Europees Hof voor de Rechten van de Mens: Arrest van 4 September 2014 (Europa). RG 140/10

Date :
04-09-2014
Langue :
Allemand Français Néerlandais
Taille :
1 page
Section :
Jurisprudence
Source :
Justel N-20140904-5
Numéro de rôle :
140/10

Résumé :

Trabelsi t. België De zaak betreft de uitlevering, die heeft plaatsgevonden ondanks het advies van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (artikel 39 van het Reglement van het Hof) om een voorlopige maatregel te nemen, van een Tunesisch onderdaan door België aan de Verenigde Staten, waar de betrokkene voor terroristische misdrijven wordt vervolgd en mogelijk met levenslange opsluiting wordt bestraft. Het Hof is van oordeel dat de levenslange gevangenisstraf die de heer Trabelsi in de Verenigde Staten riskeert, niet-samendrukbaar is aangezien het Amerikaanse recht niet voorziet in een mechanisme voor heronderzoek dat de nationale overheden ertoe verplicht om op grond van objectieve en vooraf bepaalde criteria waarvan de gedetineerde met zekerheid kennis zou hebben gehad op het tijdstip dat hij tot de levenslange straf werd veroordeeld, te onderzoeken of de betrokkene tijdens de strafuitvoering zodanig is geëvolueerd en gevorderd dat geen enkele wettige reden van penologische orde verantwoordt dat hij gedetineerd blijft. Het Hof besluit unaniem dat: - artikel 3, inzake het verbod van foltering en onmenselijke of vernederende behandeling, werd geschonden; - artikel 34 van het Verdrag, waarmee de Hoge Verdragsluitende Partijen zich ertoe verbinden de doeltreffende uitoefening van het individueel recht van beroep op generlei wijze te belemmeren, werd geschonden; - de grieven die zijn afgeleid van artikel 3 (detentieomstandigheden in België), artikel 6, § 1 (waarborgen voor een eerlijk proces in het kader van de uitleveringsprocedure), 8 (eerbiediging van privé-, familie- en gezinsleven in het kader van een uitlevering aan de Verenigde Staten), en artikel 4 van protocol 7 (toepassing van het beginsel 'non bis in idem') onontvankelijk zijn. Het Hof heeft de Belgische Staat veroordeeld tot de betaling van 90 000 euro aan de eiser (60 000 euro wegens morele schade en 30 000 euro tot vergoeding van de kosten). Alle openbare documenten over deze zaak zijn opgenomen in de onlinedatabank van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens, Hudoc. - www.echr.coe.int

Arrêt :

La version intégrale et consolidée de ce texte n'est pas disponible.