn inkomsten over te leggen, zodat het eigen aandeel persoonlijk onderhoud van het slachtoffer niet op het gezamenlijk gezinsinkomen kan worden berekend;
Overwegende dat de rechter het bedrag van de schade weliswaar ex aequo et bono dient vast te stellen wanneer geen van de partijen elementen voor een juiste vaststelling ervan verschaft of kan verschaffen, maar dat hij zulks niet mag doen wanneer de partij die beweert benadeeld te zijn, weigert de gegevens bij te brengen waarover zij beschikt en waardoor, hetzij het bedrag van de schade juist kan worden vastgesteld, hetzij het ex aequo et bono te ramen bedrag zo nauwkeurig mogelijk kan worden bepaald;
Overwegende dat de benadeelde partij te dezen, zoals uit de bestreden beslissing blijkt, zodanige houding heeft aangenomen dat een zo nauwkeurig mogelijke raming ex aequo et bono is uitgesloten;
Dat het middel gegrond is;
OM DIE REDENEN,
Voegt de zaken, ingeschreven op de algemene rol onder de nummers C.95.0158.N. en C.95.0287.N.;
Vernietigt het bestreden arrest in zoverre het uitspraak doet over de vorderingen van Peter Philipsen zowel als rechtsverkrijgende van Engelen als in eigen naam en uitspraak doet over de kosten;
Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het gedeeltelijk vernietigde arrest;
Houdt de kosten aan en laat de beslissing daaromtrent aan de feitenrechter over;
Verklaart het arrest bindend voor de tot bindendverklaring opgeroepen partij;
Verwijst de aldus beperkte zaak naar het Hof van Beroep te Antwerpen.