Arbeidshof: Arrest van 16 November 2004 (Brussel). RG 44573
- Section :
- Jurisprudence
- Source :
- Justel N-20041116-12
- Numéro de rôle :
- 44573
Résumé :
Bij een overdracht zoals bedoeld door de CAO 32 bis is niet vereist dat de onderneming als juridische entiteit of de vestiging, als technische bedrijfseenheid in haar geheel overgaat. Het is voldoende dat het om een onderdeel ervan gaat. Wel moet het gaan om een "economische eenheid". (H.v.J. 18-3-1986, (Spijkers/Benedik. Jur 1986, 1119). De activiteit uitgeoefend in het overgedragen onderdeel dient niet de kernactiviteit te zijn van de onderneming die overdraagt. (H.v.J. 12-11-1992 (Rask en Christensens/ISS Kantineservice A/S) Soc.Kron. 1993,102). Activiteiten met een zelfstandige doelstelling kunnen gelijk gesteld worden met een vestiging of onderdeel ervan(H.v.J. 19-5-1992 5 Dokter Sophie Remond Stichting, JTT 1993, 369 noot). In casu blijkt dat de materiële activa, (computers en toebehoren en een wagen, het cliënteel, de contracten, de boeken en dossiers ), verbintenissen en schuldvorderingen, behorend tot de MSD-afdeling werden overgedragen samen met de Heer V. .
Arrêt :
3e KAMER
Bediendecontract
Op tegenspraak t.a.v. 1ste geïntimeerde - bij verstek t.a.v. 2de geïntimeerde
Definitief
In de zaak :
De Heer G. V.,
Appellant, geïntimeerde op incidenteel hoger beroep, vertegenwoordigd door Mter R. Swennen, advocaat te 1731 Zellik;
Tegen :
1. De B.V.B.A. STERLING COMMERCE BELGIUM, waarvan de maatschappelijke zetel thans gevestigd is te 1050 Brussel, Louizalaan, 149, Bus 24, ingeschreven in het handelsregister van Brussel onder het nummer 615.714, met RPR nummer 0460.973.890,
1ste geïntimeerde, appellante op incidenteel hoger beroep, vertegenwoordigd door Mters N. Luyten en Van Tielborgh, advocaten te 1050 Brussel;
2. De B.V.B.A. XCELLENET BELGIUM, met maatschappelijke zetel gevestigd te 1831 Diegem, Bessenveldstraat, 25, ingeschreven in het handelsregister van Brussel onder het nummer 643.219,
2de geïntimeerde, niet verschijnend;
Na beraad, spreekt het Arbeidshof te Brussel volgend arrest uit :
Gelet op de stukken van de rechtspleging en meer bepaald op :
- het voor eensluidend verklaard afschrift van een vonnis van 19 juni 2003 door de 12de kamer van de Arbeidsrechtbank te Brussel tussen partijen op tegenspraak gewezen;
- het verzoekschrift tot hoger beroep ontvangen ter griffie van dit Hof op 2 september 2003;
- de besluiten en synthesebesluiten van 1ste geïntimeerde ter griffie van dit Hof ontvangen respectievelijk op 30 april 2004 en 16 augustus 2004;
- de besluiten van appellant ontvangen ter griffie van dit Hof op 29 juni 2044;
- gelet op de voorgelegde stukken;
Gehoord partijen in hun middelen en beweringen op de openbare terechtzitting 19 oktober 2004;
pp
p
RELEVANTE FEITEN EN RECHTSPLEGING
De Heer V. is op 2-11-1998 als account-manager in dienst getreden van de BVBA STERLING COMMERCE Belgium.
Deze vennootschap maakt deel uit van een internationaal gestructureerde groep.
In de (niet gedateerde) arbeidsovereenkomst werden volgende loonbestanddelen afgesproken: een brutosalaris van 167.425 F, een commissieloon of kwartaalbonus, een eindejaarspremie, het gebruik van een firmawagen met een vastgestelde leasewaarde van 30.000 F per maand en een groepsverzekering.
