Hof van Beroep: Arrest van 2 Juni 2009 (Gent). RG 2008/AR/2359
- Section :
- Jurisprudence
- Source :
- Justel N-20090602-12
- Numéro de rôle :
- 2008/AR/2359
Résumé :
Een aangifte van schuldvordering is laattijdig wanneer zij plaats vindt na het verstrijken van de termijn om tegenspraak te voeren tegen het ontwerp van verdeling. Een schuldeiser kan niet, via de omweg van een hoger beroep tegen de beschikking omtrent de tegenspraak van een andere partij, waaromtrent definitief werd beslist in de bestreden beschikking, nog een laattijdige aangifte van schuldvordering in de evenredige verdeling laten opnemen.
Arrêt :
Hof van beroep
te Gent
14b Kamer
________
Terechtzitting
van 2 juni 2009
________
2008/AR/2359 in de zaak van:
1. BELGISCHE STAAT / FINANCIEN,
op vervolging en benaarstiging van de Ontvanger der directe Belastingen te Maldegem, met kantoor te 9990 Maldegem, Gentsesteenweg 134;
appellant,
2. BELGISCHE STAAT / FINANCIEN,
op vervolging en benaarstiging van de Ontvanger der directe Belastingen te Gent 4, met kantoor te 9050 Ledeberg, Gaston Crommenlaan 6/101
appellant,
beiden hebbende als raadsman mr. DECORDIER Carmenta, advocaat te 9041 OOSTAKKER, Harlekijnstraat 9
tegen:
1. GLOBAL IMPULSE B.V.B.A.,
met maatschappelijke zetel te 9880 AALTER, Losstraat 54, ingeschreven met KBO-nummer 0888669854,
geïntimeerde,
destijds hebbende als raadsman mr. MARTENS Luc, advocaat te 8310 SINT-KRUIS (BRUGGE), Eikenberg 20
Global Impulse bvba thans in faling, vertegenwoordigd door Mtr. P. M., advocaat met kantoor te .............. ................ in diens hoedanigheid van curator, die het geding niet wenst te hervatten
2. ACCENT JOBS FOR PEOPLE N.V.,
met maatschappelijke zetel te 8800 ROESELARE, Beversesteenweg 576, ingeschreven met KBO-nummer 0455069956,
geïntimeerde,
3. BELGISCHE STAAT / FINANCIEN
op vervolging van de Ontvanger van de Penale Boeten te Kortrijk,
met kantoren te 8500 KORTRIJK, Engelse Wandeling 2F3,
geïntimeerde,
4. H. R., handelaar,
wonende te ......................................, ingeschreven met KBO-nummer 0875.073.028,
geïntimeerde,
5. D. K. G., handelaar,
wonende te ......................................, ingeschreven met KBO-nummer 0878.908.486,
geïntimeerde,
4° en 5° geïntimeerden beiden hebbende als raadsman
mr. DULLAERS Luc, advocaat te 3720 KORTESSEM, Hasseltsesteenweg 15
6. D. J. N., Handeldrijvend ' Mobile Consulting & Sales Ltd', wonende te ............................................,
geïntimeerde,
tot op heden hebbende als raadsman mr. VAN DEN BOSSCHE Ivan, advocaat te 9200 DENDERMONDE, Kerkstraat 15
GEINTIMEERDEN 1 TOT EN MET 3, 6 TER TERECHTZITTING DD 5.05.2009 NIET VERSCHENEN NOCH IEMAND VOOR HEN
Wijst het Hof volgend arrest:
Bij verzoekschrift neergelegd ter griffie van dit Hof op 15 september 2008 hebben appellanten hoger beroep ingesteld tegen de beschikking van 10 juli 2008 gewezen door de beslagrechter in de rechtbank van eerste aanleg te Gent.
De aanwezige partijen werden gehoord in openbare terechtzitting van 5 mei 2009 en de neergelegde conclusies en stukken werden ingezien.
Appellanten vragen hun voordeel tegen de niet-verschijnende partijen.
Artikel 24 van de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken werd in acht genomen.
1. Voorgaanden
1.1. Op 22 oktober 2007 liet de N.V. ACCENT JOBS FOR PEOPLE bewarend derdenbeslag leggen in handen van enkele schuldenaars van de B.V.B.A. GLOBAL IMPULSE. Op 18 december 2007 werden de bewarende beslagen omgezet in een uitvoerend beslag onder derden.
