Besluit van het afdelingshoofd ad interim tot wijziging van het besluit van het afdelingshoofd van 19 juni 2017 tot delegatie van sommige bevoegdheden aan personeelsleden van de afdeling Inkomenssteun

Date :
01-12-2021
Langue :
Français Néerlandais
Taille :
2 pages
Section :
Législation
Source :
Numac 2021043319

Texte original :

Ajoutez le document à un dossier () pour commencer à l'annoter.
Artikel 1 Aan het besluit van het afdelingshoofd van 19 juni 2017 tot delegatie van sommige bevoegdheden aan personeelsleden van de afdeling Inkomenssteun, worden een artikel 12/1 en 12/2 ingevoegd, die luiden als volgt:
  "Art. 12/1. Het diensthoofd van de dienst berekeningen heeft delegatie om de administratieve sancties toe te passen die zijn vermeld in de verordening (EU) nr. 1306/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 inzake de financiering, het beheer en de monitoring van het gemeenschappelijk landbouwbeleid en tot intrekking van Verordeningen (EEG) nr. 352/78, (EG) nr. 165/94, (EG) nr. 2799/98, (EG) nr. 814/2000, (EG) nr. 1290/2005 en (EG) nr. 485/2008 van de Raad en in de gedelegeerde handelingen en de uitvoeringshandelingen ervan, en in de Verordening (EU) nr. 1308/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 tot vaststelling van een gemeenschappelijke ordening van de markten voor landbouwproducten en tot intrekking van de Verordeningen (EEG) nr. 922/72, (EEG) nr. 234/79, (EG) nr. 1037/2001 en (EG) nr. 1234/2007 van de Raad en in de gedelegeerde handelingen en de uitvoeringshandelingen ervan.
  Art. 12/2. Het diensthoofd van de dienst Berekeningen heeft delegatie om, overeenkomstig artikel 11 van het Programmadecreet van 9 juli 2021 bij de aanpassing van de begroting 2021, te besluiten om de terugvordering van een bedrag, voor wat betreft het gedeelte ervan dat gesubsidieerd is middels Vlaamse cofinanciering, niet voort te zetten alsook om, overeenkomstig artikel 54, lid 3, a), i) Vo 1306/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 inzake de financiering, het beheer en de monitoring van het gemeenschappelijk landbouwbeleid en tot intrekking van Verordeningen (EEG) nr. 352/78, (EG) nr. 165/94, (EG) nr. 2799/98, (EG) nr. 814/2000, (EG) nr. 1290/2005 en (EG) nr. 485/2008 van de Raad, te besluiten om de terugvordering van een bedrag, voor wat betreft het gedeelte ervan dat gesubsidieerd is middels Europese financiering, niet voort te zetten als aan de bepalingen van dit laatstgenoemde artikel voldaan is voor het Vlaamse en Europese deel samen.".