De arbeidsovereenkomst bepaalde verder dat bij beëindiging ervan door de werkgever, de opzegginstermijn gelijk zou zijn aan Adrie maanden per begonnen periode van vijf jaar in dienst van de onderneming@
Eerder dat jaar, in juli 1998 had de STERLING COMMERCE-groep de groep XcelleNet overgenomen. Voor België betekende dit de overname van de Belgische XcelleNet -vennootschap door de Belgische vennootschap van de STERLING COMMERCE- groep. Binnen Sterling Commerce vormden deze XcelleNet-vennootschappen na de overname een aparte afdeling genaamd MSD (management systems division).
De arbeidsovereenkomst vermeldt uitdrukkelijk dat de aanwerving van de Heer V. gebeurde voor de MSD-groep, dat het werk zou worden uitgevoerd in de Benelux doch met standplaats te Brussel, die evenwel niet als essentieel element van de arbeidsovereenkomst kon worden beschouwd en dat hij zou rapporteren aan de Benelux Sales Manager, op dat ogenblik de Heer W.A.Offers.
Op 6-8->99 maakte de BVBA STERLING COMMERCE Belgium haar intentie bekend om de afdeling MSD terug te verkopen.
Zij bevestigde dit schriftelijk aan de Heer V. in een brief van 6-9->99, die evenwel beweert dit bericht niet te hebben ontvangen.
In het begin van het jaar 2000, werd de MSD-groep internationaal verkocht en afgesplitst van STERLING COMMERCE onder de oorspronkelijke benaming XcelleNet. De algemene overeenkomst werd afgesloten op 26-1-2000.
Deze overdracht¨kwam in België tot stand door de overeenkomst van 18-2-2000, afgesloten tussen de BVBA STERLING COMMERCE Belgium, DE BV STERLING COMMERCE (Nederland) en de nieuw opgerichte BVBA XcelleNet België.
Bij deze overeenkomst werden de materiële activa overgedragen, de verbintenissen voortvloeiend uit de lopende contracten, de schuldvorderingen en het personeel. In werkelijkheid was de Heer V. het enig personeelslid.
De BVBA XcelleNet Belgium werd opgericht bij notariële akte op 17-2-2000 (verschenen in het Belgisch Staatsblad van 1-3-2000. De oprichters waren de vennootschap naar het recht van Delaware AXcelleNet Inc.
en de Heer Aminzade David. De vennootschapszetel was gevestigd te Diegem, Airport Boulevard Office Park, Bessenveldstraat, 25. Zij had tot doel Ain België en in het buitenland, in eigen naam en voor eigen rekening, evenals in naam en voor rekening van derden: het onderzoek, de ontwikkeling, de marketing, de licentie, bediening en beheer, de productie en commercialisatie van apparaten, electronische processen, software en alle nieuwe en innoverende technologieën voor het gebruik van gegevensopslag, administratie, verwerking en verzending.@
In het Verenigd Koninkrijk kwam de overdracht van de MSD-afdeling eveneens tot stand bij overeenkomst van 18-2-2000, afgesloten tussen STERLING COMMERCE (UK) Limited en XcelleNet (UK)Limited. Deze overdracht ging eveneens gepaard met overdracht van personeel: o.m. van de Heren David Aminzade en Paul S. .
Dit werd door XcelleNet aan elke werknemer meegedeeld. Met brief van
13-3-2000, ondertekend door de Heer David Aminzade, zaakvoerder, die niet op briefpapier van de nieuwe vennootschap was gesteld werd aan de Heer V. meegedeeld dat de BVBA XcelleNet Belgium de lokale M S D afdeling van STERLING COMMERCE Belgium BVBA had overgekocht zodat zij vanaf
18-2-2000 zijn werkgever werd doch dat deze overgang niet raakte aan zijn tewerkstellingsvoorwaarden, noch aan zijn anciënniteit. De Heer Aminzade was voorheen Director van de MSD-groep en hiërarchisch overste van de Heer V. .
