Arbeidsrechtbank: Vonnis van 4 December 1997 (Oudenaarde). RG 12841

Date :
04-12-1997
Langue :
Néerlandais
Taille :
1 page
Section :
Jurisprudence
Source :
Justel N-19971204-6
Numéro de rôle :
12841

Résumé :

Een onderscheid tussen selectieproef bij de aanwerving, die ook een praktische proef kan omvatten, en de proeftijd.Terwijl de proef of test tot doel heeft de gescchiktheid en het aanpassingsvermogen van de werknemer voor het toekomstige werk te onderzoeken beoogt een proeftijd partijen te laten nagaan of de dienstbetrekking passend is om naderhand tot een definitief besluit te komen. Het beding van proeftijd (voor een bediende met een minimumduur van een maand) is omwille van de afwijking van de normale regels van de beeindiging aan dwingende voorschriften onderworpen. Een proef mag niet langer duren dan nodig om de bekwaamheid van de sollicitant te testen, zeker wanneer het gaat om een productieve praktische proef (vgl. artikel 16 van de Collectieve Arbeidsovereenkomst nr. 38, betreffende de werving en selectie van werknemers, afgesloten in de Nationale Arbeidsraad, enkel algemeen verbindend verklaard voor de artikelen 1 tot en met 6 en 19). Opdat de proef geen effectieve tewerkstelling zou worden moet de werkgever zich streng houden aan het karakter ervan namelijk een kort onderzoek naar de beroepskwalificatie (J. Steyaert, C. De Ganck, L. De Schrijver, De Arbeidsovereenkomst, A.P.R., 1990, 366).Het is duidelijk dat de activiteiten van de eisende partij de grenzen van een test hebben overschreden. De eisende partij werd getest op 10 en 12 mei, waarbij ook het aspect van de kennis van de tekstverwerking aan bod kwam. De aanwezigheid van de eisende partij op 14 mei (gedurende ongeveer 4 uur) en op 15 mei (gedurende ongeveer 6 uur) beantwoordt geenszins aan de vereiste van een (kort) onderzoek naar de beroepskwalificatie. Voor de functie van een half-time secretaresse kan bezwaarlijk worden aanvaard dat er vier "dagen" nodig zijn om een idee te hebben van de geschiktheid van de betrokkene. Betreffende inhoud. Het is niet betwist dat de eisende partij zowel op 14 als op 15 mei de telefoon opnam en het clienteel te woord stond, afspraken maakte en typewerk deed van een door de zaakvoerder opgestelde tekst (over het opstellen van een tekst door de eisende partij is wel betwisting). Het gaat hier duidelijk om arbeid die een nut heeft of kan hebben voor de werkgever. Dat de eisende partij weinig productief was is geen argument aangezien een geringe productiviteit geen afbreuk doet aan de tewerkstelling zelf en inherent is aan elke "aanloopperiode" van een nieuwe werknemer. De geldigheid van de arbeidsovereenkomst bij het ontbreken van het voorwerp (arbeid en loon). Het voorwerp van de arbeidsovereenkomst moet bepaald of bepaalbaar zijn (W. Van Eeckhoutte, Sociaal Compendium Arbeidsrecht, 1995-96, 2019). De arbeid die het voorwerp uitmaakt moet eigenlijk niet precies bepaald zijn aangezien de werknemer zijn arbeidskracht ter beschikking stelt. Voor het bestaan van een arbeidsovereenkomst is niet vereist dat de arbeidsuren bij overeenkomst zijn bepaald (Cass., 25.11.75, Arr. Cass., 1976, 384). In casu was het aan de hand van de advertentie en het sollicitatiegesprek voldoende duidelijk dat de eisende partij zou werken als secretaresse in een half-time betrekking. Ook al is het loon niet bepaald doch is het voldoende bepaalbaar doordat het minimumloon wordt bepaald in Collectieve Arbeidsovereenkomsten, wier individuele normatieve bepalingen geincorporeerd worden in de individuele arbeidsovereenkomst (W. Van Eeckhoutte, o.c., 2022). In dit geval hanteert de eisende partij het minimumloon zoals vastgesteld in de Collectieve Arbeidsovereenkomst nr. 43 van 2 mei 1988, afgelsoten in de Nationale Arbeidsraad.

Jugement :

La version intégrale et consolidée de ce texte n'est pas disponible.