Artikel 2 Artikel 14 tot en met 14/3 van hetzelfde besluit worden vervangen door wat volgt:
  "Art. 14. Het diensthoofd van de dienst Kwaliteit heeft voor de toepassing van het besluit van de Vlaamse Regering van 29 oktober 2021 over de biologische productie en de etikettering van biologische producten delegatie om:
  1° beslissingen te nemen over ingediende dossiers van biologisch heterogeen materiaal;
  2° een lijst van goedgekeurd biologisch heterogeen materiaal op te maken.
  Art. 14/1. Het diensthoofd van de dienst Controles heeft voor de toepassing van het besluit van de Vlaamse Regering van 29 oktober 2021 over de biologische productie en de etikettering van biologische producten delegatie om:
  1° te beslissen om ondernemingen waarvan de bedrijfs-, handels- of een productnaam of de reclame misleidend is of kan zijn te verplichten om:
  a) de etikettering en de begeleidende documenten of de reclame aan te passen door de zin "niet afkomstig van de biologische productiemethode" minstens even duidelijk leesbaar en in hetzelfde gezichtsveld als de bedrijfs-, handels- of productnaam te plaatsen;
  b) de misleidende term in de etikettering, in de bedrijfs-, handels- of productnaam of in de reclame te verwijderen;
  c) op een ondubbelzinnige manier aan de consument duidelijk te maken welke producten die onder het toepassingsgebied, vermeld in artikel 2 van verordening (EU) 2018/848, vallen, niet biologisch gecertificeerd zijn;
  2° te beslissen over de correctieve acties die de controleorganen moeten uitvoeren en over de termijn waarin die uitgevoerd moeten worden;
  3° een controleorgaan te horen in geval van voornemen om de erkenning te schorsen, op te heffen of in te trekken;
  4° een controleorgaan of een exploitant of groep exploitanten te horen in een beroepsprocedure tegen een opgelegde maatregel;
  5° procedures vaststellen om ervoor te zorgen dat informatie over de resultaten van de controles wordt meegedeeld aan het betaalorgaan;
  6° procedures vaststellen om de uitwisseling van informatie mogelijk te maken tussen de bevoegde entiteit en de controleorganen en tussen de controleorganen onderling;
  7° een laboratorium of een referentielaboratorium te horen in geval van voornemen om de aanwijzing op te heffen of in te trekken.
  Art. 14/2. De personeelsleden van de afdeling, aan wie de gebruikersrechten in de toepassing TRACES werden toegekend, hebben voor de toepassing van het besluit van de Vlaamse Regering van 29 oktober 2021 over de biologische productie en de etikettering van biologische producten delegatie om te beslissen of zendingen voldoen aan de regels over de biologische productie en etikettering van biologische producten.
  Art. 14/3. Het diensthoofd van de dienst Controles heeft voor de toepassing van het ministerieel besluit van 8 november 2021 tot uitvoering van het besluit van de Vlaamse Regering van 29 oktober 2021 over de biologische productie en de etikettering van biologische producten de delegatie om:
  1° beslissingen te nemen over de verkorte omschakeling;
  2° beslissingen te nemen over de verlenging van de omschakelingsperiode;
  3° een nieuwe omschakelingsperiode op te leggen;
  4° beslissingen te nemen over de ingekorte omschakeling;
  5° beslissingen te nemen over het gebruik van niet-biologische ingrediënten van agrarische oorsprong voor de productie van verwerkte biologische levensmiddelen;
  6° beslissingen te nemen over het verhogen van de percentages van niet-biologische dieren die op een biologisch bedrijf worden binnengebracht;
  7° beslissingen te nemen over het aanbinden van dieren;
  8° beslissingen te nemen over een ingreep als vermeld in punt 1.7.8 van deel II van bijlage II bij verordening (EU) 2018/848 en over de duur van de toestemming;
  9° de scheiding vast te leggen tussen de biologische en niet-biologische productie-eenheden;
  10° beslissingen te nemen over het binnenbrengen in een bedrijf van in het wild gevangen of niet-biologische aquacultuurdieren;
  11° beslissingen te nemen over het gebruiken van niet-biologische juvenielen;
  12° beslissingen te nemen over het gebruik van natriumnitriet of kaliumnitraat en over de duur van de toestemming;
  13° in geval van rampzalige omstandigheden afwijkingen op de productievoorschriften toe te staan;
  14° in te stemmen met het gebruik van niet-biologisch plantaardig teeltmateriaal voor gebruik in onderzoek, voor tests in kleinschalige veldproeven, voor de instandhouding van het ras of voor productinnovatie.".

Artikel 3 In hetzelfde besluit wordt een artikel 14/4 ingevoegd, dat luidt als volgt:
  "Art. 14/4. De personeelsleden van de dienst Controles, aan wie de gebruikersrechten in de toepassing FIBL werden toegekend, en het diensthoofd van de dienst Controles, hebben voor de toepassing van het ministerieel besluit van 8 november 2021 tot uitvoering van het besluit van de Vlaamse Regering van 29 oktober 2021 over de biologische productie en de etikettering van biologische producten de delegatie om:
  1° beslissingen te nemen over het binnenbrengen van niet-biologisch gefokt pluimvee in een biologische productie-eenheid;
  2° beslissingen te nemen over het binnenbrengen van niet-biologische dieren in een biologische productie-eenheid.".

Artikel 4 Dit besluit treedt in werking op 1 januari 2022.