Met brief van 18-4-2000 stelde de vennootschap XcelleNET Belgium een einde aan de arbeidsovereenkomst met een opzeggingstermijn van 3 maanden, ingaand op 1-5-2000, waarvan enkel de maand mei diende gepresteerd te worden.
Eind juni werd een ontwerp van dadingsovereenkomst overgemaakt aan de Heer V. , ondertekend door de Heer S., werknemer van XcellNet UK LTd, die de hiërarchische overste was van de Heer V. .
Er werd geen akkoord bereikt tussen partijen over de bedragen waarop de Heer V. bij de beëindiging van de overeenkomst nog aanspraak kon maken.
Sinds de overname werden de lonen verder uitbetaald door de BVBA STERLING COMMERCE Belgium.
De Heer V. was van oordeel dat beide vennootschappen als werkgever dienden beschouwd te worden. Met dagvaarding van 26-9-2000 spande hij een geding aan tegen beide vennootschappen en vorderde hij dat zij beide in solidum zouden veroordeeld worden tot betaling van volgende bedragen:
- 64.407 EUR, ten titel van bijkomende opzeggingsvergoeding,
- 37.362,04 EUR, ten titel van uitwinningsvergoeding,
- 6.131,77 EUR, ten titel van achterstallige commissielonen,
856,42 EUR, ten titel van vakantiegeld op achterstallige commissielonen,
3.065,87 EUR, ten titel van aanpassing van de retention bonus,
3.313,49 EUR, ten titel van loon voor feestdagen,
502,98 EUR, ten titel van vakantiegeld op loon voor feestdagen,
9.663,56 EUR, ten titel van vertrekvakantiegeld,
6.071,04 EUR, ten titel van pro-rata 13de maand 2000,
1.557,34 EUR, ten titel van saldo onkosten juni 2000,
te vermeerderen met de wettelijke intresten, de gerechtelijke intresten en de kosten.
De vordering strekte er eveneens toe beide vennootschappen te horen veroordelen tot afgifte van de aangepaste loonfiches, de Z.I.V.-bon, het formulier C4, het dienst-attest, de vakantie-attesten en bij gebreke van afgifte van deze aangepaste sociale bescheiden hen te veroordelen tot de betaling van een vervangende schadevergoeding van 25 EUR per ontbrekend stuk en per dag vertraging.
De BVBA STERLING COMMERCE Belgium stelde een tegenvordering in die de veroordeling van de Heer V. beoogde tot betaling van 6.197,34 Euro wegens tergend en roekeloos geding.
Nadat zij bij een eerste vonnis van 5-12-2002 de heropening van de debatten had bevolen om duidelijkheid te verkrijgen over de verhoudingen tussen beide vennootschappen en de andere gelijknamige Nederlandse en Engelse vennootschappen van de groep en een vertaling van de arbeidsovereenkomst te bekomen, besliste de Arbeidsrechtbank met het beroepen vonnis, op tegenspraak tussen de Heer V. en de BVBA STERLING COMMERCE en bij verstek t.a.v. de BVBA XCELLENET Belgium als volgt:
Zij zegde voor recht dat de vorderingen t.a.v. huidig geïntimeerde voor bedragen verschuldigd na 18-2-2000 niet ontvankelijk waren,
Verklaarde de vorderingen met betrekking tot de retention bonus, feestdagenloon, vakantiegeld op feestdagen voor 18-2-2000 ontvankelijk en gegrond en veroordeelde geïntimeerde tot betaling aan de Heer V. van:
-2.640,26 Euro als loon voor feestdagen
-400,79 Eruo als vakantiegeld op feestdagenloon, vermeerderd met de wettelijke en gerechtelijke intresten op het netto-bedrag en wees de vorderingen voor het overige af.
