Besluit van de Vlaamse Regering betreffende de procedure en de aanvullende kwalificatiecriteria en voorwaarden voor de erkenning van particuliere landelijke, regionale en lokale [radio-omroeporganisaties].

Date :
30-03-2007
Langue :
Français Néerlandais
Taille :
3 pages
Section :
Législation
Source :
Numac 2007035603

Texte original :

Ajoutez le document à un dossier () pour commencer à l'annoter.
Artikel 1[1 § 1. Binnen dertig dagen na het verstrijken van de termijn, vermeld in artikel 23, § 3, van het besluit van de Vlaamse Regering van 30 juni 2006 betreffende de procedure voor de Vlaamse Regulator voor de Media, zendt de Vlaamse minister, bevoegd voor het mediabeleid, aan alle kandidaten voor het verkrijgen van een erkenning als landelijke radio-omroeporganisatie een lijst van alle kandidaturen die de minister ontvankelijk heeft bevonden.
   Binnen dertig dagen na het verstrijken van de termijn, vermeld in artikel 27, § 3, van het besluit van de Vlaamse Regering van 30 juni 2006 betreffende de procedure voor de Vlaamse Regulator voor de Media, zendt de Vlaamse minister, bevoegd voor het mediabeleid, aan alle kandidaten voor het verkrijgen van een erkenning als regionale radio-omroeporganisatie een lijst van alle kandidaturen die de minister ontvankelijk heeft bevonden.
   Binnen dertig dagen na het verstrijken van de termijn, vermeld in artikel 31, § 1, van het besluit van de Vlaamse Regering van 30 juni 2006 betreffende de procedure voor de Vlaamse Regulator voor de Media, zendt de Vlaamse minister, bevoegd voor het mediabeleid, aan alle kandidaten voor het verkrijgen van een erkenning als lokale radio-omroeporganisatie een lijst van alle kandidaturen die de minister ontvankelijk heeft bevonden.
   § 2. De Vlaamse minister, bevoegd voor het mediabeleid, erkent de landelijke, regionale en lokale radio-omroeporganisaties binnen zestig dagen vanaf de datum van de kennisgeving aan alle kandidaten van de door hem ontvankelijk bevonden kandidaturen die de minister overeenkomstig paragraaf 1 ontvankelijk heeft bevonden.]1

Artikel 2De Vlaamse minister, bevoegd voor het mediabeleid, kondigt in het Belgisch Staatsblad aan voor welke frequentiepakketten een aanvraag tot erkenning als landelijke [1 radio-omroeporganisatie]1 kan worden ingediend, met vermelding van de voorwaarden en de termijn.

Artikel 3§ 1. De aanvullende kwalificatiecriteria waaraan de landelijke [1 radio-omroeporganisaties]1 moeten voldoen, vermeld in [1 artikel 138, § 2, van het decreet van 27 maart 2009 betreffende radio-omroep en televisie]1, zijn de volgende :
  1°wat de concrete invulling van het programma-aanbod en het zendschema, in het bijzonder de verscheidenheid in de programmering, betreft :
  a) de format van de landelijke [1 radio-omroeporganisatie]1;
  b) de duur van de uitzendingen;
  c) de aard en het tijdstip van de uitzendingen;
  d) de kwalitatieve inhoud en de diversiteit van de programma's, in het bijzonder van de eigen programma's met een aanbod van muziek, informatie en ontspanning;
  e) de aandacht die daarbij besteed wordt aan de programmamix, aan de journaals, aan de informatie en informatieve programma's, aan cultuur, aan de muzikale keuzes, aan serviceprogramma's en infotainment;
  f) de concrete invulling van het programma-aanbod inzake informatie door een eigen radionieuwsdienst, met bijzondere aandacht voor :
  1) het aantal geplande nieuwsuitzendingen per dag;
  2) de verscheidenheid aan onderwerpen in de nieuwsuitzendingen;
  3) de voorgenomen verslaggeving van sociale en culturele evenementen binnen het verzorgingsgebied;
  4) het aantal erkende beroepsjournalisten, stagiairs - beroepsjournalisten, en overige redactiemedewerkers;
  5) de uitbouw van de eigen radionieuwsdienst;
  6) de voorgenomen investeringen in de nieuwsdienst;
  7) de reeds opgedane ervaring van de aanvrager op het vlak van de verzorging van de mediaberichtgeving;
  2° wat de media-ervaring betreft :
  a) de reeds opgedane media-ervaring van de rechtspersoon en van het cultureel, administratief en technisch personeel, inzonderheid inzake omroep;
  b) de creatieve inbreng van de medewerkers;
  3° wat het businessplan betreft :
  a) de aanvrager beschrijft de strategische visie op langere termijn en de doelstellingen voor de verdere ontwikkeling van de landelijke [1 radio-omroeporganisatie]1;
  b) welke activiteiten hiervoor uitgebouwd worden en op welke manier, met welke acties en middelen, in het bijzonder de gedane en voorgenomen investeringen, de omschrijving van de beoogde doelgroep, het geraamde marktaandeel en de verhouding ervan met de adverteerders- en luisteraarsmarkt;
  4° wat het financiële plan betreft : een nota waaruit blijkt hoe en wanneer het businessplan zal worden verwezenlijkt aan de hand van een geprojecteerde balans van de twee eerstvolgende exploitatiejaren én een nota waarin de specificatie van de herkomst van de financiële middelen (eigen vermogen en vreemd vermogen) die het mogelijk maken het businessplan en de geplande investeringen uit te voeren, beschreven wordt;
  5° wat de technische infrastructuur betreft :
  a) de technische kwaliteit en de aspecten van de voorgestelde configuratie, met bijzondere aandacht voor de aanwezige technische en operationele expertise;
  b) de vooruitzichten inzake technische investeringen;
  c) de geplande technische uitrusting, infrastructuur, transmissie, inplanting en uitbouw van het zenderpark;
  d) het tijdschema voor de ontplooiing van de omroep en de benodigde frequentiepakketten.
  § 2. De kwalificatiecriteria, vermeld in § 1, worden op de volgende wijze gewogen :
  1° 50 % voor het criterium, vermeld in § 1, 1°;
  2° 20 % voor het criterium, vermeld in § 1, 2°;
  3° 10 % voor het criterium, vermeld in § 1, 3°;
  4° 10 % voor het criterium, vermeld in § 1, 4°;
  5° 10 % voor het criterium, vermeld in § 1, 5°.

