Arbeidsrechtbank: Vonnis van 14 Maart 1996 (Oudenaarde). RG 174240II

Date :
14-03-1996
Langue :
Néerlandais
Taille :
1 page
Section :
Jurisprudence
Source :
Justel N-19960314-12
Numéro de rôle :
174240II

Résumé :

Op grond van artikel 31 alinéa 1 van de Wet van 3.7.1978 betreffende de arbeidsovereenkomsten wordt de arbeidsovereenkomst geschorst wegens ziekte. Dit wil dus ook zeggen dat de arbeidsovereenkomst niet meer is geschorst en de werkgever, overeenkomstig artikel 20,1), de werknemer dient tewerk te stellen zodra de arbeidsongeschiktheid een einde neemt. Het feit, dat de verwerende partij, die terecht bekommerd is om de organisatie van zijn bedrijf, een interim-werkneemster heeft aangeworven, doet geen afbreuk aan zijn verplichting tot tewerkstelling van de eisende partij, wanneer de arbeidsovereenkomst niet meer is geschorst. Artikel 20, 1) is van dwingend recht ten voordele van de werknemer (Cass. 17.3.86, Arr.Cass. 1985-86, 986). Loon is de tegenprestatie van de arbeid die verricht wordt ter uitvoering van een arbeidsovereenkomst. Behoudens wettelijke of contractuele regeling kan de werknemer geen aanspraak maken op loon voor de periode gedurende dewelke geen arbeid werd verricht, zelfs door toedoen van de werkgever (Cass. 24.12.79,R.W. 1980-81,409). Op grond van artikel 27,2) van de Wet van 3.7.1978 heeft de werknemer, die arbeidsgeschikt is, recht op het loon dat hem zou zijn toegekomen indien hij zijn dagtaak normaal had kunnen volbrengen.

Jugement :

La version intégrale et consolidée de ce texte n'est pas disponible.