Zij verklaarde de vordering t.a.v. de BVBA XCELLENET Belgium ontvankelijk en als volgt gegrond met veroordeling van die vennootschap tot betaling aan de Heer V. van volgende bedragen:
-64.407,00 EUR ten titel van bijkomende opzeggingsvergoeding,
- 37.362,04 EUR ten titel van uitwinningsvergoeding,
- 6.131,77 EUR ten titel van achterstallig commissieloon,
- 856,42 EUR ten titel van vakantiegeld op achterstallig commissieloon,
- 3.065,87 EUR ten titel van aanpassing op rentition bonus,
- 673,23 EUR ten titel van achterstallig loon voor feestdagen,
- 102,19 EUR ten titel van vakantiegeld op loon voor feestdagen,
- 9.663,56 EUR ten titel van vakantiegeld,
- 6.071,04 EUR als prorata 13de maand,
- 1.557,34 EUR ten titel van saldo onkosten juni 2000,
bedragen te vermeerderen met de wettelijke en gerechtelijke intresten op de nettobedragen.
Zij veroordeelde de B.V.B.A. XCELLENET Belgium tot aflevering van de Z.I.V.-bon, het formulier C4, het dienst-attest, de vakantie-attesten en bij gebreke van afgifte van deze aangepaste sociale bescheiden binnen een termijn van 15 dagen na het uit te spreken vonnis, tot de betaling van een vervangende schadevergoeding van 10 EUR per ontbrekend stuk en per dag vertraging.
Ze verklaarde de tegenvordering ontvankelijk doch ongegrond
De BVBA XcelleNet werd intussen failliet verklaard bij vonnis van de Rechtbank van Koophandel te Mechelen van 28-10-2003.
De Heer V. deelt mee dat hij tussenkomst heeft bekomen van het Fonds voor Sluiting van Ondernemingen, ten belope van de door de wet bepaalde grenzen.
VOORWERP VAN DE HOGERE BEROEPEN
De Heer V. kan zich niet neerleggen bij de uitspraak van de Arbeidsrechtbank en stelde hoger beroep in tegen de B.V.B.A. STERLING COMMERCE Belgium, het Hof verzoekend,
zijn vordering ontvankelijk en volledig gegrond te verklaren lastens de BVBA STERLING COMMERCE Belgium en deze vennootschap eveneens te veroordelen tot betaling van volgende bedragen:
- 64.407,00 EUR als bijkomende opzegvergoeding,
- 37.362,04 EUR als uitwinningsvergoeding,
- 6.131,77 EUR als achterstallig commissieloon,
- 856,42 EUR als vakantiegeld op achterstallig commissieloon,
- 3.065,87 EUR als aanpassing op retention bonus,
- 3.313,49 EUR als loon voor feestdagen,
- 502,98 EUR als vakantiegeld op loon voor feestdagen,
- 9.663,56 EUR als vakantie-vertrekgeld,
- 6.071,04 EUR als prorata 13de maand 2000,
1.557,34 EUR saldo onkosten juni 2000.
Eerste geïntimeerde bovendien te horen veroordelen tot de aflevering van de aangepaste loonfiches, de Z.I.V.-bon, het formulier C4, het dienst-attest, de vakantie-attesten enz... en bij gebreke van afgifte van deze aangepaste sociale bescheiden haar te veroordelen tot de betaling van een vervangende schadevergoeding van 25 EUR per ontbrekend stuk en per dag vertraging in de afgifte en het vonnis voor het overige te bevestigen.
De vennootschap BVBA STERLING COMMERCE Belgium stelde bij conclusie incidenteel hoger beroep in tegen de Heer V. Zij verzoekt het Hof,
Het door de Heer V. ingestelde hoger beroep onontvankelijk, misschien ongegrond te verklaren. Het ingestelde incidenteel hoger beroep ontvankelijk en gegrond te verklaren.
Betreffende het hoofdberoep
Wat betreft de vordering aangaande de retention bonus :
Het vonnis a quo te bevestigen en de vordering betreffende de retention bonus ontvankelijk doch ongegrond te verklaren.
Wat betreft de vordering aangaande het feestdagenloon :
Feestdagen voor 18 februari 2000
Het vonnis a quo te hervormen en dienvolgens de vordering van de Heer V. ontvankelijk doch hoogstens gedeeltelijk gegrond te verklaren ten titel van vergoeding voor verlies van commissie voor feestdagen ten bedrage van maximaal 2.098,24 EUR.