Op 1 februari 2008 stelde gerechtsdeurwaarder Dockers Alex een ontwerp van verdeling op, waartegen door B.V.B.A. GLOBAL IMPULSE tegenspraak werd gevoerd bij exploot van 15 februari 2008.
Eerste appellant werd betrokken in de procedure van evenredige verdeling en zijn vordering voor een bedrag in hoofdsom van 3.971,54 EUR, te vermeerderen met intrest aan 7% vanaf 24.01.2008, hetzij in het totaal 4.102,95 EUR, werd als bevoorrecht opgenomen in het ontwerp van evenredige verdeling, zonder dat dit aanleiding gaf tot betwisting.
1.2. Bij de bestreden beschikking dd.10 juli 2008 werd uitspraak gedaan over de bezwaren van B.V.B.A.GLOBAL IMPULSE tegen het ontwerp van evenredige verdeling en de tabel van de verdeling der gelden vastgesteld. De beslagrechter stelde vast welke schuldeisers in deze tabel worden opgenomen en voor welke bedragen. Zo werd bepaald dat de schuldvordering van eerste appellant voor het voornoemde bedrag als bevoorrecht wordt opgenomen in de evenredige verdeling.
Nadat de eerste rechter bij de bestreden beschikking de evenredige verdeling had bepaald, stelde eerste appellant echter vast dat hij nog twee andere schuldvorderingen inzake verkeersbelasting heeft openstaan voor de aanslagjaren 2007 en 2008 ten belope van een totaal bedrag van 4.125,89 EUR, die niet in de regeling werden opgenomen.
Ook tweede appellant, die nog niet in het ontwerp van verdeling was opgenomen, beschikt nog over een schuldvordering t.b.v. 1.438,32 EUR inzake bedrijfsvoorheffing voor het aanslagjaar 2007.
1.3. Appellanten stellen in hun beroepsakte dat het aan hen is toegestaan om hun vordering, die zij niet hebben ingediend binnen de termijn van artikel 1627 Ger.W. in te dienen binnen de termijn voorzien voor tegenspraak.
Zij vragen de voornoemde sommen t.b.v. 4.125,89 EUR voor eerste appellant en t.b.v. 1.438,32 EUR voor tweede appellant, te vermeerderen met de gerechtelijke intrest tegen de wettelijke intrestvoet vanaf de datum van de aangifte van de schuldvordering, op te nemen in de regeling als bevoorrechte schuld.
1.4. Inmiddels is de B.V.B.A. GLOBAL IMPULSE bij vonnis van 21 november 2008 in faling verklaard en werd Meester P. M. te M. als curator aangesteld. Volgens de raadsman van appellanten wenst de curator het geding niet te hervatten.
II. Beoordeling
2.1. De vraag die thans voorligt is of appellanten nog gerechtigd zijn om hun vordering, die zij niet hebben ingediend binnen de termijn voorzien in artikel 1627 Ger.W., vooralsnog in te dienen, door middel van een hoger beroep tegen een beschikking, waarbij uitspraak is gedaan over de tegenspraak van B.V.B.A.GLOBAL IMPULSE tegen het ontwerp van evenredige verdeling, waarin enkel eerste appellant is betrokken en wiens schuldvordering door de eerste rechter integraal als bevoorrecht in de regeling werd opgenomen,
2.2. Overeenkomstig artikel 1627 Ger.W. verzoekt de gerechtsdeurwaarder, uiterlijk vijftien dagen na de verkoop of na de inbeslagneming van de gelden, de schuldeisers die beslag of verzet gedaan hebben, de aangifte en het bewijs van hun schuldvordering in hoofdsom, interest en kosten binnen vijftien dagen op zijn kantoor te doen toekomen, met vermelding, indien daartoe grond bestaat, van het voorrecht waarop zij aanspraak maken. Hij kan dit verzoek onder dezelfde voorwaarden richten aan iedere derde die beweert schuldeiser te zijn.
Het verzoek wordt aan de schuldeisers gericht, hetzij bij ter post aangetekende brief aan hun woonplaats, hetzij bij gewone brief aan de gekozen woonplaats, met ontvangstbewijs, gedagtekend en ondertekend door de partij of haar lasthebber.
