Arbeidsrechtbank: Vonnis van 13 Mei 1974 (Dendermonde (Aalst)). RG 76/189
- Section :
- Jurisprudence
- Source :
- Justel N-19740513-2
- Numéro de rôle :
- 76/189
Résumé :
De verjaring der regularisatiebijdragen, evenals deze van gewone bijdragen voor de jaren 1963 tot 1966 wordt door art. 17 van de Wet van 31.8.1963, eenvormig vastgesteld op vijf jaar, te rekenen van de eerste januari die volgt op het jaar, waarvoor deze verschuldigd zijn. Het artikel 2257 Burgerlijk Wetboek, dat bepaalt dat de verjaring niet loopt "ten aanzien van een schuldvordering, die van een voorwaarde afhangt, zo lang die voorwaarde niet vervuld is" is terzake niet toepasselijk; het feit dat de regularisatiebijdragen enkel kunnen berekend worden nadat de met de inning belaste instelling de inlichtingen bekomen heeft van het bestuur der direkte belastingen, kan niet aanzien worden als een voorwaarde voorzien in art. 2257 Burgerlijk Wetboek. Het adagium "contra non valentem agere non currit prescriptio" is evenmin van toepassing; hiertoe is vereist dat een wettelijke hinderpaal bestaat om tot inning over te gaan (Cass., 2.1.1969, R.C.J.B., 1969, p. 91); het laattijdig karakter der vordering is hier echter geen gevolg van de wettelijke beschikkingen, doch van de wijze waarop deze werden toegepast; de stelling van de eiseres aannemen, zou er op neer komen een verlengde verjaringstermijn in te voeren en het van de willekeur der administratie te laten afhangen om bij de bevoegde overheid de nodige inlichtingen in te winnen (Arbeidshof Gent _ 1 maart 1974 _ A.R. 385/73). Men stelt trouwens vast, dat de wetgever, toen hij deze leemte vaststelde in de wet van 31.8.1963 en een nieuwe berekeningswijze invoerde voor de verjaringstermijnen, in zake regularisatiebijdragen, niettemin trouw bleef aan het princiep van een vaste termijn (art. 49 KB 19.12.1967), die derhalve onafhankelijk blijft voor willekeurige eenzijdige verlengingen door de administratie. De overdracht van bevoegdheden tussen de verschillende organismen, belast met de inning, is evenmin van aard om de bijdrageplichtige zijn verworven rechten op verjaring te ontnemen.
Jugement :
La version intégrale et consolidée de ce texte n'est pas disponible.