Feestdagen na 18 februari 2000
Het vonnis a quo te bevestigen en de vordering onontvankelijk en minstens ongegrond te verklaren.
Wat betreft de vordering aangaande vakantiegeld op feestdagenloon :
Feestdagen voor 18 februari 2000
Het vonnis a quo te hervormen en dienvolgens de vordering van de Heer V. ontvankelijk doch slechts gedeeltelijk gegrond te verklaren ten titel van het vakantiegeld op vergoeding voor verlies van commissie voor feestdagen maximaal 150,65 EUR.
Feestdagen vna 18 februari 2000
Het vonnis a quo te bevestigen en de vordering onontvankelijk en minstens ongegrond te verklaren.
Wat betreft de overige vorderingen :
In hoofdorde :
Het vonnis a quo te bevestigen en dienvolgens de vorderingen van de Heer V. onontvankelijk te verklaren.
In ondergeschikte orde :
De vorderingen van de Heer V. ontvankelijk doch ongegrond te verklaren.
Geïntimeerde gedraagt zich naar de wijsheid van het Arbeidshof voor een gedeeltelijke gegrondverklaring ten titel van achterstallige prorata eindejaarspremie van maximaal 3.009,32 EUR(121.396 BEF.).
Voor wat betreft het gevorderde vertrekvakantiegeld gedraagt geïntimeerde zich eveneens naar de wijsheid van het Arbeidshof.
Betreffende het incidenteel beroep :
Het incidenteel beroep van geïntimeerde dat strekt tot gedeeltelijke hervorming van het vonnis a quo ontvankelijk en gegrond te verklaren en dienvolgens de Heer V. te veroordelen tot betaling van een schadevergoeding wegens tergend en roekeloos geding provisioneel begroot op 6.197,34 EUR.
Het incidenteel hoger beroep van geïntimeerde dat strekt tot gedeeltelijke hervorming van het vonnis a quo ontvankelijk en gegrond te verklaren voor wat betreft het feestdagenloon voor 18 februari 2000 en vakantiegeld daarop, overeenkomstig het dispositief hierboven.
In ieder geval :
Te zeggen voor recht dat de intresten hoogstens kunnen verschuldigd zijn op de netto bedragen en de uitvoerbaarheid bij voorraad geenszins toe te staan.
BEOORDELING
1.Ontvankelijkheid
Het hoger beroep is regelmatig naar vorm en ingeleid binnen de daartoe voorziene wettelijke termijn. Hetzelfde geldt voor het incidenteel hoger beroep. Beiden zijn dan ook ontvankelijk.
2.Ten gronde
De betwisting tussen partijen betreft de vraag of de BVBA STERLING COMMERCE Belgium al dan niet als werkgever van de Heer V. dient beschouwd te worden. Alle vorderingen zijn daarvan afgeleid.
De Heer V. meent dat er geen sprake is geweest van een overname in de zin van CAO 32 bis nu de economische entiteit niet werd bewaard daar de door XcelleNet aangeboden producten verschillend waren en die vennootschap in de totale onmogelijkheid verkeerde enig actief over te nemen daar zij geen boekhouding had, geen BTW-nummer, geen personeel, geen bankrekening en ook geen enkele betaling heeft gedaan.
Uit de gegevens van de zaak blijkt dat de nieuw opgerichte BVBA XcelleNet België inderdaad maar nauwelijks kan hebben gefunctioneerd en niet bij machte was met haar eigen middelen de overname te betalen.
Haar maatschappelijk kapitaal bedroeg slechts 18.600 Euro en was slechts voor één derde volgestort. De overnameprijs bedroeg 181.527 USD, waarvan 141.801 diende betaald te worden aan de BV STERLING COMMERCE en 39.726 aan de BVBA STERLING COMMERCE. De overeenkomst voorzag niet in verdere modaliteiten voor de betaling ervan en verwees hiervoor naar de raamovereenkomst.
