Hof van Cassatie: Arrest (België). RG P.18.0873.N

Date :
09-10-2018
Langue :
Français Néerlandais
Taille :
2 pages
Section :
Jurisprudence
Source :
Justel N-20181009-3
Numéro de rôle :
P.18.0873.N

Résumé :

Samenvatting 1

Arrêt :

Ajoutez le document à un dossier () pour commencer à l'annoter.

Nr. P.18.0873.N

PROCUREUR-GENERAAL BIJ HET HOF VAN BEROEP TE GENT,

eiser,

tegen

F X,

beklaagde,

verweerder.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Gent, cor-rectionele kamer, van 20 juni 2018.

De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan.

Raadsheer Filip Van Volsem heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal Luc Decreus heeft geconcludeerd.

II. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

Middel

1. Het middel voert schending aan van artikel 149 Grondwet en artikel 505 Strafwetboek: het arrest verantwoordt het ontslag van rechtsvervolging van de verweerder voor de telastleggingen A en B, zijnde inbreuken op artikel 505, eerste lid, 2° en 4°, Strafwetboek, niet naar recht; voor de toepassing van artikel 505, derde lid, Strafwetboek is vereist dat de vermogensvoordelen afkomstig zijn uit ernstige fiscale fraude en dit ongeacht enig georganiseerd karakter; het arrest grondt het ontslag van rechtsvervolging op de overweging dat het eventuele fisca-le basismisdrijf niet kan worden bestempeld als georganiseerde fiscale fraude waarbij bijzonder ingewikkelde mechanismen of procedés van internationale om-vang worden aangewend, zonder evenwel vast te stellen dat dit eventuele fiscale basismisdrijf evenmin als ernstige fiscale fraude kan worden beschouwd.

2. Artikel 505, eerste lid, 2°, Strafwetboek bestraft zij die in artikel 42, 3°, Strafwetboek bedoelde zaken kopen, ruilen of om niet ontvangen, bezitten, bewa-ren of beheren, ofschoon zij op het ogenblik van de aanvang van deze handelingen de oorsprong van die zaken kenden of moesten kennen.

Artikel 505, eerste lid, 4°, Strafwetboek bestraft zij die de aard, oorsprong, vind-plaats, vervreemding, verplaatsing of eigendom van de in artikel 42, 3°, Strafwet-boek bedoelde zaken verhelen of verhullen, ofschoon zij op het ogenblik van de aanvang van deze handelingen de oorsprong van de zaken kenden of moesten kennen.

Artikel 505, derde lid, Strafwetboek, sinds de wijziging door artikel 15, 1°, van de wet van 15 juli 2013 houdende dringende bepalingen inzake fraudebestrijding, met inwerkingtreding op 29 juli 2013, bepaalt dat behalve ten aanzien van de da-der, de mededader of de medeplichtige van het misdrijf dat de in artikel 42, 3°, Strafwetboek bedoelde zaken heeft opgeleverd, op fiscaal vlak de misdrijven be-doeld in het eerste lid, 2° en 4°, uitsluitend betrekking hebben op feiten gepleegd in het raam van ernstige fiscale fraude, al dan niet georganiseerd.

3. Uit die bepalingen en de wetsgeschiedenis ervan volgt dat indien het door artikel 505, eerste lid, 2° of 4°, Strafwetboek bedoelde witwasmisdrijf vermo-gensvoordelen uit een fiscaal misdrijf tot voorwerp heeft, derden, dit wil zeggen anderen dan de dader, de mededader of de medeplichtige aan dat fiscaal basismisdrijf, zich slechts aan deze witwasmisdrijven kunnen schuldig maken indien dat fiscaal basismisdrijf te kwalificeren is als ernstige fiscale fraude. De toepasselijkheid van artikel 505, derde lid, Strafwetboek vereist niet dat de met het fiscale basismisdrijf geviseerde fiscale fraude ook georganiseerd is, ook al kan het georganiseerd karakter van de fraude een indicatie zijn voor de ernst ervan.

4. Het arrest grondt het aan de verweerder verleende ontslag van rechtsvervol-ging voor de telastleggingen A (inbreuk op artikel 505, eerste lid, 2°, Strafwet-boek, minstens op 16 mei 2014) en B (inbreuk op artikel 505, eerste lid, 4°, Strafwetboek, minstens op 16 mei 2014) wezenlijk op de vaststelling dat in deze zaak het eventuele fiscale basismisdrijf niet kan worden bestempeld als georgani-seerde fiscale fraude waarbij bijzonder ingewikkelde mechanismen of procedés van internationale omvang werden aangewend zodat de verweerder op basis daar-van niet kan worden veroordeeld. Aldus steunen zij die beslissing op een niet in artikel 505, derde lid, Strafwetboek bepaald criterium en verantwoorden zij het ontslag van rechtsvervolging van de verweerder niet naar recht.

Het middel is in zoverre gegrond.

Omvang van de cassatie

5. De onwettigheid leidt tot de vernietiging van de gehele beslissing op de strafvordering, maar laat de beslissing over de ontvankelijkheid van de hogere be-roepen en de saisine van de appelrechters onaangetast.

Ambtshalve onderzoek voor het overige

6. De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen.

Dictum

Het Hof,

Vernietigt het bestreden arrest behalve in zoverre het uitspraak doet over de ont-vankelijkheid van de hogere beroepen en de saisine in hoger beroep.

Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het gedeel-telijk vernietigde arrest.

Verwerpt het cassatieberoep voor het overige.

Laat een tiende van de kosten ten laste van de Staat.

Houdt de beslissing over de overige kosten aan en laat die over aan de rechter op verwijzing.

Verwijst de aldus beperkte zaak naar het hof van beroep te Antwerpen.

Bepaalt de kosten op 90,42 euro.

V. Kosynsky S. Berneman P. Hoet

A. Bloch F. Van Volsem P. Maffei

Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit voorzitter Paul Maffei, als voorzitter, de raadsheren Filip Van Volsem, Alain Bloch, Peter Hoet en Sidney Berneman, en op de openbare rechtszitting van 9 oktober 2018 uitgesproken door voorzitter Paul Maffei, in aanwezigheid van advocaat-generaal Luc Decreus, met bijstand van afgevaardigd griffier Véronique Kosynsky.