Artikel 4De Vlaamse minister, bevoegd voor het mediabeleid, kondigt per verzorgingsgebied in het Belgisch Staatsblad aan voor welke frequenties een aanvraag tot erkenning als regionale [1 radio-omroeporganisatie]1 kan worden ingediend, met vermelding van de voorwaarden en de termijnen.

Artikel 5§ 1. De aanvullende kwalificatiecriteria waaraan de regionale [1 radio-omroeporganisaties]1 moeten voldoen, vermeld in [1 artikel 141, § 2, van het decreet van 27 maart 2009 betreffende radio-omroep en televisie]1, zijn de volgende :
  1° wat de concrete invulling van het programma-aanbod en het zendschema, in het bijzonder de verscheidenheid in de programmering, betreft :
  a) de format van de regionale [1 radio-omroeporganisatie]1;
  b) de duur van de uitzendingen;
  c) de aard en het tijdstip van de uitzendingen;
  d) de kwalitatieve inhoud en de diversiteit van de programma's, in het bijzonder van de eigen programma's met een aanbod van muziek, informatie en ontspanning;
  e) de aandacht die daarbij besteed wordt aan de programmamix, aan de journaals, aan de informatie en informatieve programma's over de regio, meer in het bijzonder de culturele, sportieve en andere evenementen, met de bedoeling binnen het verzorgingsgebied de communicatie onder de bevolking te bevorderen en bij te dragen tot de algemeen sociale en culturele ontwikkeling van de regio;
  f) de concrete invulling van het programma-aanbod inzake informatie door een eigen radionieuwsdienst, met bijzondere aandacht voor :
  1) het aantal geplande nieuwsuitzendingen per dag;
  2) de verscheidenheid aan onderwerpen in de nieuwsuitzendingen;
  3) de voorgenomen verslaggeving van sociale en culturele evenementen binnen het verzorgingsgebied;
  4) de hoofdredacteur en de overige medewerkers;
  5) de uitbouw van de nieuwsdienst;
  6) de voorgenomen investeringen in de nieuwsdienst;
  7) de reeds opgedane ervaring van de kandidaat op het vlak van de verzorging van de mediaberichtgeving;
  2° wat de media-ervaring betreft : de reeds opgedane media-ervaring van de kandidaat en inzonderheid de aantoonbare radio-ervaring van het cultureel, administratief en technisch personeel, de aantoonbare creatieve inbreng van de medewerkers;
  3° wat het businessplan betreft :
  a) de aanvrager beschrijft de strategische visie op langere termijn en de doelstellingen voor de verdere ontwikkeling van de regionale [1 radio-omroeporganisatie]1;
  b) welke activiteiten hiervoor uitgebouwd worden en op welke manier, met welke acties en middelen, in het bijzonder de gedane en voorgenomen investeringen, de omschrijving van de beoogde doelgroep, het geraamde marktaandeel en de verhouding ervan met de adverteerders- en luisteraarsmarkt;
  4° wat het financieel plan betreft : een nota waaruit blijkt hoe en wanneer het businessplan zal worden verwezenlijkt aan de hand van een geprojecteerde balans van de twee eerstvolgende exploitatiejaren én een nota waarin de specificatie van de herkomst van de financiële middelen (eigen vermogen en vreemd vermogen) die het mogelijk maken het businessplan en de geplande investeringen uit te voeren, beschreven wordt;
  5° wat de technische infrastructuur betreft :
  a) de technische kwaliteit en aspecten van de voorgestelde configuratie, met bijzondere aandacht voor de aanwezige technische en operationele expertise;
  b) de vooruitzichten inzake technische investeringen;
  c) de geplande technische uitrusting, infrastructuur, transmissie, inplanting en uitbouw van het zenderpark;
  d) het tijdschema voor de ontplooiing van de omroep en de benodigde frequentie of frequenties.
  § 2. De kwalificatiecriteria, vermeld in § 1, worden op de volgende wijze gewogen :
  1° 60 % voor het criterium, vermeld in § 1, 1°;
  2° 25 % voor het criterium, vermeld in § 1, 2°;
  3° 5 % voor het criterium, vermeld in § 1, 3°;
  4° 5 % voor het criterium, vermeld in § 1, 4°;
  5° 5 % voor het criterium, vermeld in § 1, 5°.