Of de overnameprijs reeds betaald werd of niet is niet ter zake dienend nu enkel de contractpartij zich er zou kunnen op beroepen om de overeenkomst te laten ontbinden.
Verder deelde de curator mee dat hij noch over boekhouding noch over stukken beschikte.
Bij een overdracht zoals bedoeld door de CAO 32 bis is niet vereist dat de onderneming als juridische entiteit of de vestiging, als technische bedrijfseenheid in haar geheel overgaat. Het is voldoende dat het om een onderdeel ervan gaat.
Wel moet het gaan om een Aeconomische eenheid@ (H.v.J. 18-3-1986, (Spijkers/Benedik. Jur 1986, 1119).
De activiteit uitgeoefend in het overgedragen onderdeel dient niet de kernactiviteit te zijn van de onderneming die overdraagt. (H.v.J. 12-11-1992 (Rask en Christensens/ISS Kantineservice A/S) Soc.Kron. 1993,102).
Activiteiten met een zelfstandige doelstelling kunnen gelijk gesteld worden met een vestiging of onderdeel ervan(H.v.J. 19-5-1992 5 Dokter Sophie Remond Stichting, JTT 1993, 369 noot).
In casu blijkt dat de materiële activa, (computers en toebehoren en een wagen, het cliënteel, de contracten, de boeken en dossiers ), verbintenissen en schuldvorderingen, behorend tot de MSD-afdeling werden overgedragen samen met de Heer V. .
De MSD-afdeling was reeds vroeger, voor de samensmelting van XcelleNet met STERLING COMMERCE een afzonderlijke zelfstandige afdeling en werd door de nieuwe overeenkomst wereldwijd opnieuw afgesplitst.
De BVBA XcelleNet was wel degelijk een bestaande vennootschap. Het Hof merkt op dat het politieverslag dat de Heer V. voorlegt ter betwisting van de vestiging van die vennootschap op het adres van haar maatschappelijke zetel dateert van na de betwiste periode.
Het Hof deelt het standpunt van de Heer V. niet dat er geen sprake is van een overdracht van onderneming.
Er dient rekening mee gehouden te worden dat de BVBA XcelleNet eveneens was ingebed in een internationale groep, haar hoofdaandeelhouder (alle aandelen behalve 1 ) was de vennootschap naar het Recht van Delaware, XcelleNet Inc en uit de gegevens van de zaak blijkt dat de Heer V. was aangeworven voor de MSD-groep en onder het gezag stond van de Heer S. , personeelslid van XcelleNet UK, die de MSD-afdeling in het Verenigd Koninkrijk overnam van STERLING COMMERCE UK en dat ook de Heer D. A., zaakvoerder van de BVBA XcelleNet Belgium, tot het personeel van XcelleNet UK behoorde.
Dit zou eventueel tot de gevolgtrekking kunnen leiden dat die vennootschap, die via haar personeel het werkgeversgezag over de Heer V. uitoefende eveneens als werkgever diende beschouwd te worden. Deze vennootschap werd evenwel niet gedagvaard zodat het Hof dit niet verder kan onderzoeken.
Dat de Heer V. niet vooraf over de op handen zijnde overdracht werd ingelicht kan bezwaarlijk worden aangenomen nu hem een retention premie werd toegekend opdat hij zeker in dienst zou blijven tot de overdracht zou zijn voltrokken. Overigens doet het er niet toe of hij al dan niet vooraf over de overdracht werd ingelicht voor wat betreft de uitwerking van die overdracht. Alleszins heeft hij er nadat de overdracht hem bekend werd geen bezwaar tegen gemaakt voor de nieuwe werkgever te werken. De overdracht behoudt haar gevolgen zodat slechts de overnemer gehouden is tot de schulden die ontstaan zijn na de overdracht, onder voorbehoud van de gevolgen van gezagsuitoefening door een andere werkgever
De Heer V. staaft zijn stelling dat de BVBA STERLING COMMERCE BELGIUM zijn werkgever is gebleven aan de hand van volgende argumenten:
-alle loonfiches die sedert de overname werden opgesteld vermelden steeds die vennootschap als werkgever, zonder enig voorbehoud en er werd door haar nooit een eindafrekening opgemaakt ter gelegenheid van de beweerde overname.
