Hof van Beroep: Arrest van 24 Juni 1994 (Gent)

Date :
24-06-1994
Langue :
Français Néerlandais
Taille :
1 page
Section :
Jurisprudence
Source :
Justel N-19940624-12
Numéro de rôle :

Résumé :

Indien de toepassing van het internrechtelijk rechtsbeginsel van het gezag 'erga omnes' van het strafrechtelijk gewijsde waaruit volgt dat de feiten waarvan de strafrechter het bestaan zeker en noodzakelijk heeft aangenomen door derden in een later civiel geding niet meer kunnen worden betwist, in strijd komt, met de toepassing van artikel 6, lid 1 E.V.R.M., heeft het voorschrift van het Verdrag, dat rechtstreeks werking bezit, voorrang. Bij het berekenen van de omvang van de verzekeringspremie wordt rekening gehouden met het risico dat aan de verhaalsvorderingen en het afwijzen ervan is verbonden. Ten bewijze van het objectief element van de zware fout is het aantonen van een verhoging van het risico ten opzichte van de normale vooruitzichten van het verzekeringscontract vereist. Volgens artikel 26 van de modelpolis is er slechts verhaal indien en in de mate waarin de maatschappij, door het verzuim van de verzekerde van binnen een bepaalde termijn een handeling te verrichten, schade heeft geleden. Nu de verzekeraar niet aantoont dat door het tijdelijk verzuim van de verzekerde schade werd geleden, is er in de gegeven omstandigheden geen aanleiding tot het uitoefenen van het op de schorsing wegens niet tijdige betaling gesteunde verhaal.

Arrêt :

La version intégrale et consolidée de ce texte n'est pas disponible.