Artikel 6De Vlaamse minister, bevoegd voor het mediabeleid, kondigt per lokaliteit in het Belgisch Staatsblad aan voor welke frequenties een aanvraag tot erkenning als lokale [1 radio-omroeporganisatie]1 kan worden ingediend, met vermelding van de voorwaarden en de termijnen.

Artikel 7Wat de lokale [1 radio-omroeporganisaties]1 betreft, onderzoekt de Vlaamse minister, bevoegd voor het mediabeleid, als meerdere kandidaten een ontvankelijke aanvraag hebben ingediend voor een frequentie die door de Vlaamse minister, bevoegd voor het mediabeleid, beschikbaar is verklaard, de door hem ontvankelijk bevonden kandidaturen op basis van de volgende criteria :
  1° de concrete invulling van de informatie over het eigen verzorgingsgebied in het programma-aanbod, met bijzondere aandacht voor :
  a) het aantal geplande nieuwsuitzendingen per dag en de totale duur van die nieuwsuitzendingen;
  b) de verscheidenheid aan onderwerpen met betrekking tot het verzorgingsgebied in de nieuwsuitzendingen;
  c) de voorgenomen verslaggeving van sociaal-culturele, sportieve, economische en politieke gebeurtenissen binnen het verzorgingsgebied;
  2° de aantoonbare en beschreven band, die is opgebouwd met de lokale gemeenschap, met bijzondere aandacht voor de sociaal-culturele, sportieve en economische actoren.

Artikel 8Het erkenningsbesluit wordt namens de Vlaamse minister, bevoegd voor het mediabeleid, met een aangetekende brief ter kennis gebracht van de betrokken kandidaat.
  Elke kandidaat ontvangt met een aangetekende brief een afschrift van het besluit van de Vlaamse minister, bevoegd voor het mediabeleid, houdende erkenning als landelijke, als regionale, of als lokale [1 radio-omroeporganisatie]1 voor de lokaliteit of naargelang van de categorie waarvoor hij een aanvraag heeft ingediend.

Artikel 9 Het besluit van de Vlaamse Regering van 18 juli 2003 betreffende de procedure en de aanvullende kwalificatiecriteria en voorwaarden voor de erkenning van particuliere landelijke, regionale en lokale radio-omroepen wordt opgeheven.

Artikel 10In het besluit van de Vlaamse Regering van 30 juni 2006 betreffende de procedure voor de Vlaamse Regulator voor de Media wordt artikel 20, § 3 vervangen door de volgende bepaling :
  " § 3. § 1 en § 2 zijn niet van toepassing op de aanvragen voor de erkenningen van de landelijke, regionale en lokale [1 radio-omroeporganisaties]1. "

Artikel 11 De Vlaamse minister, bevoegd voor het mediabeleid, is belast met de uitvoering van dit besluit.
  Brussel, 30 maart 2007.
  De minister-president van de Vlaamse Regering,
  Y. LETERME
  De Vlaamse minister van Bestuurszaken, Buitenlands Beleid, Media en Toerisme,
  G. BOURGEOIS.