-de vennootschap heeft in een brief van 21-11-2000 aan GENERALI bevestigd dat de Heer V. nog tot 1-8-2000 had gewerkt.
-de vennootschap stelde het document op m.b.t. de verlofdagen voor het jaar 2000 waarin nog gegevens zijn opgenomen met betrekking tot april 2000, terwijl de beweerde overname van februari dateert.
-bij de beëindiging van de arbeidsovereenkomst werden de voorwerpen en de wagen toebehorend aan de werkgever in ontvangst genomen door C.V., kantoorverantwoordelijke van STERLING COMMERCE te Brussel.
-de genaamde D. A., de zaakvoerder van de BVBA XcelleNet Belgium BVBA stuurde op 13-7-2000 een brief met briefhoofd van STERLING COMMERCE waarin aan de Heer V. werd meegedeeld dat deze vennootschap de benzinekosten zowel voor privaat-als voor professioneel gebruik ten laste zou nemen.
Uit de globale Asset Purchase Agreement die op 26-1-2000 werd afgesloten blijkt echter dat tussen de overlaters en overnemers tijdens de overgangsperiode een verdere dienstverlening werd afgesproken op boekhoudkundig en administratief vlak, zowel wat de klantenadministratie als de loonadministratie betrof met gebruik van de infrastructuur van de overlaters (facturen, briefhoofd, etc.). De kosten voor dienstverlening werden aangerekend aan de BVBA ExcelleNet. De betalingen van het loon gebeurden in opdracht van de Engelse vennootschap ExcelleNet UK Limited, die niet in de zaak betrokken is.
Hieruit kan niet afgeleid worden dat de BVBA STERLING COMMERCE werkgever zou zijn gebleven aangezien hieruit niet de uitoefening van het werkgeversgezag blijkt.
Na het ontslag nam de Heer S. (XelleNet UK) contact op met de Heer V. om een vergelijk te treffen m.b.t.
de gevolgen ervan. Hieruit blijkt die vennootschap werkgeversgezag uitoefende.
De Heer V. werpt op dat de BVBA STERLING COMMERCE alleszins gehouden is wegens een verboden terbeschikingstelling.
Aangezien er een geldige overdracht is gebeurd in de zin van CAO 32 bis en geen verdere gezagsuitoefening door de BVBA STERLING COMMERCE werd aangetoond, is er geen sprake van een verboden terbeschikkingstelling tussen die vennootschap en de BVBA XelleNet. Eventueel zou er sprake kunnen zijn van verboden terbeschikkingstelling t.a.v. de Engelse vennootschap XelleNet UK, die evenwel niet in de zaak betrokken is.
Zelfs in dat geval kan de BVBA STERLING COMMERCE niet hoofdelijk gehouden zijn voor de schulden ontstaan na de overdracht aan de BVBA XelleNet.
De vordering van de Heer V. t.a.v. de BVBA STERLING COMMERCE komt dus alleszins ongegrond voor, voor zover zij betrekking heeft op de periode die het ontslag vooraf gaat, zoals terecht door de Arbeidrechtbank werd beslist.
De vraag tot aanpassing van de reeds uitbetaalde retentiebonus komt eveneens ongegrond voor.
De BVBA STERLING COMMERCE deed op 6-9->99 het aanbod tot betaling van een retentiebonus waarin uitdrukkelijk bepaald wordt dat deze 50% zou bedragen van het basissalaris vanaf 1-8->99 totde datum van overdracht.
De aldus berekende bonus werd uitbetaald. Ten onrechte meent de Heer V. een aanspraak te kunnen laten gelden op een aanvullend bonusbedrag berekend op het Ajaarloon@,met inbegrip van de commissielonen. De tekst van het aanbod is duidelijk.
