Bijzonder decreet tot wijziging van de wet van 31 december 1983 tot hervorming der instellingen voor de Duitstalige gemeenschap en van de wet van 6 juli 1990 tot regeling van de wijze waarop het parlement van de Duitstalige gemeenschap wordt verkozen

Date :
30-05-2016
Langue :
Français Néerlandais
Taille :
1 page
Section :
Législation
Source :
Numac 2016203327

Texte original :

Ajoutez le document à un dossier () pour commencer à l'annoter.
Hoofdstuk 1. INLEIDENDE BEPALING
Artikel 1 Dit bijzonder decreet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 118, § 2, derde lid, van de Grondwet.

Hoofdstuk 2. WIJZIGING VAN DE WET VAN 31 DECEMBER 1983 TOT HERVORMING DER INSTELLINGEN VOOR DE DUITSTALIGE GEMEENSCHAP
Artikel 2 In artikel 10bis, eerste lid, van de wet van 31 december 1983 tot hervorming der instellingen voor de Duitstalige Gemeenschap, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 21 februari 2010, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in de bepaling onder 13° wordt de punt op het einde van de zin vervangen door een kommapunt;
  2° het eerste lid van het artikel wordt aangevuld met een bepaling onder 14°, luidende :
  " 14° burgemeester. "

Artikel 3 In artikel 10bis, derde lid, 1°, van de wet van 31 december 1983 tot hervorming der instellingen voor de Duitstalige Gemeenschap, ingevoegd bij de wet van 25 mei 1999, worden de woorden "van burgemeester" en de daaropvolgende komma opgeheven.

Artikel 4 In artikel 42 van de wet van 31 december 1983 tot hervorming der instellingen voor de Duitstalige Gemeenschap, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 27 maart 2006, wordt het woord "dinsdag" telkens vervangen door het woord "maandag".

Artikel 5 In artikel 43, tweede lid, van dezelfde wet wordt het woord "drie" vervangen door het woord "twee".

Artikel 6 In dezelfde wet wordt een artikel 43.1 ingevoegd, luidende :
  " Artikel 43.1. § 1. Bij het begin van de zittingsperiode wordt het Parlement voorgezeten door het oudste lid van het Parlement tot het vast bureau is verkozen, bijgestaan door de twee jongste leden.
  Het Parlement verkiest uit zijn leden zijn voorzitter, zijn ondervoorzitters en zijn secretarissen. Zij vormen het vast bureau van het Parlement.
  § 2. Bij de verkiezing van de leden van het bureau wordt, wanneer bij de eerste stemming de volstrekte meerderheid niet is bereikt, overgegaan tot een tweede stemming om de twee kandidaten die het grootste aantal stemmen hebben verkregen, te rangschikken, na eventuele verzaking van kandidaten. In voorkomend geval wordt de deelneming aan de tweede stemming bepaald met inachtneming van de in het tweede lid bepaalde regelen.
  Bij staking van stemmen wordt de voorkeur verleend aan de kandidaat die ononderbroken het langst het mandaat als lid van het Parlement of van de Raad van de Duitse Cultuurgemeenschap vervult. Bij gelijke anciënniteit wordt de voorkeur gegeven aan de jongste kandidaat. "

Artikel 7 In artikel 44 van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in het eerste lid, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 6 januari 2014, wordt het getal "33" opgeheven;
  2° het tweede lid, gewijzigd bij de wet van 27 maart 2006, wordt opgeheven.

Artikel 8 In titel XII van dezelfde wet, ingevoegd bij de wet van 18 juli 1990, wordt een artikel 91 ingevoegd, luidende :
  " Artikel 91. Het bureau dat op 19 september 2016 is verkozen, vormt voor de resterende duur van de zittingsperiode 2014-2019 het vast bureau in de zin van artikel 43.1, § 1, tweede lid. "

Hoofdstuk 3. WIJZIGING VAN DE WET VAN 6 JULI 1990 TOT REGELING VAN DE WIJZE WAAROP HET PARLEMENT VAN DE DUITSTALIGE GEMEENSCHAP WORDT VERKOZEN
Artikel 9 In artikel 22, eerste lid, van de wet van 6 juli 1990 tot regeling van de wijze waarop het Parlement van de Duitstalige Gemeenschap wordt verkozen, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 6 januari 2014, wordt het woord "drie" vervangen door het woord "twee".