Bij het verstrijken van de termijn, bepaald in artikel 1627 Ger.W., en uiterlijk binnen vijftien dagen na het verzoek dat de meest gerede partij hem daartoe heeft gedaan, maakt de gerechtsdeurwaarder een ontwerp van verdeling op, dat hij terstond zendt aan de schuldeisers die daarvan verwittigd werden of hun schuldvordering hebben ingediend (art.1629, 1e en 2e lid Ger.W.).
Iedere tegenspraak moet binnen vijftien dagen worden gedaan, hetzij bij deurwaardersexploot betekend aan de optredende gerechtsdeurwaarder, hetzij bij verklaring vóór deze laatste, zoniet wordt de verdeling ter hand genomen overeenkomstig de voorzieningen van het ontwerp.
Het aan de schuldeisers en aan de schuldenaar gezonden bericht bevat opgave van de termijn van vijftien dagen waarbinnen de tegenspraak moet worden gevoerd. Na het verstrijken van die termijn wordt geen verzet meer aanvaard, noch in handen van de gerechtsdeurwaarder, noch voor de rechter (art.1629, in fine Ger.W.).
2.3. Aangezien de termijn van vijftien dagen bepaald in artikel 1627 Ger.W. voor het indienen van de aangifte van schuldvordering geen vervaltermijn is, rijst de vraag tot welk ogenblik een schuldeiser - uitgenodigd of niet - zijn schuldvorde-ring kan indienen.
Vaak wordt aangenomen dat de aangifte gedaan na de verzending van het ontwerp van verdeling als laattijdig moet worden beschouwd en niet meer in aanmerking komt.
Het Hof is van oordeel dat een aangifte in ieder geval als laattijdig moet worden worden beschouwd, wanneer zij plaatsvindt na het verstrijken van de termijn om tegenspraak te voeren tegen het ontwerp van verdeling. Na dat tijdstip moet de verdeling immers geacht worden definitief te zijn en kan zij niet meer worden opengebroken door laattijdige schuldeisers.
Bij toepassing van voornoemde principes op onderhavig geschil is het Hof van oordeel dat de aangifte van de bijkomende schuldvordering van eerste appellant en van de schuldvordering van tweede appellant laattijdig is en niet kan worden toegelaten, aangezien de termijn om tegenspraak te voeren tegen het ontwerp van verdeling verstreken was op het moment van de aangifte en de verdeling ingevolge de beschikking van 10 juli 2008 geacht moet worden definitief te zijn.
Appellanten kunnen niet via de omweg van een hoger beroep tegen een beschikking omtrent een tegenspraak van een andere betrokken partij, waaromtrent definitief is beslist in de bestreden beschikking, nog een laattijdige aangifte van schuldvordering in de evenredige verdeling laten opnemen.
Zij kunnen als schuldeisers, die geen tegenspraak hebben gevoerd binnen de voorgeschreven termijn, thans geen nieuwe betwistingen meer aanvoeren door het instellen van hoger beroep en a fortiori niet nog een volstrekt nieuwe aangifte van schuldvordering indienen.
2.4. Is na het verstrijken van de termijn om tegenspraak te voeren tegen het ontwerp van verdeling geen tegenspraak meer mogelijk door een individuele schuldeiser, dan kan evenmin het tussengekomen faillissement van de beslagen B.V.B.A.GLOBAL IMPULSE nog de verdere afwikkeling van de verdeling in de weg staan. De verdeling is definitief en kan niet meer door een faillissement op de helling worden gezet.
Het hoger beroep dient als ongegrond te worden afgewezen.
OP DEZE GRONDEN
HET HOF, recht doende op tegenspraak
Verklaart het hoger beroep toelaatbaar, doch ongegrond;
Bevestigt de bestreden beschikking in al zijn onderdelen;
Legt de kosten van het geding ten laste van appellanten en begroot deze als volgt: rechtsplegingsvergoeding: 1.200 EUR
Aldus gewezen en uitgesproken in openbare terechtzitting van het Hof van beroep te Gent, VEERTIENDE bis KAMER, zitting houdende in burgerlijke zaken, van 2 juni 2009
Aanwezig:
Karen Broeckx, Raadsheer wn. Voorzitter
Carine Sonneville, griffier