HET INCIDENTEEL HOGER BEROEP
De vennootschap meent geen feestdagenloon verschuldigd te zijn op de commissielonen voor het jaar 1998 en voor de feestdag van 1-1->99 omdat de Heer V. een gewaarborgd fofaitair commissieloon genoot gedurende het laatste kwartaal van >98 en de maand januari >99 en derhalve geen commissieloon moest genereren en dus ook geen verlies leed aan commissieloon op een feestdag. De Arbeidsrechtbank volgde dit standpunt niet.
Het Hof treedt dit standpunt wel bij dat steun vindt in art 7 van het KB van
18-4->74 tot uitvoering van de feestdagenwet
Voor het overige dient het feestdagenloon berekend te worden op het loon met inbegrip van de premies en voordelen in natura doch niet van de eindejaarspremie.
Het blijkt dat de Heer V. naast het loon en de voordelen eveneens rekening houdt met de rention premie voor de berekening van het feestdagenloon.
De berekening van de vennootschap komt correct voor.
Vanzelfsprekend is op het achterstallig commissieloon ook vakantiegeld verschuldigd
Verder stelt de vennootschap een vordering wegens tergend en roekeloos hoger beroep omdat deze volledige veroordeling bekwam van de vennootschap XelleNet en zonder meer duidelijk was dat zijzelf zijn werkgever niet kon zijn.
Het Hof meent dat er in hoofde van de Heer V. geen sprake is van een tergend en roekeloos hoger beroep.
De toepassingsvoorwaarden van de CAO 32 bis en de EU richtlijn m.b.t. de overdracht van onderneming heeft reeds tot heel wat discussie aanleiding gegeven en is geen glasheldere materie. Veel hangt af van de beoordeling van de feitelijke situatie door de rechter . De wijze waarop de afdeling waar de Heer V. werkzaam was werd afgesplitst kon aanleiding geven tot betwisting.
Bovendien blijkt dat de Heer V. weliswaar de veroordeling bekwam van de vennootschap XelleNet doch geen betaling aangezien deze vennootschap failliet werd verklaard.
OM DEZE REDENEN,
HET ARBEIDSHOF,
Rechtdoende op tegenspraak t.a.v. 1ste geïntimeerde en bij verstek t.a.v. 2de geïntimeerde,
Gelet op de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken, zoals tot op heden gewijzigd, inzonderheid op artikel 24,
Verklaart het hoger beroep ontvankelijk doch ongegrond, het incidenteel hoger beroep ontvankelijk en gedeeltelijk gegrond
Hervormt het beroepen vonnis in volgende mate.
Verklaart de oorspronkelijke vordering t.a.v. de BVBA STERLING COMMERCE gegrond ten belope van
1) 2.098,24 EUR als achterstallig feestdagenloon voor de periode voorafgaand aan
18-2-2000,
2) 150,65 EUR als vakantiegeld op achterstallig feestdagenloon ,
te vermeerderen met de wettelijke en gerechtelijke intresten op de nettobedragen
en veroordeelt de vennootschap tot betaling van die bedragen.
Wijst de vennootschap af van haar vordering tot schadevergoeding wegens tergend en roekeloos hoger beroep.
Bevestigt het beroepen vonnis voor het overige
Legt de kosten van het hoger beroep ten laste van appelant
Deze kosten werden tot op heden begroot op :
- voor appellant :
rechtsplegingsvergoeding verzoekschrift : 55,78 EUR
rechtsplegingsvergoeding hoger beroep : 267,73 EUR
- voor 1ste geïntimeerde :
rechtsplegingsvergoeding hoger beroep : 273,67 EUR
- voor 2de geïntimeerde :
niet begroot
Aldus gewezen en uitgesproken op de openbare terechtzitting van de 3de kamer van het Arbeidshof te Brussel op 16 november 2004, waar aanwezig waren :
Mevrouw G. BALIS, Raadsheer,
De Heer P. KESSELS, Raadsheer in sociale zaken als werkgever,
De Heer P. BUYENS, Raadsheer in sociale zaken als werknemer-bediende,
Mevrouw L. HERREGODTS, Griffier.